Week van de poezie

Speciaal voor deze dagen teruggevonden.

Op het zomerzand
van Ameland
lag een natte krant
nogal onthand
je kon hem haast niet lezen.
_____
De zon bescheen
een handgemeen
in Amstelveen
waarbij een been
gebroken lag te wezen.
_____
Het nat verdampte:
… kogel schampte
… sportschoen stampte
… been verkrampte
het nieuws was nu volledig.
_____
Een kouwelijke jutter
-eigenlijk een vutter
arm en almaar blutter-
ontstak met veel geschutter.
de krant. Die brandde vredig.
©

Advertenties

Strand-idylle.


Het strand is bijna leeg. De meeste badgasten zijn verdwenen.
Langzaam, nog half dromend, wordt Eva wakker.
Suffig kijkt ze op haar horloge. Half zeven al? Naar huis, etenstijd.  Rekkend en gapend gaat ze rechtop zitten. Met tegenzin propt ze haar spullen in de tas en staat  op.
Ze besluit nog een stukje langs het water te lopen, genietend van de rust.
Peinzend kijkt ze naar de horizon en vraagt zich af of er op dit zelfde moment aan de overkant ook iemand wandelt.
Een jongen misschien.  Een lid van het koningshuis, ontsnapt aan bodyguards en met verlangen naar Nederland turend.
Hij wacht natuurlijk op haar en de appel die zij hem aanbiedt, ze heet tenslotte Eva.
In gedachten loopt ze met hem mee en probeerde haar school-engels op hem uit, spint een leven om hem heen waarin ze gaan stappen en proosten met  Charles,  alle knappe voetballers leert kennen en de hondjes van de queen aaien.

Een hard gefluit klinkt op. Verrast draait ze zich om,  bekijkt teleurgesteld  een schriele puber die komt aanrennen met de shampoo. Moet uit haar  tas gevallen zijn. Hij knipoogt als hij haar de fles reikt  maar ze mompelt een kort ‘dank je’ en wendt zich weer naar het water, gefocust op haar koninklijke vrijer.
De prins echter, is tegelijk met de ondergaande zon in de golven verdwenen.

© Bertie