Over bang

Dat ben ik, van aard. Overgeërfd misschien.
Of waren een paar dingen toch van invloed? Ik weet het niet, in grote gezinnen had je altijd wel iemand die je aan het schrikken maakte.
Er was een zus die graag enge dingen deed als plotseling voor en donker raam staan. Ik was haar meest gewilde slachtoffer.
Grote zesdeklassers met griezelpraatjes over rare mannen in de bosjes, gluipers die in het donker rondslopen.
Natuurlijk hadden we ook een lollige oom die ons de stuipen op het lijf joeg met aanschouwelijke beelden van de bullebak en tientonen, wonend in ons  modderslootje.
Dan had je nog iemand die grappig dacht te zijn.
Wachtend op de trein stond hij op het randje van het perron en zei dan: je zou toch met je hoofd op de rails vallen.
Of op de pont deed alsof hij het IJ in zou rijden.
Echt overal deed hij zoiets, de lammeling.
Hij zal zelf wel bang zijn geweest.

Moe verbood bangmakerij ten strengste maar ja, achter haar rug gingen de dingen hun eigen gang.
Nu zit ik er mee opgescheept.
In elke hoek zie ik een griezel van draculaformaat en schrik me dood van mijn spiegelbeeld. Schuifelend verplaats ik me door de straten, vraag me af wat er in deze laptop huist en wie zegt dat de buurkat niet een verkapt monster is?
Nou? Nou??
==

Haast

Al zo laat? Vlugvlug. Tas, alles erin? Knip, pasjes, gsm, tabletje, sleutels, adres, kauwgum.
Ik ga. Deur op slot.
Het keukenraam weerspiegelt en ik schrik.
O god, bijna het belangrijkste vergeten. Terug.
Blindelings pak ik potloodje rood, een zwart en bruin voor ogen.
Borstel de haren, opduwen.
Pffff hoe laat ist? Nog op tijd.
Opgelucht check ik, nu in de grote spiegel. Het kan nog.
Hè?? Watsienik?  Het spook van de opera…….

Het is me eerder overkomen, toen merkte ik pas bij de winkel dat ik rode oogleden en bruine lippen had.. Nog net voor ik binnenstapte kon ik het wegpoetsen met een zakdoek.
Daar hebben we vaak om gelachen, zo’n dom gedoe.
Over hardleers gesproken.
==

Streng in de christelijke leer. Pseudo-olleke bolleke.

 Ollekebolleke is een dichtvorm.

‘Man,’ vraagt een gelovige
vrouw aan haar dovige
brave gemaal,
‘wordt het geen tijd dat ik
werpe een aardse blik
op de moraal?’

‘Vrouw,’ antwoordt echtgenoot
-schrik kleurt zijn wangen rood-
‘hoor ik dat goed?
Al die moderniteit,
niets voor een christenmeid,
hou je bij’t broed!’

© Bertie