Oud en wijs genoeg? Vergeet het maar.

‘Wat  moest ik ook alweer doen in de keuken?  Uhm… o ja, de koffiemelk pakken.’
‘Ik weet toch zéker dat ik hier die sleutels heb neergelegd.
‘Ga ik voor brood naar de winkel, vergeet ik het alsnog.’

Van die dingen. Niet dagelijks maar het wringt.
Was ik blij dat ik bij het volwassen worden eindelijk niet meer die doos-zonder-deksel was (mijn moeders woorden), ga ik nu weer terug in de tijd.
Om bang van te worden.
Het is dat ik veel mensen ken die hetzelfde meemaken en toch gezond ouder worden, anders zou ik ernstig denken aan een naargeestige nabije toekomst: een reisje back to basic.
Dementie.
Het is een schrikbeeld. Het kost me moeite om niet iedere kleinigheid te interpreteren als een aanwijzing in de trant van ‘Zie je wel? Daar heb je het al.’ Daarom houd ik me voor dat het logisch is.  Alles slijt, het geheugen ook. Je kunt minder onthouden.
Daar klamp ik me stevig aan vast.
Aan dit, eh, aan wat ook alweer??

Vriendin, laatste deel

De juiste woorden vinden is lastig.
‘Het is altijd wat als ze zo dronken is’ zeg ik aarzelend, ‘ze schold dat ik een rotwijf ben en,’ hem peilend aankijkend, ‘dat jij goed bent in bed
Met een ruk komt zijn hoofd omhoog. ‘ Wat?? Zegt ze dat? Dat geloof je toch zeker niet? Toe, zeg dat je haar niet gelooft….’
Mijn stem trilt. ‘Jack, zij en ik, wij… sorry, we kennen elkaar tot op het bot, we kunnen elkaar bijna lezen. Ze loog niet, Jack.’
Hij zoekt naar woorden, ik ben hem voor.
‘Waarom zij, Jack, waarom die hulpeloze dronken vriendin,’ dring ik aan, ‘omdat ze zo makkelijk te pakken is? Nog steeds een mooie meid?’
Ongemakkelijk kijkt hij me aan. ‘Je zult toe moeten geven dat ze een del is al wil jij het niet inzien, ze daagt mannen gewoon uit.’
Verbijsterd staar ik hem aan. ‘Gewoon? Op iemand neerkijken en dan als prooi nemen? En haar ook nog de schuld geven? Is dat wat je bedoelt?’
‘Doe niet zo onnozel Joos, zo werkt het toch met zulke lui. Ze hebben geen moraal en drinken zich dood. Zo simpel is het.’
Het wordt me rood voor de ogen.
‘Voor mij niet Jac, ik denk daar anders over. Je kunt gaan.’
Nu is het zijn beurt van onbegrip, met grote ogen staart hij terug. ‘Dat meen je niet.’
‘Jawel. Je moet weg.’
‘Laat je onze relatie kapotmaken door dat dronken lor? Is ze voor jou meer waard dan ik? Ze heeft drank nodig, niet een naieve vriendin…’
‘En jou nog minder. Ik mag dan een kutwijf zijn, jij bent een lul. Meer heb je niet te bieden.’
Andermaal probeert hij het. ‘Joosje, zie het eens voor je. Ze zit daar aan de bar te azen op een gratis drankje en bed, dringt zich bijna letterlijk op, hoe denk je dat dat is voor een man? En wat stelt een enkel nummertje nou voor….’
‘Vanavond nog,’ snoer ik hem de mond. ‘Dit is mijn appartement en ik wil je hier niet meer hebben.’
Ik steek mijn hand uit. ‘De sleutels. Meteen.’

Na een paar dagen loop ik een paar kroegen af, ik wil haar vragen bij mij te komen wonen. Misschien kan ik haar pushen, je weet nooit.
Een tip brengt me bij het ziekenhuis waar een verpleegkundige meeloopt naar de IC. Ze haalt de schouders op.
‘Ach mevrouw, ze drinken zich gewoon dood.’

© Bertie