Over melig gesproken

– Morgen weer naar school.
En overmorgen.
Dan krijg je die woensdag weer.
Voor je het weet is het donderdag
Maar dan komt vrijdag.
Jaaa en zaterdag.
Zondag nog.
En dan?
-Dan weer naar school.
En de dag daarna…-
==
Dergelijke gesprekken voerden we wel eens in een flauwe bui, het liefst tijdens de warme maaltijd.  Nooit lang omdat we intussen dubbel lagen.
Niet om onszelf, het was de afkeuring van mijn moeder.
Haar blik werd streng, ze kon niet tegen dit soort nonsens, vond het dommepraat en dat we er plezier in hadden vond ze het ergste. ‘Lachen om je eigen stommigheid.’
Natuurlijk lachten we haar niet uit,  we vergoelijkten haar gebrek aan humor, nou ja, meer een puberaal geginnegap.  Na een knipoog lachte ze weer mee.
Ze had gelijk, het wàs dommepraat maar je kon je er zo lekker in uiten.
Een kwartiertje flauwekul was goed om even je strafwerk te vergeten en de ruzie met een leraar of dat de andijvie niet lekker was.
Zo ging dat.
Daar dacht ik aan bij het zien van deze↓ foto. Rechts vooraan zit ik, Moe zit achter mij.

 

 

 

 

 

 

Duister denken

Een groot voordeel van sneeuw is dat de omgeving oplicht in avond en nacht.
Zojuist keek ik naar buiten en zag dat er een nieuw wit waasje over de half verregende rest ligt. Dat maakt me blij, ’n beetje in ieder geval.
Een winter mag streng zijn, ijzig koud en bergen sneeuw brengen, ik houd van extremen ondanks de overlast.
Toch is er één ding van dit seizoen dat ik moeilijk kan accepteren en dat is de donkerte.
Heerlijk, zegt men, cocoonen, waxinelichtjes, knusjes bij elkaar zitten, dekentje om je heen.
Het klinkt me klef in de oren, het koeren ontbreekt nog. Het is hooguit gezellig voor een paar dagen, dan is de waxine op. Gewoon schemeren deden we altijd al zonder geknus.

De middagen zijn te kort, de avonden eindeloos, je gaat naar bed om te slapen tot het weer licht is.
Het feit dat ik weduwe ben maakt het er niet beter op. Tja, ik ga me geen nieuwe echtgenoot aanschaffen om een paar donkere maanden door te komen. Het zou wel handig zijn maar wat zeg je tegen zo’n man in februari? Houdoe en tot de volgende winter?
Liever zou ik een kamerkampvuur aanleggen.
Als de buren er niet op tegen waren. En er genoeg aanmaakhoutjes zijn. En…
Zie je nou wat die donkerte met me doet? Ik word er niet goed van.