Maan slot

Vanuit de slaap belandde ik in een wonderlijk bewustzijn. Aards en wanig tegelijk alsof de verdovende middelen een vleug lsd bevatten.
Mijn hang naar volle maan verscheen uitvergroot, belicht van alle kanten.
De verlangens waren niets vergeleken bij het indringende besef: ik moet er naar toe.
Mijn geest transporteren.
Mijn lichaam overlaten aan oma en de anderen.


De maan is mijn onderkomen.
Ik wentel me in zijn licht, omarm zijn materie.
Ik adem niet, verlang niet, lijd niet.
Ik ben.
Ik ben het mannetje in de maan.
==

Klusjes

De keukenkraan lekt.  Nakijken op Internet, misschien kan ik het zelf repareren.
De bureaulamp valt beetje bij beetje uit elkaar. Plakband en elastiekjes laten telkens los, morgen onder handen nemen of een nieuwe kopen.
Het slot van de tuindeur draait niet lekker. Heb er een shot olie bij gedaan, hopend dat het morgen soepeler gaat.
Stopcontact zit los. Een dezer dagen aandraaien.
Afvoer van douche bewerkt, loopt weer door.
Bezem viel van de steel. Nieuwe spijker erin.
WC-bril wiebelt, buurman gaf me de juiste schroef. Paste precies..
Binnenkort de cv bijvullen, wijzer  staat al haast te laag.

Die dingen.
Ik hoef niet te klagen.
Er is een zoon, een behulpzame buurman, een kennis en er zijn  vriendelijke buren.
Een groot goed waar ik oprecht blij mee ben.
Bovendien kan ik veel zelf en gebruik een schroefmachientje voor eenvoudige klusjes.
Maar soms,  heel soms  denk ik: een man was toch wel handig.
Gereedschap heb ik al.
==

Winter met lentegeluid

Het was rondom half acht.
Donkerte won nog nèt.
Helder, koud, windstil.
Een genot om buiten te zijn.
Bevroren sneeuwkorrels knerpten, hier en daar stapte ik voorzichtig over een ijsplasje.
Na een paar minuten drong het tot me door dat ik vogels hoorde. Daar keek ik van op, zo vroeg? In het donker?
Het was geen uitbundig gefluit, meer gekoer en gekibbel als van een gezin bij het opstaan.
Het maakte het fijne weer nog mooier. .
Dat ik de poort niet open kreeg omdat het slot bevroren was deerde me niet. En met fiets en tas binnendoor naar de voordeur moest was grappig.
Zelfs de bijna-valpartij bij het struikelen over de drempel bij de bloedpriklocatie maakte me geen poep. De urinecontainer (de naam…) zat veilig dicht.
Een goed begin van de dag.

Jolita, de koe die zich verveelde 9 + 10(slot)

Hm, dacht Jolita, dat leek te kloppen; behalve het dorstige meisje hadden ze geen mens gezien behalve de automobilisten op de snelweg. Op deze manier duurde het wel erg lang voor ze iets uit het leven kon halen.
De avonturen die ze vanaf gisteren meemaakten waren niet precies wat ze zich had voorgesteld al moest ze toegeven dat ze zich niet verveeld had. Niet elke koe kreeg de kans om een uitstapje te maken met een liefdesverdrietige stresskip noch ontmoette ze een wildmelkster om van een ontvoerd olifantje en een UFO maar te zwijgen.
Niet verveelde…  het drong ineens tot haar door!
‘Zeg Claer,’ zei ze, ‘besef je wel dat we een heel bijzondere trip maken?’
Enigszins bitter keek Claer haar aan. ‘Meen je dat nou? Dan zou ik wel eens willen weten wat jij een badtrip noemt. Bijzonder, poe. Een vrijer die me te dik vindt en in de steek laat, een ettertje in olifantsvel, een onecht meertje…’
Ze rilde.
‘Ik weet niks van badtrips maar… hola, wat nou weer?’
Klikklikklik konk het boven hun koppen, tegelijkertijd zagen ze een flits tussen de wolken.
‘Nondeju… een eurosatelliet.’ Geërgerd balde Jolita een hoef naar de lucht. ‘Hebben we niet genoeg aan mijn baas?’ loeide ze kwaad.
‘De smeerlappen, ons ’n beetje in de gaten houden, boeh! Ik ga weer naar huis als het zo moet. Wat is dit voor vrijheid? Zo vinnik er niks meer an…’
Ze pruttelde maar door tot Claer ingreep.
‘Nou is’t genoeg,’ berispte ze, ‘hou op met je gezeur. Laten we liever omkeren, ik heb vreselijk veel trek in verse mais.’
Ze sjokten terug richting snelweg.
‘Hallóó dames, zin in een avontuurtje?’
Omkijkend zagen ze een paar likkebaardende zwerfhonden.
Ze haalden hun schouders op.
Het hoefde niet meer.
Ze wilden hun melk en ei kwijt en durfden niet te rekenen op een volgend hongerig meisje.
Ze wilden thuis zijn en opscheppen over hun reis.
Ze haastten zich
==

Jolita, slot.

Hoe meer ze zich haastten hoe meer haast ze kregen.
Klepperdeklop deden Jolita’s hoeven; miepmiep-zoiiiinggg flitste Claer; stofwolken staartten achter hen aan en voor ze het wisten stonden ze bij de snelweg.
Jolita dacht er niet aan bang te zijn voor het verkeer en laveerde gracieus  tussen de jagende auto’s, een pad banend voor Claer die in diepe gedachten was.
Zodra ze aan de overkant stonden hief ze een vleugel op: stop!
‘War is er aan de hand? Toch niet weer nieuwe meemaaksels?’ Verontrust herkauwde Jolitas een bosje gras.
‘Joliet,’ sprak Claer plechtig, ‘kijk naar mij.’
‘Doe ik al. Èn?’
‘Wat zie je?’
‘Nou, gewoon, ik zie jou.’
‘Anders niks?’
‘Uhh, nee. Sorry hoor.’
‘Heb je last van jaloezie, Joliet? Eerlijk zeggen.’
Verbluft staarde Jolita haar vriendin aan. ‘Waarom zou ik?’
‘Nou, let op: IK BEN AFGEVALLEN!!’
‘Hè? Krijg nou wat… je hebt gelijk, dat ik dat niet eerder heb gezien. Gefeliciteerd meid!’ Ze gaf Claer een warme knuffel waarbij ze tersluiks het schriele kippeborstje bekeek.
‘Luister,’ vroeg ze voorzichtig, ‘zijn er bij jullie geen andere kerels dan die 2Macho? Een gezellige middelbare of zo?’
‘Bejje belazerd?’ steigerde Claer, ‘ik wil 2M en als ik hem niet kan krijgen duik ik het klooster in.’
‘Tuttut’ kalmeerde Jolita, ze was Claers gestress ’n beetje beu. ‘Laten we alsjeblieft doorlopen.’
Pissig kraaloogde Claer terug; zij was het onbegrip van haar vriendin minstens evenveel beu.
Ze kwamen aan het hek. Het naderende afscheid verzachtte hun stemming. Geroerd draaiden ze de koppen naar elkaar, hier was het immers begonnen.
‘Het ga je goed.’ Nog éénmaal schudden ze poot en vleugel.
Jolita klom over het hek zonder haar uier te schaven; ze liep regelrecht naar tante Rirante voor een verslag.
Claer scharrelde heen en weer; wachtend op het welkomstgekraai van 2Macho zocht ze alvast een mooie worm voor hem.
Het leven hernam zich.
=

Op naar de toekomst.
. 

© Bertjens.

 

Slot. Lieftallige Lina droomt door

Maar, wat gebeurde daar?
Een blauwe bus scheurde de hoek om, stopte bij de geluidswagen en met een noodgang sprongen er mannen uit in witte jassen, injectienaalden spuitklaar. De veelkleurige schrompelde en piepte ‘the party’s over, omg…’
Met grote ogen keken de vriendinnen toe, ze zagen hoe de  inzittenden uitstapten, geroutineerd een arm met opgerolde mouw aanbiedend, sputterend dat het in cuckoo’s nest heel anders ging. En verdomd, een van hen had die donkerbruine tochtlatten en een babyface.
De mannen in wit grijnsden en werkten allen het busje in, onverbiddelijk. Ze wuifden naar de meisjes die ademloos hadden toegekeken en niet wisten hoe ze het hadden.
Behalve Lieftallige Lina, ze zwaaide als een gek naar de tochtlattige. Ze rende naar de chauffeur, rukte het portier open en riep: ‘een handtekening please, van die ene, alstublíé-hieft.
‘Huh? Pas maar op wijfie, straks neem ik jou ook mee.’ Lachend trok hij de deur dicht en reed weg. Lina bleef verbouwereerd staan, haar ogen vol tranen.  Zo dichtbij en dan dit. Ze liet een snik.
Dora en Tiny vonden hun stem terug, humeurig keken ze het busje na. Wat een afgang, voor de gek gehouden door een paar ontsnapten.
Van de andere kant: het was een bijzondere gebeurtenis waarmee ze eer konden inleggen bij iedereen om te beginnen bij tante Erica. Die was immers verzot op vreemde mensen en hun gewoonten.
Ze bekeken de achterblijver.
‘Dat karretje zou mooi staan in mijn weitje met paardenbloemen.’  Dora 3 bekeek het ding keurend.
‘Ideaal als achtergond bij een hippiefilm.’ mijmerde Bleue Tiny.
Lina zei niets, ze leunde dromerig tegen de veelkleurige geluidswagen, een en al lieftalligheid. Ze streek liefkozend over de geknakte luidspreker die nu zachtrood werd.
‘Je was goed,’ fluisterde ze, ‘het was best een leuke film. Jammer dat hij zo kort was maar ik heb Elvis’ kleinzoon in het echt gezien.’
.
© Bertie