kaas

Kaas

Ik staar naar de kaasblokjes die over zijn.
Weifel, zal ik…  wend me dan naar het boek. Een goed boek met een knappe plot.
Niettemin kan het mijn aandacht niet vasthouden.
Kaas.  Ik staar weer.
Plots sta ik op en zet het schaaltje in de koelkast, deksel extra stevig aangedrukt.
Bevrijd neem ik het boek op en lees enkele pagina’s.
Drentel naar de laptop voor een legpuzzeltje.
Rondje door de keuken waar ik de schaal met kaas in de koelkast weet.
Televisie boeit niet. Naar cryptogrammen staat mijn hoofd niet.
Mijn geest daagt me uit –  Wat geeft het als je nú de kaas neemt en morgen het ontbijt overslaat?
Ha, ik laat me niet voor de gek houden.  Even maar, pak resoluut het schaaltje en eet en eet en eet.
Tot het leeg is.
==

kip

Verhipkip

Er wandelde een kip door de winkelstraat.
Ouderwets kuierend in de zon, de kop van links naar rechts draaiend leek ze winkels en mensen aandachtig op te nemen.
Niet dat ze veel zag, de ogen deden haar naam eer aan. Ze staarde slechts, kippen doen dat. Ze kijken vrij onnozel.
Deze en gene merkten haar op en riepen dingen als ‘hé, leg eens een ei’ en ‘verhip, een kip’ en ook wel ‘loop me niet voor de voeten’ of ‘rot op naar je hok’.
Dan hipte ze opzij, onnozel, inderdaad.
In een schaduwplek ging ze even zitten om uit te rusten.
Plotseling hoorde ze iemand lachen. Toen nog meer mensen, tot een massale slappe lach opklonk.
Kippig staarde ze links en rechts, vanuit de ingang van een KFC

==

.