sprookje

Zomaar een sprookje, het betekent niets

Er was eens een echtpaar zo mooi,  zo liefdevol, je zou het niet geloven.
Met verrukkelijke kinderen en wonderlieve huisdieren.
’s Morgens had hij een baan en ’s avonds had zij er een, om de beurt voor het gezin zorgend, eens als ze waren over de taakverdeling.
Ze waren gelukkig.
Totdat…
… een knappe maar hebzuchtige heks rondwaarde, op zoek naar iets nieuws. Ze bekeek het echtpaar.
Ze gaf niets om gezinsgeluk maar deze mooie man wilde ze.
Verleidelijk ronkend op haar bezemsteel loerde ze door het raam.
Zong zoete liedjes in de nacht.
Smekend.
De man bracht de dagen vaker veilig thuis door, hij werd gevaarlijk warm als hij de knappe heks hoorde. Hij bekende zijn vrouw dat hij liever trouw bleef maar die heks was te toverachtig om te ontwijken.
De vrouw bedacht iets.
‘Het is riskant, zei ze ‘maar dit kan zo niet blijven. Ga haar vannacht tegemoet en blijf stilstaan. Kijk haar niet aan, anders ben je verloren.’
Hij ging.
De heks gilde verrukt, trok hem mee.
Hij keek smekend achterom, ‘…één keertje…’ en bezweek.
Bedroefd keek zijn vrouw hen na, ze mompelde iets.
Het was beslist een vloek, in twee minuten waren man en heks verschrompeld tot brandnetels.
==

gezin

Nog even over zussen en broers

Nog even over broers en zussen.
Grote gezinnen werden bewierookt door kerken, grote bedrijven en een paar politieke partijen maar in werkelijkheid was het niet altijd zo geweldig.
Afgezien van de feestdagen schuurden de onderlinge verhoudingen wel eens, dat duurde dan even voor de sfeer opklaarde. Begrijpelijk, al die verschillende persoonlijkheden in een (vaak) te kleine woning.
Desondanks hadden we het niet slecht, ik als jongste meisje zeker niet. Geen honger, redelijke rust, verse groenten en fruit, zwembaden dichtbij.
Toch droomde ik van een leven als enig kind, hoogstens met een of twee volwassen broers/zussen.
Het was prettig om over te fantaseren maar vooral de realiteit scheen me hemels toe.
Eigen bed in eigen kamer, eigen boeken en pennen, splinternieuwe fiets, extra-dik chocopasta op brood, zondags een groot ijsje ipv dat dubbeltjesgedoe, meer pa-en-moe, geen pesterig broertje.
Deze wens hield ik zorgvuldig geheim, ik durfde niet ondankbaar en egoïstisch te lijken.
Bovendien kon de zaak niet worden teruggedraaid, dat snapte zelfs een kind
Later begreep ik dat menig ouder hiervoor zou tekenen. Als het begrip gezinsregulatie  bespreekbaar was geweest. Geboortebeperking? Het woord alleen al -mocht iemand dat kennen-  deugde niet.

Maar ik had er al van genoten.
In een eigen sprookje, helemaal van mij alleen.
==