Winter?


Straks nachtvorst. Ongeveer -5°, aan de grond kan het van -7 tot -10 zijn.

Zou het er dan echt van komen? Niet  een doodlopend voorproefje?
Bekenden weten het: al enige jaren droom ik ervan, van die ingesneeuwde woningen en poolkoude ijsvlakte en krakende  slootjes.
Ik zie de ijsberen al over Peel en Maas zwerven, turend in een wak  met sluimerende prikjes,  voorntjes of misschien een forel. Vandaar naar de achtertuinen waar  honden bibberend hun behoefte doen en hopen dat ijsberen alleen vis lusten.
Van voordeuren naar trottoirs worden tunnels gegraven met sneeuwschuivers,  niemand die erdoor durft wegens instortingsgevaar zodat de helft van ons bijna verhongert en alvast de grootste pan opmeet met één oog naar de kat.
Stel dat je het zachte getrippel hoort van dunne pootjes wanneer plotseling een muizenvolkje met lege buikjes de keuken binnenkomt en om een broodje bedelt. Ach…
En nèt wanneer eenzamen dreigen te bevriezen en een paar zwervers al opgestapeld liggen voor het lijkenhuisje breekt de dooi aan. Snel en grondig warmt hij de verstijfden, blaast de sneeuwlaag op en iedereen komt weer bij bloed, voldoende om smeltwater en ijsberen tegemoet te treden.
Het lijkt me een spannend evenement.
Alleen die muisjes, daar is het zielig voor. Opgevreten door de kat.

ps Ik reken er niet op. Op die winter.

November-decemberdagen


Nog bijna vijf weken tot de kortste dag, daar leef ik naar toe. Sterker, ik omarm kerstmis alleen al voor het idee: donkerder kan niet.
Daarna leef ik op.
Kalender en klok in de gaten houden (alweer een minuut daglicht gewonnen), naar maan en  lucht kijken, heldere hemel afdwingen, en dan is het eindelijk februari en zit je met daglicht aan de vijf-uur-koffie.  Halleluja.
Sneeuwen en vriezen? Geen probleem, het is licht.
De donkerte van december is een verschrikking, in huis tenminste.  Vanaf pakweg 16 uur ’s middags tot ’s morgens  8 uur zonder daglicht te moeten leven vind ik moeilijk.
Ik droom soms van een grot als van beren, zou dat iets zijn?
Winterslapen. Tot de voorjaarszon me wekt.
Het einde.

Winter in zicht


Vanmorgen liet zich een vlucht ganzen zien en horen. Dat laatste vooral.

Het leek een oefening;  ze vlogen rondjes, niet in V-formatie, bleven minutenlang in hetzelfde gebiedje hangen voordat ze verdwenen..
Met lichte weemoed keek ik omhoog en ze na.
Herfst bezorgt me elk jaar gemengde gevoelens.
Avondmist in de nazomer, de eerste nachtvorst. En nu de ganzen. Winter in het verschiet. Een oeroud liedje, ik weet het.
Het zou in mijn stemming  verschil maken als we konden uitzien naar sneeuw en ijs en barre kou.  Met televisiebeelden van ingesneeuwde opritten en wegglissende fietsen, de kat met een witte rug die bevroren muizen binnenbrengt (sorry voor de dierenvrienden) en dan, na de dag, in de luie stoel te zitten met het vooruitzicht op een ijzige nacht onder een slaperig  dekbed.
Boek en tablet binnen handbereik.
Zo’n winter die ik nu pas waardeer.