Mooi tuinweer

Dat was lekker wakker worden vanmorgen. Het had licht geregend, de lucht was grijzig bewolkt.
De saaiheid doorbroken. Eindelijk.
Opgefleurd vloog ik door het ochtendritueel, nog blijer werd ik toen naderhand een passend zonnetje verscheen, verdween, en nogmaals.
Barstend van energie heb ik bladeren opgeruimd, dood spul weggeknipt, uitgedroogde grond doorgeharkt. Met alle respect voor het rood en goud van de herfst, verfrommeld grauw aan taaie planten is niet altijd een succes, niet in een door mensen aangelegd tussentuintje.
Stengels en takken laat ik staan, die doen het fantastisch onder een laag mollige sneeuw.  Als die komt. Ooit. Hoop ik.
IJverig draafde ik heen en weer met snoeischaar en bezem van schuur naar plant en terug. Als gepensioneerde ben je toch maar een bofkont, dacht ik, je hebt alle tijd van de wereld.

Met koffietijd liep ik naar de keuken en kwam in het spiegelend raam een vrouw tegen die me opgewekt aankeek. We zwaaiden naar elkaar.
Ik schoot in de lach bij dit herkenbare tafereel.
Mijn dag kan niet meer kapot.