Brááf!


Zo gaat het nog even door, 25 punten in totaal.
Het is een kindermisboekje uit 1954 en zwierf  vroeger rond van keukenla via dressoir naar rommelschaal en weer terug tot ik het bij de nalatenschap van mijn ouders vond. Het ligt nog steeds in onze boekenkast. Moe wilde het waarschijnlijk niet weggooien of ze hoopte op good vibrations naar het gezin, vroeger geloofde ze nog.

Ons leven overziend kan ik niet zeggen dat al die oproepen tot braafheid geholpen hebben.
We waren geen cent beter dan de Christelijken, Gereformeerden, Hervormden, Joodsen, Protestanten en meer andersdenkenden. (die term…)
In Brabant, waar begin 1960 nog steeds het katholicisme heerste, waren de gelovigen ook niet volgzamer dan wij. Wel makkelijker, ze hoefden zich niet aan anderen te spiegelen: er was maar één kerk.

Maar goed, ik ken nog steeds het weesgegroetje en zelfs in het Frans, dit  door overmatig strafwerk van de leraar. Het gebrek aan onze braafheid deed hem af en toe de gal overlopen, vandaar. Zal hij echt gedacht hebben dat ons dit tot inkeer zou brengen?
Je vous salue…   😀
==

Over melig gesproken

– Morgen weer naar school.
En overmorgen.
Dan krijg je die woensdag weer.
Voor je het weet is het donderdag
Maar dan komt vrijdag.
Jaaa en zaterdag.
Zondag nog.
En dan?
-Dan weer naar school.
En de dag daarna…-
==
Dergelijke gesprekken voerden we wel eens in een flauwe bui, het liefst tijdens de warme maaltijd.  Nooit lang omdat we intussen dubbel lagen.
Niet om onszelf, het was de afkeuring van mijn moeder.
Haar blik werd streng, ze kon niet tegen dit soort nonsens, vond het dommepraat en dat we er plezier in hadden vond ze het ergste. ‘Lachen om je eigen stommigheid.’
Natuurlijk lachten we haar niet uit,  we vergoelijkten haar gebrek aan humor, nou ja, meer een puberaal geginnegap.  Na een knipoog lachte ze weer mee.
Ze had gelijk, het wàs dommepraat maar je kon je er zo lekker in uiten.
Een kwartiertje flauwekul was goed om even je strafwerk te vergeten en de ruzie met een leraar of dat de andijvie niet lekker was.
Zo ging dat.
Daar dacht ik aan bij het zien van deze↓ foto. Rechts vooraan zit ik, Moe zit achter mij.