Typisch, dacht hij…

Gorilla liep door de stad. Hij had het koud en dook dieper in zijn vacht.
Rondkijkend wandelde hij door de drukke straten, op zoek naar een bos. Hier en daar zag hij wel iets wat er op leek maar het was ook daar te druk, bovendien stonk het er naar wiet.
Zonder jas viel hij nogal op. Mensen keken hem na, hoofdschuddend om zoveel domheid en dat in oktober. Een klein jochie bood hem een vest. Dat wees hij af  evenals de muts van een oude vrouw,  het mens zag er zelf al zo koud uit.
Toen het donker werd en de de meeste mensen oplosten zag hij een huis zonder licht en met een grote tuin. Stilletjes klom hij over het hek, snoof  -geen hond-  en zocht zich een dikbebladerde boom. Opgelucht klom hij op een precies passende brede tak, strekte zich uit en sloot de ogen.
Dan porde iets in zijn zij: ‘goeie boom hé?’
‘Huh? Wie ben jij?’
‘Een andere aap.’
‘Aha. Nou, welterusten.’
‘Truste.’
Typisch, dacht hij toen hij bijna sliep, hoe ver je ook gaat, je komt altijd een bekende tegen.

Lof voor Brussel

Oergezellige dag, gisteren.
Met de auto naar de bus, net de bus naar Brussel. Toch gauw 2 à 3 uur rijden, waarvan een groot deel in de stad zelf. Het was ontzettend druk en een gezoek naar parkeerplaatsen
Maar een mooie stad, dat was ik vergeten.
Lang geleden waren we er ook. Deze keer zag ik veel imposante moderne gebouwen (EU), een opvallende combinatie met de oude bekenden. Paleizen, kerken, musea, pleinen, teveel om op te noemen. Helaas niet geschikt om te fotograferen anders dan in details. Een groot bouwsel krijg je nooit in zijn geheel, daarom zijn de plaatjes van Pixabay.
We konden niet alles bekijken.
We hadden maar één middag en moesten ook nog eten, koffiedrinken en, uiteraard, shoppen.
Van een uitgebreide maaltijd kwam niet meer terecht dan een hap bij de chinees en een bak sla, iemand voedde zich met versierde wafels (gruwelijk, banaan of aardbeien overgoten met chocolade. Je rook de zoetigheid drie straten verderop. Toegegeven, ik ben een wafelbarbaar).
Manneke Pis hebben we overgeslagen, bang dat het daar nog drukker zou zijn. De musici waren heel wat aantrekkelijker. Violen, accordeons, panfluit, drums, mooier dan de (gelukkig weinige) bedelaars en de vrouw die met een kindje op de arm en een geldbekerttje in andere hand voor ons kwam staan, dwingend. We gaven niets, ze liep gepikeerd verder. Misschien zagen we er uit als de provincialen die we zijn en verwachtte ze een grote tip.
Op het eind van de dag was de bus zoek, of ons groepje, daar wil ik van af wezen. Het werd na een half uur opgelost en dat was maar goed ook, ik sliep staande.

Vanmorgen uitslapen, de aanwinsten bekijken en verder slapen. Zoals bekend is een dagje slenteren veel vermoeiender dan gewoon werken of sporten of fietsen of wandelen.
Nu ga ik aan de opgelopen lijst mails en meldingen.
Als ik tenminste niet nogmaals in slaap val.

Vuurwerk, ja of nee?

Het doet veel kwaad maar heeft ook zijn bekoring. Ooit genoten wij er zelf van, samen met vrienden een groot pakket kopen en naar het nachtuur toeleven.
Eerlijkheidshalve  moet ik toegeven dat niet iedereen er zorgvuldig mee omsprong. Dat er niet nòg meer ongelukken gebeuren is bijzonder.

Wat ik vervelend vind is het (zogenaamd stiekeme) geknal wat we deze dagen horen. En dat dat gaat duren tot nieuwjaarsdag.
Het gebeurt wel dat ik, aan de waslijn staande, de hemden uit handen laat vallen door onverwachts zzzzzjiet-pang!  Zitten ze een paar tuinen verderop en gooien van achter de schutting in het wilde weg (de hemden lijden er niets mee, da’s mazzel).
Ik schrik me wezenloos wanneer er vlak bij me een rotje knalt. Ook ben ik bang dat ze me raken want van het betere gooiwerk hebben ze niet altijd kaas gegeten, het lijkt op spannende paniek van jonge jochies.
Nooit zie ik volwassenen of grote jongens die dit doen. Naar wat ik hoor ligt dat in de steden anders, daar schijnt het veel erger te zijn maar dat hoef ik niet te weten.
Onze eigen jongens deden het ook. Zoiets hoor je dan later.
Hoe kwamen jullie er aan? vroeg ik. Schouderophalend mompelden ze wat.
Tja, begreep ik,  er  was altijd wel een broer of vader die naar België ging voor het echte vuurwerk en een berg rotjes kocht.
Ik gun ze het plezier maar waarom bewaren ze het niet voor oudejaarsavond?