… nee. Als je groot bent.

Als kind had je het gevoel te blijven steken rond het tiende jaar. Het schoot maar niet op en alle leuke dingen gingen je neus voorbij.
Uiteindelijk  was je zestiende verjaardag en mocht je meedoen.
Een deceptie, voor mij althans.
Ik schaamde me dood.  Pa en moe bekeken me trots en voor die glimmende gezichten mocht ik officieel een glas wijn of bier drinken, sigaret opsteken (andere tijden) en meepraten. Ik voelde me te kijk staan en was blij geen klasgenootjes te hebben uitgenodigd.
Ook werd ik geacht hiervan heel erg te genieten, godbetert.
Ik deed opzichtig mijn best me onhandig te gedragen. Dat was nodig om te verbergen dat ik al lang stiekem biertjes dronk en rookte.
Een zus en broer wisten dat. Natuurlijk. Ze grijnsden om elke beweging mijnerzijds en lagen krom toen ik als eerste mijn glas leeg had.
Enfin. Ik was groot.

Pa en moe hadden geen tijd dus geen notie van de gewoontes die hier in de dorpen rondom ons  normaal waren.
Meisjes uit mijn klas gingen op hun veertiende of vijftiende jaar naar de kermisdanszalen. Ze  rookten een sigaret, een enkeling had een vrijer. Werd geheel geaccepteerd zolang ze zich maar netjes gedroegen.
En dan je zestiende verjaardag feestelijk te moeten vieren met je zogenaamde eerste rook en glas.
Het ìs dat ik mijn ouders niet wilde teleurstellen maar anders…
==

Buurten


Van de week zag ik in onze straat twee mannen langdurig een praatje maken, vijftiger of zestigers. Op hun gemakkie stonden ze daar en kletsten wat; de een rolde een sigaret, de ander had zijn hond bij zich.
Niets bijzonders?
Toch wel ’n beetje, je ziet het niet vaak meer. Men groet en gaat zijn eigen weg.
Het is niet alleen dat de wijk verjongt, dat valt wel mee. Rondom me wonen behalve de baby-gezinnetjes verschillende veertigers en een paar vijftigers.
Het is eerder het gebruik van op-je-zelf blijven, iets wat de laatste twintig jaar enorm in zwang is gekomen. Er wordt nog wel gebuurt in kleine kring maar niet vaak meer en meestal bij de auto of garage, binnen de -gesloten- poort.
Ik mag dit wel. De tijd dat iedereen binnenliep beviel me nooit, waarschijnlijk was ik te stijf/Hollands.
Maar ik deed mijn best en zwaaide voor iedereen met de koffiepot.
Daarmee voelde ik me voldoende aangepast.