Verhipkip

Er wandelde een kip door de winkelstraat.
Ouderwets kuierend in de zon, de kop van links naar rechts draaiend leek ze winkels en mensen aandachtig op te nemen.
Niet dat ze veel zag, de ogen deden haar naam eer aan. Ze staarde slechts, kippen doen dat. Ze kijken vrij onnozel.
Deze en gene merkten haar op en riepen dingen als ‘hé, leg eens een ei’ en ‘verhip, een kip’ en ook wel ‘loop me niet voor de voeten’ of ‘rot op naar je hok’.
Dan hipte ze opzij, onnozel, inderdaad.
In een schaduwplek ging ze even zitten om uit te rusten.
Plotseling hoorde ze iemand lachen. Toen nog meer mensen, tot een massale slappe lach opklonk.
Kippig staarde ze links en rechts, vanuit de ingang van een KFC

==

.

Bloedprikken

Bericht dat ik kreeg deze week:
‘Blabla…bloedprikken… nuchter blijven en een plasje meenemen. Hiervoor kunt u een urinecontainer afhalen….’
Een container. Nou vraag ik je.
Elke keer als ik het lees en hoor vind ik het een lachwekkend woord.
Dan denk ik aan een kliko en dat niet alleen, ik zie mezelf ook zeulen met dat rammelende en klotsende ding en hem afleveren bij de prikster.
Met de zus die wijlen is werd er steevast een mini-act van gemaakt.
‘Alstublieft, de urinecontainer. Denkt U dat het genoeg is? ‘
‘Dank U, hoeveel zit erin?’
‘Litertje of 20…’
‘Dat lijkt me voldoende, ik zal hem leegmaken…’
Verder kwamen we nooit, de slappe lach verhinderde een verdere voordracht. Op het huisartsenbericht en het prikformulier wordt het woord ‘potje’ gebruikt, een heel wat sympathiekere benaming.
Ik mis de zus maar lach hier nog steeds om.
==

De afgelopen dag overdenken

 ‘Dat is nuttig,’ vertelde iemand eens. ‘Ga er rustig voor zitten, formuleer je gedachten zo helder mogelijk. Loop je besluiten na en krijg inzicht in je gedrag. Het geeft rust.’
Het was een kennis die zo vriendelijk overkwam dat hij misschien gelijk had. Dachten we.

Wel, we hebben het uitgeprobeerd, man en ik. We gingen er rustig voor zitten en deden ietwietwaaitweg voor de beginner.
Hoe was je dag, nog wat meegemaakt?
– Vanmiddag dronken we koffie met de chef. Ik heb meteen mijn klacht op tafel gelegd.

Mijn baas kwam met een nieuwe opdracht. Ik heb geweigerd.
 – O ja? Was dat wel verstandig?
Zeker, ik had er geen tijd voor. Was de koffie lekker?
 – Ik had het over die klacht…
Deze prietpraat boeide natuurlijk niet. Het leidde tot de slappe lach, een heel goede afsluiting van de dag maar diepere gedachten waren ver te zoeken. Later werd het een hit op verjaardagen tot het iedereen ging vervelen en we alsnog tot overdenking kwamen. We besloten het verhaal te laten varen.
Het zou in de vergetelheid geraakt zijn als er niet een opmerking van schoonmoeder achteraan kwam:
‘Een avondgebed lijkt me nuttiger.’
Nuchtere Brabantse.