Obsessie

Spannend woord.
Een thriller waarvan de beschrijving of titel dit aangeeft kan rekenen op op veel belangstelling.
De betekenis is zeer negatief, waarom wil men er dan zo graag  over lezen? Zo fraai is het niet.
Een obsessie is dwangmatig denken, een geestestoestand waarin een persoon bezeten is van een specifiek idee. Een persoon die ergens door geobsedeerd is, kan de gedachten niet uit zijn hoofd zetten, hoewel hij of zij dit meestal wel wil. Het dwangmatig denken leidt vaak tot dwanghandelingen, ook wel compulsies genoemd.

Ik heb er geen ervaring mee, niet in familie en kennissenkring, voor zover ik weet tenminste.
Uiteraard zijn er mensen die alles uit de kast halen om iets te verkrijgen. Een aanbedene, kledingstuk, huis, wie kent ze niet maar dan denk je niet direct aan een stoornis.

Dwanggedachten kreeg ik hoogstens toen ik afkickte van sigaretten. Hetzelfde zag ik bij een exalcoholist die aan niets anders kon denken dan aan zijn jenever, vertelde hij. Het geldt waarschijnlijk voor elke verslaafde van welke middel dan ook.
Dat lijkt misschien op obsessief denken.

Maar beheerst worden door een idee of wens, tegen je wil, die alle andere interesses en gedachten overklast, het moet op zijn minst een onaangename aandoening zijn. Of stoornis, of ziekte, wat is het eigenlijk? Een idee-fixe is ook zoiets of hetzelfde?
Dit alles is voer voor psychologen, verhalen zijn leerzaam op hun eigen manier zij het niet altijd juist.

Nu weet ik natuurlijk wel waarom deze romans populair zijn.
Vooral als het gaat het over lustmoordenaars die achter purperen rokjes aanjagen en, samen met politie en slachtoffers voor nagelbijtende spanning zorgen inclusief verscheurde rokjes die ze in hun jeugd van hun tirannieke moeder moesten dragen op straffe van minachting enzovoorts enzovoorts.
En men zucht van opluchting als hij gepakt wordt dan wel zichzelf doodschiet, verbitterd door meer inzicht over zijn aandoening en daarmee niet verder wil leven. Bijvoorbeeld.
Je oordeelt zo lekker mee, alsof je weer in je eerste Arendsoog zit.


Ik lees ze niet vaak maar af en toe is het best aardig.
Vanmorgen zag ik een boek met een bloedstollende kaft aan mijn neus voorbijgaan. Het zag er aantrekkelijk uit, de gruwelijkheden dropen er van af.
Iemand anders was vlugger.
Waarschijnlijk geobsedeerd door de rode kleur.
==

Iets boeiends..

..daar had ik zin in. Opgevoerde spanning met een onvoorspelbare ontknoping.
In de bibliotheek vond ik  niets van mijn gading.
Dat is jammer, het dagelijkse leven is soms wat slapjes. Het valt niet mee om voldoening te putten uit vragen als
wat voor weer wordt het?
– koppie thee, buurvrouw?
– is het al tijd voor de bollen?
– branden de aardappelen niet aan?
– waar heb ik dat potlood neergelegd
Dat soort slomigheden kan ik niet ernstig nemen, daar brand ik zelf van aan.
Natuurlijk kan ik de spanningspanning opvoeren door het potlood te verstoppen en de buurvrouw zout in haar thee te doen maar ik denk niet dat me dat lang boeit, bovendien moeten we  vrienden blijven. Zij heeft een auto.
Het  valt niet mee  de sjeu er in te houden.
Ik heb wel eens nieuwe vragen bedacht, een niet onaardige bezigheid maar er kwamen geen antwoorden.
– Vaart deze week het goudschip binnen?
– Vangt de haai eindelijk die rolmops ?
– Hoelang kan ik de melkboer nog weerstaan?
Boeiend was het wèl. Alsof ik in een Hitchcockfilm leefde.
Toen werd de spanning me teveel en heb ik drie weken met hoofdpijn op bed gelegen.
Daar was niet veel aan.
==

De waarheid was dat we het allang wisten…


..dat Sinterklaas niet bestond.
Sterker: ik kan me niet eens herinneren dàt ik ooit in hem geloofde. De keren dat we ’s morgens een mand met cadeautjes vonden lagen achter ons, we dachten er nooit meer aan.
De waarheid kon immers niet verborgen blijven.
Moe die het druk had met boodschappen op de gekste tijden. Haar afwezige blik de laatste dagen. De groten die ook al geheimzinnig deden met hun geknutsel.
De duidelijkste aanwijzing was dat we aldoor de kamer werden uitgestuurd: ‘ga maar buiten spelen.’ Dan begrepen we dat ze met de cadeautjes bezig waren.
Mijn twee jaar oudere broer en ik liepen dagenlang rond met geheimzinnige gezichten; deden alsof we nog geloofden want dat hield de spanning er in. Het werd min of meer van je verwacht omdat er nog een klein broertje rondliep.
We zongen zogenaamd angstig mee terwijl we gisten van wie die zwarte glacé was die door de deuropening met pepernoten gooide.  En genoten van  de grote zussen die flirtend ‘dank je wel Piet, lieverd’ riepen.  (Zij wisten welke buurjongen het was). Een  vertoning die erbij hoorde.
De laatste middag vóór pakjesavond was niet door te komen; dan stond in het portaaltje de grote teil of de wasketel klaar, boordevol met pakjes. Een tafelkleed erover om het geheim in stand te houden..
Moe was op de valreep met een paar laatste surprises bezig, tobbend over een zinnig vers.
We stierven bijna van nieuwsgierige zenuwen.
Wat zou er voor ons bij zijn?
En, niet onbelangrijk, zouden we TWEE chocoladeletters krijgen?

Het was elk jaar een van de mooiste en spannendste periodes.
Nooit heb ik me verdrietig of belazerd gevoeld dat Sinterklaas niet bestond.
Integendeel, ik keek met ongeduld uit naar de tijd dat ik zelf mee mocht doen met surprises, grappen en versjes.
Ik zal toch niet de enige geweest zijn?
==

Over fotograferen

Dat is niet mijn fort.
Leuk om te doen maar spannend, het resultaat is meestal een verrassing.
Het gebeurt wel dat ik per ongeluk klik, dan krijg je zoiets als het eerste plaatje. Een raadsel dat leek op een insect, ik googelde serieus op een beest met bruingevlekte poten. Tot ik een bril herkende.
Het komt ook voor dat er, eveneens per ongeluk, betere foto’s tevoorschijn komen. Geen kunstwerken maar gewoon aardig.
Dat zijn de andere. Die van de stier is nog uit de jaren ’70, gemaakt met een oeroude camera maar het beestje staat er mooi op.
Een magere oogst en dat van al die jaren.
En dan zijn er nog met onderwerpen waarvan ik me afvraag: wat bedoelde ik hier ook weer mee?
Die kan ik niet meer vinden.
Niet dat we er iets aan missen.

Schatgraven in eigen woning

Ontspullen.
Het is in de mode sinds een jaar of tien. Ik deed het altijd al en vond in de loop der jaren minstens een huis vol overbodigheden. Wat kun je daar mee doen behalve opruimen?
Nog steeds kom ik nieuwe oude dingen tegen, dat is spannend hoor, je weet nooit wat je nu weer vindt.
Dacht ik de vliering leeg te hebben, kwamen er bejaarde kerstspullen voor de dag. Zo ontzettend lelijk, ik kan niet geloven ze ooit te hebben gekocht.
Achterin de kelder, in de allerverste hoek, stond een vergeten tas waar ik een soepterrientje uit opdiepte. Of een groenteschaal, weet ik veel. Je kunt nu eenmaal niet alles onthouden.
Gezien de overige troep in de tas heeft het gediend als verzamelbak voor dat-komt-nog-wel-van-pas-rommel:
Een kaart elastiek. Enkele verfomfaaide speelkaarten. Tube velpon, voor de helft leeggeknepen met een knoedel stiekjes, schroeven, leeggelopen sigaret, dobbelsteen, pionnetjes, paperclips, lucifers, alles trouw aaneengeklonken. Een soort partnership van spullen.
De hele bende verzonken in een mengsel van stof, gruis, zand, tabaksdraadjes, nog meer stof en het lijk van een zilvervisje dat waarschijnlijk verdwaald was en verhongerde. Arm diertje, ik heb een weesgegroetje voor hem gedaan.

Het was een enerverende middag. Een dood beest gaat je niet in de koude kleren zitten.
Enfin, de tas met inhoud ligt in de vuilnisbak.
Het terrientje heb ik gered.
Dat kwam toch nog van pas in al zijn overbodigheid.

Herfst = Spinnen


Ergens op het web zwerft een spinnenverhaal in drie delen. Ik kan het niet vinden, tot mijn spijt want het was best spannend. Vond ik zelf.
Juist nu begint hun beste  seizoen, ze zouden precies passen in dit beginnend herfstsfeertje.

Er zit maar één ding op. Nieuwe vangen en ze nieuwe drama’s te laten beleven.
Maar welke? Kruisspinnen biddend in kerken?  Geniepige fobieën veroorzakend? Schaatsend over Friese webben? Een houten poot? Wol?
Ideeën zijn welkom.