Dat was broer.

Dat heb je wel eens, een familielid met wie je zelden omgaat.
Geen ruzie. Trof je elkaar dan was het leuk en daarmee was de kous af.
Uit elkaar gegroeid, wetend dat hij op de achtergrond aanwezig is.
Het was voldoende.
Soms dacht je: straks W even bellen of mailen. Vanavond, morgenmiddag, zondag heb ik meer tijd, en dan vergat je het weer.
Zo ging het met een broer.
En opeens is hij dood. Zomaar weg.
Een paar nichtjes kwamen het gisteravond vertellen, zij hoorden het ook via-via.
We wisten het niet. Dat hij zieker was dan iedereen dacht.
Vanmiddag waren we bij de uitvaart.
Het was druk, allemaal mensen die lovende dingen zeiden.
Ondanks de schrik deed het goed dit te horen.
Want je staat er bij stil.

Er is wéér een familielid minder.
Gelukkig zijn er nog een stuk of wat over, je wilt wel eens kletsen over het gezin van toen.
En nu ook over de gestorven broer.
==

Novembergedachten

Vandaag haalde ik een paar bewaarde kalenders tevoorschijn.
Er staat meer in gekrast dan gedrukt.
Achter veel namen prijken kruisjes en hoewel ik niet dagelijks stilsta bij de dood van ieder (schoon-)familielid, het treft me deze dagen toch. Kerkelijke gewoontes blijven je aankleven.
Zelf heb ik nog een aantal broers en zussen, ze wonen te ver of zijn slecht ter been. Van schoonfamilie leeft nog 1 zus.
Zoetjesaan ga je enig kind worden, wees was je al.
Dat krijg je als je de jongste bent.
Mijn vader en moeder waren ook de (bijna) jongsten, er zijn geen ooms en tante meer over.
Zolang het hele gezin nog leefde en er contact was dacht je niet aan de toekomst, niet in deze vorm. Je voorzag hoogstens een paar oudjes die gezellig samen theedronken of een borreltje namen.
We maakten daar grappen over.
Langzamerhand veranderden die grappen, bij iedere uitvaart werden ze zwarter, macaber.
Je treft een nicht of neef die hetzelfde meemaakt. Het zal in veel families zo gaan.
Die dingen.

Deze keer leg ik de kalenders bij het oud papier.
Ik ga voor nieuwe, zonder kruisjes.