Zon met een snik


Vandaag prima zonnig weer hier.
Lekker voor wat boodschappen, beetje onkruid plukken en eindigen in de ligstoel standje bijna-plat, uit de wind.

Halverwege de ligsessie werd het me teveel. Wat? Dat weet ik niet.
Misschien de stilte.
De afstandelijkheid in winkels.
Het eindeloos gepraat en doorgeven van nieuwe informatie.
De verjaardag van iemand waar ik wegblijf want ik ken haar vrienden niet voldoende.
Ook het wekelijkse bezoek aan een bejaard familielid laat ik nu achterwege, je weet nooit wie je treft. Zij of een ander zou maar verkouden worden, dat wil je niet.

Zijn het die dingen ? Kan haast niet.
Ik hou van stilte op zijn tijd, ben meestal belust op nieuws, in de winkels ie iedereen vriendelijk genoeg, de verjaardag vieren we later wel, het bezoek wordt ingehaald.
Dus wat? Ik houd het op de algehele malaise die ongemerkt binnensijpelt.
Wat te doen?
Voorzichtig denk ik aan de chocolade paaseitjes die in de kelder liggen, als ik zeker wist dat ze me opfleurden vroot ik ze allemaal op maar zelfs dat kan me niet bekoren en de fles chardonnay ook niet.
Een sigaret misschien.
Vreemde gedachte na twintig jaar, alsof ik er echt een zou opsteken als een roker het me aanbood.
Maar die is er niet.
==

Zwanger

In het verhaal over een gegoed Brits gezin uit 1930 lees ik dit.

Mama is zwanger, misselijk en nerveus.
Papa schenkt haar een gin in, dat is kalmerend.
Keukenmeid komt met aspirine, tegen de buikpijn.
Dochter presenteert haar een sigaret, voor de zenuwen.
Mam drinkt, slikt en rookt, kalmeert inderdaad en zijgt puffend terneer op een sofa. Uiteindelijk komt alles goed, zoon wordt geboren en de opvolging is gered.

Het was een gangbare manier van leven in deze kringen, in meerdere of mindere mate ook in andere Europese landen.
Ze overleefden.
Allemaal?
Dat weet ik niet.

… nee. Als je groot bent.

Als kind had je het gevoel te blijven steken rond het tiende jaar. Het schoot maar niet op en alle leuke dingen gingen je neus voorbij.
Uiteindelijk  was je zestiende verjaardag en mocht je meedoen.
Een deceptie, voor mij althans.
Ik schaamde me dood.  Pa en moe bekeken me trots en voor die glimmende gezichten mocht ik officieel een glas wijn of bier drinken, sigaret opsteken (andere tijden) en meepraten. Ik voelde me te kijk staan en was blij geen klasgenootjes te hebben uitgenodigd.
Ook werd ik geacht hiervan heel erg te genieten, godbetert.
Ik deed opzichtig mijn best me onhandig te gedragen. Dat was nodig om te verbergen dat ik al lang stiekem biertjes dronk en rookte.
Een zus en broer wisten dat. Natuurlijk. Ze grijnsden om elke beweging mijnerzijds en lagen krom toen ik als eerste mijn glas leeg had.
Enfin. Ik was groot.

Pa en moe hadden geen tijd dus geen notie van de gewoontes die hier in de dorpen rondom ons  normaal waren.
Meisjes uit mijn klas gingen op hun veertiende of vijftiende jaar naar de kermisdanszalen. Ze  rookten een sigaret, een enkeling had een vrijer. Werd geheel geaccepteerd zolang ze zich maar netjes gedroegen.
En dan je zestiende verjaardag feestelijk te moeten vieren met je zogenaamde eerste rook en glas.
Het ìs dat ik mijn ouders niet wilde teleurstellen maar anders…
==

Buurten


Van de week zag ik in onze straat twee mannen langdurig een praatje maken, vijftiger of zestigers. Op hun gemakkie stonden ze daar en kletsten wat; de een rolde een sigaret, de ander had zijn hond bij zich.
Niets bijzonders?
Toch wel ’n beetje, je ziet het niet vaak meer. Men groet en gaat zijn eigen weg.
Het is niet alleen dat de wijk verjongt, dat valt wel mee. Rondom me wonen behalve de baby-gezinnetjes verschillende veertigers en een paar vijftigers.
Het is eerder het gebruik van op-je-zelf blijven, iets wat de laatste twintig jaar enorm in zwang is gekomen. Er wordt nog wel gebuurt in kleine kring maar niet vaak meer en meestal bij de auto of garage, binnen de -gesloten- poort.
Ik mag dit wel. De tijd dat iedereen binnenliep beviel me nooit, waarschijnlijk was ik te stijf/Hollands.
Maar ik deed mijn best en zwaaide voor iedereen met de koffiepot.
Daarmee voelde ik me voldoende aangepast.