Jaloezie

tiende gebod
Hier past deemoed.
Ondanks pastoor, nonnen en katholieke opvoeding kende ik wel degelijk naijver.
Kind zijnde had ik graag het mooiere speelgoed van andere kinderen willen pikken als ik gedurfd had.
Als tiener voelde ik peilloze afgunst wanneer een rotmeid mijn afgod binnen hengelde.
Ook in mijn baantje had ik liever het mooiere werk van een collega.
En meer van dat.
Helaas, ergens om vragen of moeite voor doen, dat lag me niet zo, gezwijmel in jaloezie verdiende ik dan ook niet.
Zo sukkelde ik naar mijn twintigste tot de juiste man zich aandiende. Nu had ik het voor elkaar; de jongen die ik wilde en veel van me hield tot in de eeuwigheid amen.
Nu hoefde ik nooit meer jaloers te zijn, wat een rust.
Een volwassen gedachte, vond ik zelf ­čśë

Advertenties