Zon met een snik


Vandaag prima zonnig weer hier.
Lekker voor wat boodschappen, beetje onkruid plukken en eindigen in de ligstoel standje bijna-plat, uit de wind.

Halverwege de ligsessie werd het me teveel. Wat? Dat weet ik niet.
Misschien de stilte.
De afstandelijkheid in winkels.
Het eindeloos gepraat en doorgeven van nieuwe informatie.
De verjaardag van iemand waar ik wegblijf want ik ken haar vrienden niet voldoende.
Ook het wekelijkse bezoek aan een bejaard familielid laat ik nu achterwege, je weet nooit wie je treft. Zij of een ander zou maar verkouden worden, dat wil je niet.

Zijn het die dingen ? Kan haast niet.
Ik hou van stilte op zijn tijd, ben meestal belust op nieuws, in de winkels ie iedereen vriendelijk genoeg, de verjaardag vieren we later wel, het bezoek wordt ingehaald.
Dus wat? Ik houd het op de algehele malaise die ongemerkt binnensijpelt.
Wat te doen?
Voorzichtig denk ik aan de chocolade paaseitjes die in de kelder liggen, als ik zeker wist dat ze me opfleurden vroot ik ze allemaal op maar zelfs dat kan me niet bekoren en de fles chardonnay ook niet.
Een sigaret misschien.
Vreemde gedachte na twintig jaar, alsof ik er echt een zou opsteken als een roker het me aanbood.
Maar die is er niet.
==

Dag winkeltje

Vanmorgen een kritische blik geworpen op het uitdrogende plantenspul.
De druif is het sterkst, hij blijft niet alleen knap, hij groeit als Hamelinks Ranonkel
Een paar anderen doen het ook aardig, hoogstens zitten ze wat kneuzerig in hun vel.
Maar wat heel erg jammer is is dat de passiflora de hoogte ingaat en tegelijkertijd de meeste van zijn bloesems en bloemen laat vallen. Meer dan een tiental kleine groene vruchten heb ik nog niet gezien.
En ik had juist zo’n fantastisch plan uitgewerkt om een passiefruithandeltje op te zetten.
Schetsen gemaakt van het voorraam als etalage, een scholiere gecharterd als weekendhulp, een handelsnummer aangevraagd bij de KvK, afspraak gemaakt met de bank, kortom, ik hoefde alleen nog te wachten op de vruchten.
En dat schiet niet op.
Een paar onrijpe jonkies heb ik geplukt en de groenteboer getoond voor advies, ‘Wat denkt U, wordt het nog wat?’
Verwonderd keek hij van mij naar het fruit voor hij antwoord gaf, ‘kWeet niet, appelen misschien?’
Mismoedig ging ik naar huis en bekeek de struik. Takken vol aangetaste knoppen, een paar onrijpe ertussen en een stoep die bezaaid was met verdord spul.
Triest, de geest gegeven voor hun fruitige leven begon.  Al de passie die verloren gaat. En mijn winkeltje.
Dàg villa in Monaco, dàg trip naar ISS
Snik, één traantje mag wel.
Het zij zo.
Het leven gaat door al ontbreekt nu de passie.
==