Niet alles is wat het lijkt

Van twee broertjes was de één ’n stille jongen, de iets oudere een vrolijk en extravert kind.
Zoveel mogelijke waren ze samen, op school en met buurtspelletjes.
Daarbij raakte herhaaldelijk een kind gewond waarna het naar huis werd gebracht door het sociaalvoelende broertje dat met wijdopen ogen verhaalde van een valpartij of struikelwerk.
Ouders keken twijfelend naar het stille broertje dat achteraan stond en niets zei. Wantrouwend.
Wist het zwijgende kind dat de vrolijkerd bij elk spel stiekem duwde, schopte, speelgoed vernielde? Omdat hij niet tegen zijn verlies kon? Verteerd werd door jaloezie? Begreep hij de manipulatie?
Misschien.
Het deed er niet toe, zijn bewondering voor grote broer was grenzeloos.
==

Toen was ik er

Toen ik geboren was verscheen er geen krant.
Alle overheidskantoren waren dicht.
Winkels sloten hun deuren.
Het was een zeer stille dag.
Ik denk niet dat het met mij persoonlijk te maken had.
Het was toevallig zondag en ook nog ’n beetje nacht.