Komt goed….?

‘Alles sal reg kom,  as ons almal ons plig doen’  was een uitspraak van
Johannes_Henricus_Brand
protestalphabet-word-images-1293164__340Het is een (Suid-Afrikaans) luchtig gezegde dat hier zinloos gebezigd wordt en waarvan je het tweede deel bijna nooit hoort.
Troost brengt het meestal niet, oplossingen zelden.
Je hebt er niets aan, een gesprek breekt meteen af.
We zeggen het niet vaak meer.
Of het  J. H. Brand geholpen heeft in zijn regeerperiode weet ik niet, feit is dat hij maar liefst 24 jaar president is geweest van Oranje Vrijstaat.
Niet gek.
Misschien een idee voor politici die demonstranten zoet moeten houden? ‘ALLES ZAL REG KOM… ‘
Zoiets als  ‘Gaat U rustig slapen’.
====

Er is een vlieg

Al twee dagen is hij op bezoek en peinst er niet over te vertrekken. Ik zou geen last van hem hebben als hij me niet zou schaduwen.
Hij zoemt rondjes om mijn hoofd en hangt boven de soeppan. Kijkt televisie direct op het scherm. Inspecteert  mijn brood vanaf twee centimeter zodat ik hem niet kan wegslaan.
vlieghousefly-155460__340Vanmiddag was ik hem spuugzat en verzon een plan, als meppen niet helpt moet je met krachtiger middelen toeslaan.
Ik zou hem vangen met een lepel stroop in een kannetje, snel de deksel erop doen en verder zou ik wel zien.
Wat denk je? Lust’ie geen stroop, hij vloog er met een boog omheen.
Hetzelfde met pudding, toch een vliegwaardig voedseltje.
Net zat hij op de rand van het laptopscherm. Ik verdenk hem van alcoholisme, te zien aan de manier waarop hij naar mijn wijnglas keek maar zei niets, dronk het glas leeg en negeerde hem.
Nu vliegt hij op, waarheen?  Neeeeee, toch niet naar de gangdeur, naar de trap??
Dat nooit, een vlieg in de slaapkamer, alsjeblieft zeg, de mepper, krant, wat dan ook, hij zoemt, ik ren…
gooi de buitendeur open en…
nooit gedacht toch gelukt: hij is eruit.
Ik versloeg een vlieg,  de triomf voelt weergaloos.
Hè, lekker.
Nu kan ik veilig slapen.
==

slapen vs wakkerliggen

wakkerthe-eleventh-hour-3101625__340
Ik zou best vroeg naar bed willen maar dan ben ik te vroeg wakker.
Ik zou, zittend aan de toetsen, kunnen slapen maar dan lig ik in bed weer wakker.
Wat is het toch met die slapen-wakker-verhouding? Waarom leerden we dat niet op school? Er was toch zoiets als wiskunde?
Wat heb je aan slapen-sliep-geslapen als je wakker bent op ongewenste tijden?
Volgens mij was het onderwijs niet goed ingespeeld op nuttigheden, toen niet en nog niet, iedereen die ik het vraag weet het niet.
En de betreffende minister hoef ik niets te vragen of voor te stellen want die is demissionair en ligt misschien ook wakker en zit dus niet te wachten op mijn klacht.
Gaaaaap…
Het valt niet mee allemaal.
=

Maan 1

Nog drie dagen tot volle maan.
Verlangend staar ik naar buiten. Zwarte  takken in witte lichtbanen wisselen af met schaduwen. Die sfeer, o god, langzaam loopt mijn mond vol.
Met een ruk sluit ik het gordijn en keer me af.
Dit moet niet.
Ik dwing me de tabletten te nemen. Naar bed, ik moet  ontspannen, slapen, sla…ap..
==

Nog even…

…over de serie zussen  die mij te grote oren toeschreven.
Dat was echt oneerlijk van ze, ik deed serieus mijn best om net te doen alsof ik niet luisterde. Sterker: ik hóórde ze zogenaamd  niet eens.
Ze liepen er niet in.
Maar jé, ik kon het niet helpen dat ze  telkens in mijn buurt zaten wanneer er iets geheims langs kwam.
Speelde ik stiekem (was eigenlijk verboden) op de hooiberg: stonden zij aan de achterkant te kletsen.
Jatte ik peertjes: hingen zij onder de boom te smoezen.
Zat ik stilletjes onder de tafel: zaten zij aan de thee hun geheimen te bespreken.
Uiteraard dachten ze dat ik dat met opzet deed, ze verwachtten niets anders van een nieuwsgierig kind. Zo zijn grote zussen. Broers ook, trouwens.
Dus hoorde ik onveranderlijk woorden als  ‘Ga verderop spelen, oud wijf.’ ‘Schiet op, ga maar naar buiten.’  ‘Moet jij nog niet slapen?‘  En meer van dat.

Het is maar goed dat ze ook mijn haren wasten, krulspelden indraaiden en met zorg de krullen uitkamden, dat hield de trauma’s tegen.
En voelde goed.
Héél goed.
==

Bedverhaal

De nacht arriveerde.
Ik voelde hem aankomen, geluidloos maar merkbaar trad hij binnen. Horen deed ik hem niet want stilte is zijn bekendste eigenschap die hij, tegelijk met zijn troostend vermogen, over de mensen uitspreidt en waarmee hij ze in slaap sust.
Ditmaal weerstond mijn gepieker hem.
Zeggenschap had ik er niet over; wakkerliggend en waakdromend wachtte ik op de nieuwe dag.
Toen vertrok hij.
‘Dag, nacht’, zei ik, vooruit kijkend naar de volgende avond.
Misschien zou hij dan winnen en ik slapen.

Geen onderdak

Armoe, scheiding, ontslag, alles kan de oorzaak zijn van dakloosheid..
In haar geval was het simpel: het dak waaide er af. Nooit meer teruggevonden.
Geen steun van familie, een enkele zus was voldoende begaan voor een paar opbeurende woorden.
Akkoord, het was een versleten boel, dat dak. De schoorsteen en dakkapellen bungelden er  los aan.
Onderhoud werd nooit gepleegd.
Maar toch, je kijkt raar op als je het floep! zomaar weg ziet waaien. Van de een op de andere dag geen woning meer…
Om die reden heb ik haar de eerst weken bij mij in bed laten slapen.
Dat troostte haar, de arme pop.

Nog ééntje


Lui, soezerig van opkomende dromen, liggen we op bed.
Ik draai me op m’n buik en druk mijn neus in het kussen; hmmm, schone lakens, toppunt van slaapgenot.
Tiktik op mijn schouder, vlinderlicht..
Inwendig grinnikend doe ik of ik niks merk. Verzin een snurkje en bol mijn rug.
Tiktiktiktik…. aarzelend. Ach, hij gaat op de bescheiden toer, zo lief.
Zuchtend beweeg ik lichtjes en speel mee; onverstaanbare woordjes lispelend rol ik naar hem toe, zoek zijn hand en…
…slaapt hij??
Wakker nu, knip ik het licht aan en kijk naar zijn gezicht. In diepe rust.
Het zweet breekt me uit. Wie beroerde me?
Angst kruipt me de rug op, kriebelt in mijn nek; ik krab en vang een spin.
Hij beweegt nog.