Hoe zwart mag zwarte humor zijn?

Een heikele kwestie.

Ik bedoel geen onfrisse seksmoppen, ik heb het over de dood.

In een vroegere schrijfclub werd zwarte humor niet op prijs gesteld, het werd door een groepje als ‘te hard’  ervaren. Spot over de dood was not done. Dat het een seniorenclub was zal misschien meegespeeld hebben, je zou maar met een halfversleten hart rondlopen en harde grappen over een kerkhof moeten lezen. De andere helft trekt dat beslist niet.
Een moeilijke zaak is ook de kleur van deze humor. Macaber, sinister, luguber, dat zijn, in dit verband, de associaties met zwart.
Is een liefhebber dan automatisch een gestoorde griezel? Er zijn mensen die dat aannemen, in hun optiek is lachen om de dood gelijk aan het oproepen ervan, op zijn minst uitdagend. Bij dat laatste denk ik eerder aan sommige regeringsleiders maar dat is een andere zaak.
Uiteindelijk weet ik nog steeds niet hoe zwart zwarte humor mag zijn.
Pekzwart, zwarter – zwartst, lichtzwart, doorschijnend zwart, zwart randje,  zweempje zwart,
of zal ik gewoon mijn eigen gang gaan met het gevaar te worden opgesloten?
In dat geval hoop ik op bezoek. Met zwarte drop in plaats van een fruitmand.

Advertenties

Over leeftijd.


Het is niet altijd verstandig om toe te geven maar ik zeg het toch: ik loop tegen de zeventig.
Heden ten dage is dat niet meer aftands te noemen gezien de actieve senioren over wie je bijna struikelt. Fietsend, wandelend, gymnastiekend, je wordt doodmoe van ze.

‘Worden wij ook zo?‘ vroeg ik ooit aan echtgenoot na voor de zoveelste keer zowat platgereden te zijn door een jolig stelletje ouwe lullen.(zo noemden we ze, uit ergernis)

Ik hoop het niet.‘ Met een gepijnigde blik keek hij me aan. ‘Maar zadelpijn….’

Daar hoorde je dus nooit wat van.

Enfin.

Nu de levensverwachting intussen tot ver over de honderd jaar is gestegen behoor ik tot een soort middelbare bevolkingsgroep. Er zijn nog mensen boven mij.
Grappig om nog U te zeggen tegen ouderen. Zoals me als kind geleerd is.
Zo voel je je vanzelf een jonge blom 🙂