Utopia

Te vlug zappend kwam ik op Utopia. Nog vlugger ging ik er voorbij.
Een paar keer heb ik moeite gedaan de serie te volgen, zowel Utopia 1 als Utopia 2.
Dat hield ik niet lang vol.
Wat het is weet ik niet maar ik vond het programma zo deprimerend dat ik er zelf naargeestig van werd.
Ik heb niets tegen het format.
Is het de armoedige uitstraling? Ben ik te verwend met beroepsacteurs?
De sfeer van grauwheid? Of verbeeld ik me dat en keek ik op het verkeerde ogenblik? Van Big Brother herinner ik me dit niet maar die kwamen in een kant-en-klaar huis.
Met wat voor ogen moet je dit bekijken?
Niet met het idee van een echte utopie of komt dat nog? Het staat wel heel ver af van een idealistisch beeld.
Of ben ik simpelweg te oud om dit te kunnen waarderen?

Advertenties

Familieoord


Het is zo  mooi, ons familieoord.
Pa en moe wonen er,  schoonmoeder.
Alle broers en zussen van beider families, met wederhelften en kinderen. Ze zijn hier thuis; genieten van de zachtaardige sfeer die in de lucht hangt, van de bomen en bloemen, van de warme zonnestralen en de geur van  hoog gras die zelfs in de winter blijft hangen.
We zingen de top twintig;  bijen zoemen mee en met gemoedelijke wespen drinken we gezamenlijk uit glazen zoete wijn en eten vegetarische reebouten.
Een man passeert; hij bekijkt onze familiewoonst met duidelijk verlangen. We wenken hem.
Hij komt , kijkt en vertrekt.
Hij gelooft niet in dromen.

Gedachten

Af en toe verschijnt er een beeld van jaren her op mijn netvlies.
Dat kan van alle leeftijden en situaties zijn, soms goed, soms minder en ook wel eens ronduit slecht.
Het idee dat vroeger alles beter was verwerp ik maar er waren natuurlijk ook mooie  momenten.
Een van de beste was die waarop een van de zussen op haar gitaar speelde en zong, met een andere zus of een vriendin. Dan werd de radio uitgezet.
Er was een zus die piano speelde, een die gitaarles had en een die het op eigen houtje probeerde maar de zus die zong blijft het meest in de herinnering hangen. Haar stem had iets, iets sweets en was verstaanbaar tegelijk,  zelfs oude zeurliedjes van eenzame cowboys en kampvuren verzachtte ze tot een sfeer waarbij het liedje er niet toe deed, alleen haar stem hoorden we.
De gloeiende kachel en gedimde schemerlamp droegen ongetwijfeld bij aan die sfeer.
Maakt niet uit, de herinnering is mooi genoeg om vrede te hebben met de minder mooi dingen.

De Verschrikkelijkweinige Sneeuw-man


De sneeuw deed er uren over om slechts een doorschijnend laagje aan te brengen.
Mensen wreven zich in de handen, door de ramen turend, wachtend op een wintersfeer. Sneeuwballengevecht bij maanlicht, ahhh…
Tegen schemertijd echter was de laag nog steeds te min; men berustte en sloot de luiken. Er waren tenslotte ook schaatswedstrijden op de televisie.
Buiten, waar het zo stil was dat de vlokken hoorbaar neerzoefden, verscheen een gedaante. Van straat tot straat liep hij, via het centrum naar alle richtingen en terug maar vond niemand om de weg te vragen. Hij zag er eigenaardig uit in zijn dikke bontjas, het gezicht diep verdoken in de capuchon.
Tenslotte bleef hij staan in het park. Ook daar was de stilte enorm, echo’s klonken bij het ademen.
Hij haalde een telefoon tevoorschijn, belde en gromde:
‘Met Yeti, kan iemand me ophalen? Niets te beleven hier.’

En zo gebeurde het dat de mensen opschrikten van rare geluiden, de straat op stoven en een gedaante zagen touwklimmen naar een sneeuwkist met de aanduiding Himalaya-Express.
Ademloos keken ze toe en zwaaiden met zakdoeken.  ‘Sfeervol, dat toestel,’ zei iemand.
Allemaal knikten ze.