Nog even…

…over de serie zussen  die mij te grote oren toeschreven.
Dat was echt oneerlijk van ze, ik deed serieus mijn best om net te doen alsof ik niet luisterde. Sterker: ik hóórde ze zogenaamd  niet eens.
Ze liepen er niet in.
Maar jé, ik kon het niet helpen dat ze  telkens in mijn buurt zaten wanneer er iets geheims langs kwam.
Speelde ik stiekem (was eigenlijk verboden) op de hooiberg: stonden zij aan de achterkant te kletsen.
Jatte ik peertjes: hingen zij onder de boom te smoezen.
Zat ik stilletjes onder de tafel: zaten zij aan de thee hun geheimen te bespreken.
Uiteraard dachten ze dat ik dat met opzet deed, ze verwachtten niets anders van een nieuwsgierig kind. Zo zijn grote zussen. Broers ook, trouwens.
Dus hoorde ik onveranderlijk woorden als  ‘Ga verderop spelen, oud wijf.’ ‘Schiet op, ga maar naar buiten.’  ‘Moet jij nog niet slapen?‘  En meer van dat.

Het is maar goed dat ze ook mijn haren wasten, krulspelden indraaiden en met zorg de krullen uitkamden, dat hield de trauma’s tegen.
En voelde goed.
Héél goed.
==

Advertenties

Bedverhaal

De nacht arriveerde.
Ik voelde hem aankomen, geluidloos maar merkbaar trad hij binnen. Horen deed ik hem niet want stilte is zijn bekendste eigenschap die hij, tegelijk met zijn troostend vermogen, over de mensen uitspreidt en waarmee hij ze in slaap sust.
Ditmaal weerstond mijn gepieker hem.
Zeggenschap had ik er niet over; wakkerliggend en waakdromend wachtte ik op de nieuwe dag.
Toen vertrok hij.
‘Dag, nacht’, zei ik, vooruit kijkend naar de volgende avond.
Misschien zou hij dan winnen en ik slapen.

Geen onderdak

Armoe, scheiding, ontslag, alles kan de oorzaak zijn van dakloosheid..
In haar geval was het simpel: het dak waaide er af. Nooit meer teruggevonden.
Geen steun van familie, een enkele zus was voldoende begaan voor een paar opbeurende woorden.
Akkoord, het was een versleten boel, dat dak. De schoorsteen en dakkapellen bungelden er  los aan.
Onderhoud werd nooit gepleegd.
Maar toch, je kijkt raar op als je het floep! zomaar weg ziet waaien. Van de een op de andere dag geen woning meer…
Om die reden heb ik haar de eerst weken bij mij in bed laten slapen.
Dat troostte haar, de arme pop.

Nog ééntje


Lui, soezerig van opkomende dromen, liggen we op bed.
Ik draai me op m’n buik en druk mijn neus in het kussen; hmmm, schone lakens, toppunt van slaapgenot.
Tiktik op mijn schouder, vlinderlicht..
Inwendig grinnikend doe ik of ik niks merk. Verzin een snurkje en bol mijn rug.
Tiktiktiktik…. aarzelend. Ach, hij gaat op de bescheiden toer, zo lief.
Zuchtend beweeg ik lichtjes en speel mee; onverstaanbare woordjes lispelend rol ik naar hem toe, zoek zijn hand en…
…slaapt hij??
Wakker nu, knip ik het licht aan en kijk naar zijn gezicht. In diepe rust.
Het zweet breekt me uit. Wie beroerde me?
Angst kruipt me de rug op, kriebelt in mijn nek; ik krab en vang een spin.
Hij beweegt nog.