Dat was het weekend

Het weekend is voorbij. Spijtig maar terecht, mooie dingen langer rekken is niet juist, daar  gaan ze maar van rafelen.
Praten, eten (tv en internet uit het zicht), een tijdverdrijf waar ik dol op ben en de bezoekers graag aan meedoen ondanks het generatieverschil.
Over onderwerpen die we juist van deze media vandaan halen zodat we stevig tegen elkaar  opbieden in de trant van  jij zegt dit wel maar weet je dat….  waar haal je dat vandaan?….  zal ik je laten zien… enzovoorts. Deskundigheid of het gebrek eraan speelt geen rol.
Na dergelijke sessies koester ik mijn schorgekletste stem -wetend dat die de volgende dag weer helder is- maar vooral de gezelligheid van puntige gesprekken, elkaars mening toetsen, weerspreken, argumenteren,  zonder dat er bijzondere belangen meespelen.
En dat laatste maakt ze juist zo speciaal.
Die gesprekken met (schoon-)kinderen.

Over foto- en dia-avondjes


Ken je dat? Foto’s moeten kijken en bewonderen, meestal van een vakantie? Na drie plaatjes had je er genoeg van maar uit fatsoen ging je door. Erger waren de dia’s waarmee een complete avond naar de knoppen werd geholpen; licht uit, doek uitgerold.
Op twee ellenlange uitzonderingen na viel het meestal mee, gelukkig.
Nog gelukkiger is het huidige tijdperk waarin hoogstens een paar exemplaren op de telefoon  voor je neus worden gehouden (men geeft het ding niet graag uit handen) en je niet de hele avond hoeft  te ah-en en oh-en.
Die twee keer waren papieren fotosessies. Een van het bouwen van een huis, een van het verbouwen van een ander huis.
Niet te geloven:
– uitzetten van fundering
– storten van fundering halverwege
– storten van fundering voltooid
– eigenaar die higfive-t met funderingleggende opperman en betonmolen
enzovoorts, met schattige onderschriften, tot na zesduizend opnames de vlag in top hing en we knettergaar waren.
Het album van de tweede sessie was vergelijkbaar;  van het uitbreken van de eerste deur tot de laatste lik verf.
Pfff.
Dit zijn mooie herinneringen voor de eigenaren en/of hun kinderen maar een buitenstaander heeft er al gauw genoeg van.

Hier dacht ik aan toen een nichtje in onze albums neusde en de helft van de bladen ongeïnteresseerd omsloeg.
‘Ouwe meuk’, zei ze.