DiKtionnaire


Met informatielectuur moet je leren omgaan.
Bladerend in de oude WP-atlas bleef ik als kind herhaaldelijk steken bij plaatjes en onderschriften. Achtergrondkennis deed ik niet op.
Toen ik een paar jaar later in woordenboeken neusde, las ik opnieuw gefascineerd als in een spannende roman.  Springend van vreemd woord naar vreemd woord.
Dat was nog eens fijn leeswerk, dacht ik, nu word ik wijs en ga verhalen schrijven. Sprookjes over brijbaardige draken en monsterlijke quagga’s, ik zag ze al voor me.
Er kwam niets van terecht behalve in mijn hoofd en dat viel niet te lezen.
Enfin.
Uiteindelijk wende ik aan de gespletenheid van taal, algemene woordkennis enerzijds en het schrijven van opstellen anderzijds. Het zijn heel verschillenden dingen . Ze vullen elkaar hoogstens aan.
Je hebt weinig aan vreemde woorden alleen, taalvaardigheid is minstens zo belangrijk.

Nog later kreeg ik een nieuwe Van Dale, veertiende editie. Drie dikke boekdelen, maar liefst 4138 pagina’s plus een paar extra hoofdstukken die op een middelbare school niet zouden misstaan als geschiedenis- en literatuurlessen.
Ze zijn lastig te hanteren, passen niet op het bureau  of op de bijzettafel, maar ik blader er af en toe in en vind nog steeds mooie woorden en uitdrukkingen. Google is voor de oplossingen, dan heb ik alsnog wat geleerd.
Quid hoc sibi vult?
==

De visite is weg


Nu had ik geen tijd om een logje te bedenken.
– Daar ligt de wereld niet wakker van, er zijn hordes mensen die nooit wat bedenken. Waarom zou jij dan klagen.
Ik klaag niet. Ik zeg alleen dat ik geen tijd had.
– Ik weet het, je zegt maar wat. Jij zegt heel vaak maar wat, waarom eigenlijk?
Dat is jóuw interpretatie.
– Zucht.
Wat nou weer?
– Je bent toch niet verplicht te schrijven?
Nee, ik vind het gewoon leuk.
– Als je echt zo nodig moet, schrijf dan wat zinnigs.
Waarom? Een weblog is geen kerkboek.
– Nee, maar een beetje ernst zou op zijn plaats zijn.
Kom op, wie is daar bij gebaat?
– Het brengt de mensen tot nadenken.
Tsss, je praat als een schoolmeester.
– En jij kletst als een politicus.
==

Weblog? Kerstboom.

Al een poosje zoek ook ik naar een nieuwe opmaak voor Bertjens. De halve dag besteedde ik er aan
Maar als ik eindelijk iets had gevonden naar mijn zin bleek het een betaalde versie.
En dat voor een krenterige Hollandse, ze mogen blij zijn dat ik er in schrijven wil.

Dan maar aan de kerstboom beginnen, daaraan wijdde ik de andere daghelft.  Aanvankelijk was er twijfel, wel zetten? niet zetten? alleen de verlichting? groen laten? weggooien? kerstplantje kopen?
Ik heb hem toch maar tevoorschijn gehaald en opgetuigd.
Alles wat aan sierspul aanwezig is hangt er in, dan kan ik tenminste geen kerststukjes meer maken. Dat is altijd een gedoe. Overgeschoten stukjes zilverlint, een vergeten engel, ster, klokje, het moet allemaal ergens in en aan en wordt in potjes gestopt en aan schilderijen gehangen want dat ‘staat zo gezellig’ en ik vind er niets aan.

Het is wel vroeg dit jaar.
Ik hoop maar dat het niet te gauw verveelt, hij moet tot minstens kerstavond blijven staan, bij het etentje.
Dan kan ik eerste kerstdag aan de afbraak beginnen, na een lange avond van stille en heilige nachten ben je blij als het weer ochtend is.
Gezond weer op (nou ja…) en de beuk erin.
Een echte kerstgedachte.

Voorbij

Het is stil.
De sfeerkaars suist, speelt bij tochtvlagen een variatie.
Ik zit aan de toetsen en tik. Mijn brein flitst, alles wat ik bedenk wordt genoteerd.
Het kaarsengespetter stuurt me richting romantiek.
Ideeën dienen zich aan.  Ze  laten zich met moeite vangen. Van enkele vind ik een spoor terug in de tekst, de meeste vervluchtigen, verjaagd door nieuwe, opdringeriger invallen.
Koppig ga ik door. Scènes volgen elkaar op, langer wordt het verhaal, intenser de plot.
Als een bezetene vlieg ik over de toetsen, begerig naar het einde dat zich ontvouwt tot een drama dat ik niet voorzie.
Nog een inval, een laatste idee, alweer een paar woorden, niet teveel? geeft niks, bewerken volgt nog.
Tenslotte ligt er een redelijk concept.
Overlezen?
Beter een nachtje laten liggen.

Volgende ochtend lees ik, zie dat het tegenvalt en delete, plak, kopiëer, voeg nieuwe zinnen toe. Sleep, weer terug, schift met pijn.
Gespannen lees ik opnieuw.
En huil om het zoveelste mislukte verhaal.
Het allerlaatste.
==

Lezen en schrijven

Het was een lange dag met veel (winkel-)bezoek en geblader in tijdschriften. Daarbij kwam de volgende herinnering bij me op.

In het huis van mijn jeugd zwierf altijd lees- en schrijfwerk.
Van krant tot kladblok, van tijdschrift tot postpapier en van alles daartussenin.
We vonden dit heel gewoon, bij familie zagen we het ook.
Ook in mijn eigen gezin tierden de papierhopen welig.
Toen, op een dag, kwamen man en ik bij nieuwe kennissen te logeren.
Hartelijke ontvangst, prima bed, brood en bad; toch was ik te vroeg wakker (als gewoonlijk) en ging op zoek naar iets te lezen, desnoods een oude krant.
Niets.
Helemaal niets vond ik behalve een bijna lege krantenbak. Daar lag een haakwerkje in.
Omdat we de avond tevoren gekaart hadden keek ik of het spel er nog lag, ik hoopte op een bijbehorend blokje met potlood of iets dergelijks. No way.
Ik was er beduusd van.
Natuurlijk begrijp ik dat niet iedereen van lezen houd of geen krant heeft maar de meeste huishoudens hebben iets van papier, zelfs degenen die altijd alles opruimen, al is het een kalender voor afspraken en verjaardagen.
Ik zou niet weten hoe ik de overtollige tijd moest doorkomen, ook toen ik voor de kinderen zorgde en sportte en een echtgenoot zoet hield was er tijd teveel.  Misschien was handwerken nuttiger geweest. Of wat dan ook.
Dit speelde me door het hoofd.
De kennissen waren eenmalig, kerstkaarten kwamen niet meer.
Ze hadden zeker geen pen.

Over ambities

Die heb ik niet. Nooit gehad.
Het mag een wonder heten dat ik een paar diploma’s heb,  die van zwemmen bijvoorbeeld, en een van school. Natuurlijk was ik trots op een mooi punt maar een iets lager vond ik ook goed.
Op handwerk-,  gymnastiek- en kabouterclubs blonk ik nergens in uit, waarom zou ik, en wie zegt dat het me zou lukken?
Slechts een paar maal werd ik bevangen door competitiedrang, met  verhalenwedstrijden. Een paar keer won ik, mijn werk werd geplaatst in een bundeltje en ik kreeg het thuisgestuurd als bewijs. Sjonge. Ik wist niet wat me overkwam.
Dat was genoeg. Het gebeurt nog maar zelden dat ik iets instuur; het idee dat meer dan een kwart miljoen amateurs hetzelfde doel hebben doet me inzien dat de winkans te klein is om me daar druk om te maken.

Nederland heeft er niets mee geleden en de rest van de mensheid ook niet.
Als een boek van mijn hand de wereld zou redden, ja dan.
Dan begon ik er gister nog aan.