Alwéér die wolf

Er staat een man voor de deur als ik opendoe.
– Alstublieft mevrouw, mag ik hier schuilen tot morgenochtend?
Ik bekijk hem. Keurig uiterlijk ondanks de stromende regen.
Druppelende, toch nette jas.
Felle blik maar daar houd ik wel van. Sterker, het doet me hem meteen binnenlaten.
Opgelucht zet hij zich in de keuken, accepteert koffie, een broodje en met een verrast ‘ja graag’ ook een cognac.
Intussen droog ik zijn jas en steek een paar kaarsen aan.
Hij ziet het.
– Mevrouw, eh, ik ben niet op een avontuurtje uit …’
Ik glimlach hem toe. ‘Waarom niet? Voor één nachtje…’
Zijn ogen versluieren. Keurend bekijkt hij me.
– Misschien.
De avond vordert, het is sfeervol en de stemming is sexy. Ik gloei.
Tegen twaalven staat hij op.
-Eén plicht heb ik nog, dan kom ik terug. Houd het bed warm.
Node laat ik hem gaan.
En lig in bed, wacht en wacht en tenslotte is hij daar. Ik hoor hem poedelen onder de douche.
We lachen bij het weerzien.

De ochtend daarop vind ik in de badkamer bebloede kleren, haren, vuil.
Wat, frons ik, was die plicht van hem? Was hij een terrorist? Psychopaat? Lustmoordenaar?
Griezelend maar flink confronteer ik hem ermee.
Hij zucht.
– Het was een taai slachtoffer, ik kon hem niet opvreten zonder te knoeien.
Sorry. –
=

Advertenties

Lange tanden

Een man zit aan zijn ontbijt.
Hij eet dikbelegde boterhammen. Met gemak bijt hij door de lagen, zelfs lijkt het of hij zijn tanden als spiesen gebruikt voor kaas en worst. Hij heeft een messcherp gebit en houdt van eten waarin hij moet bijten.
Hij eet letterlijk met lange tanden.
Tegenover hem zit een vrouw.
Ze ontbijten samen, ze doet althans een poging.
Tevergeefs, ze kan het geluid van zijn snijdende tanden niet negeren. Het is heel zachtjes, iets tussen gerasp en sjsjsj, meer een gevoel, als een bot mes in rauwe rosbief. Het is bijna een obsessie voor haar en ze verafschuwt het.
Ook zij eet met lange tanden.
Ze piekert.
Ze wil een einde maken aan hun verhouding en zoekt een geldige reden.
Kan ze met goed fatsoen zeggen dat zijn manier van eten haar afstoot? Dat zijn geknaag haar doet denken aan spitsmuizen, bevers en ratten?  Ze met vrijpartijen bang is dat hij zijn tanden ook in haar lichaam zet? Haar sidderen niet van lust is maar angst voor zijn scherpe gebit?
Is dat niet te pijnlijk?
Toch maar de geijkte smoes: de liefde is op, het was fijn zolang het duurde en tot nooit. Dag schat, het was een mooie tijd?
Ze besluit tot de smoes.
Na het ontbijt licht ze hem in. Veel woorden gebruikt ze, teveel, ze stottert nerveus.
Hij luistert en denkt.
Dan zegt hij ‘Laat maar, het is mijn manier van eten, ik weet het. Je bent niet de eerste.’
Beschaamd knikt ze. ‘Sorry…’
‘Wil je wachten tot vanavond? Alsjeblieft, die ene dag nog.’
Ze knikt weer. ‘Goed.’

De rest van de dag gebruikt ze voor het pakken van kleren en spullen die ze mee wil nemen. Ze maakt uit spijt- en schuldgevoel – hij kan er tenslotte niets aan doen – een superdiner klaar met extra harde groente en vlees.
En wacht.
Dan is hij er. Hij komt binnen met een vreemd gezicht.
‘Wat,’ begint ze.
Hij spert zijn mond wijd open en wijst.
Ze ziet de lege holte, nog bloederig.
‘Foor jou,’ mummelt hij.

© Bertie