telefoon

Telefoon

De huistelefoon deed niets meer.
Iemand  had geklaagd dat ik onbereikbaar was. Dat was niet waar maar ze weigert mobiel te bellen.
Enfin.
Ik bekeek het ding (niet die van het plaatje), haalde  de batterij eruit en stopte hem er weer in, nam de instructies door, las het klachtenhoofdstuk maar kon niets vinden, klusjesman ook niet. Hij deed overal stekkers uit en in. Zinloos.
Achteraf bleek het een Ziggo-storing
‘Gooi toch weg,’ zei iemand.
Maar dat wil ik niet. Er zijn nog mensen die liever het ‘gewone’ nummer willen draaien, die gebruiken  alleen het ‘gewone’ toestel. En eigenlijk vind ik de hoorn ook prettiger in gebruik dan de platte smart.
Dus houd ik hem. En denk aan de kinderachtige en brave grappen van toen.
PTT-contrôle. Wilt U even in de hoorn blazen?
Met de PTT, heeft U alle cijfers in de juiste volgorde? Wilt U ze hardop noemen? Geloof het of niet: sommige mensen deden het.
Ik neem aan dat elke nieuwigheid zijn eigen grappen meebrengt.
De autoradio bijvoorbeeld was een bron van spot, Facebook en Twitter eveneens.
De minirok ook maar was van een andere orde.
Toch hebben we het allemaal omarmd en zullen dat waarschijnlijk blijven doen.
Ik voorzie een teleportatie naar hemel of hel, automatisch, met korting bij twee personen tegelijk.
Maar de oude huistelefoon kan blijven tot niemand hem meer gebruikt
Dan mag hij naar de tele-hemel.
==
geloof en kerk

Kerk op zondag

De mis of andere kerkdiensten op zondag. Zitten, hangen, rondkijken tot je moeder je zachtjes porde en fluisterde: ‘Zit es stil!’
Zelfs een vroegmis van drie kwartier leek al eindeloos, laat staan de hoogmis met dat zeurende orgel en dan het meezingen van al die vrouwen, mijn moeder het laagst want zij was een ‘goeie alt’. Je schaamde je dood.
Toen ik kon lezen kreeg ik vaak haar missaal en had de dienst al uit voor hij halverwege was, ongeduldig wachtend op het Ite Missa est.

Aan deze dingen dacht ik bij het horen van een stukje Gregoriaanse muziek op de radio. Prachtige muziek overigens.
Toch leverde de kerkgang me iets nuttigs op.
Omdat alle gebeden en liederen -naast elkaar- in Nederlands en Latijns waren geschreven pikte je veel woorden op. Die herkende je dan weer bij Frans, misschien in een andere werkwoordvorm maar makkelijk bij vertalen van thema’s.
Zo bezien was het geloof toch nog ergens goed voor, zij het anders dan bedoeld werd want vroom-, gehoorzaam- en braafheid lag me niet zo.
Liever ’n beetje spot.
Als ik nu een priester tegenkwam zou ik hem graag groeten met
Dominus Vobiscum – et cum spiritu tuo.    (De heer zij met U – en met Uw geest)
Hopend dat hij zou antwoorden met Amen.    (Zo zij het)
En dan samen lachen.