Voorbij

Het is stil.
De sfeerkaars suist, speelt bij tochtvlagen een variatie.
Ik zit aan de toetsen en tik. Mijn brein flitst, alles wat ik bedenk wordt genoteerd.
Het kaarsengespetter stuurt me richting romantiek.
Ideeën dienen zich aan.  Ze  laten zich met moeite vangen. Van enkele vind ik een spoor terug in de tekst, de meeste vervluchtigen, verjaagd door nieuwe, opdringeriger invallen.
Koppig ga ik door. Scènes volgen elkaar op, langer wordt het verhaal, intenser de plot.
Als een bezetene vlieg ik over de toetsen, begerig naar het einde dat zich ontvouwt tot een drama dat ik niet voorzie.
Nog een inval, een laatste idee, alweer een paar woorden, niet teveel? geeft niks, bewerken volgt nog.
Tenslotte ligt er een redelijk concept.
Overlezen?
Beter een nachtje laten liggen.

Volgende ochtend lees ik, zie dat het tegenvalt en delete, plak, kopiëer, voeg nieuwe zinnen toe. Sleep, weer terug, schift met pijn.
Gespannen lees ik opnieuw.
En huil om het zoveelste mislukte verhaal.
Het allerlaatste.
==

Advertenties

Lezen en schrijven

Het was een lange dag met veel (winkel-)bezoek en geblader in tijdschriften. Daarbij kwam de volgende herinnering bij me op.

In het huis van mijn jeugd zwierf altijd lees- en schrijfwerk.
Van krant tot kladblok, van tijdschrift tot postpapier en van alles daartussenin.
We vonden dit heel gewoon, bij familie zagen we het ook.
Ook in mijn eigen gezin tierden de papierhopen welig.
Toen, op een dag, kwamen man en ik bij nieuwe kennissen te logeren.
Hartelijke ontvangst, prima bed, brood en bad; toch was ik te vroeg wakker (als gewoonlijk) en ging op zoek naar iets te lezen, desnoods een oude krant.
Niets.
Helemaal niets vond ik behalve een bijna lege krantenbak. Daar lag een haakwerkje in.
Omdat we de avond tevoren gekaart hadden keek ik of het spel er nog lag, ik hoopte op een bijbehorend blokje met potlood of iets dergelijks. No way.
Ik was er beduusd van.
Natuurlijk begrijp ik dat niet iedereen van lezen houd of geen krant heeft maar de meeste huishoudens hebben iets van papier, zelfs degenen die altijd alles opruimen, al is het een kalender voor afspraken en verjaardagen.
Ik zou niet weten hoe ik de overtollige tijd moest doorkomen, ook toen ik voor de kinderen zorgde en sportte en een echtgenoot zoet hield was er tijd teveel.  Misschien was handwerken nuttiger geweest. Of wat dan ook.
Dit speelde me door het hoofd.
De kennissen waren eenmalig, kerstkaarten kwamen niet meer.
Ze hadden zeker geen pen.

Over ambities

Die heb ik niet. Nooit gehad.
Het mag een wonder heten dat ik een paar diploma’s heb,  die van zwemmen bijvoorbeeld, en een van school. Natuurlijk was ik trots op een mooi punt maar een iets lager vond ik ook goed.
Op handwerk-,  gymnastiek- en kabouterclubs blonk ik nergens in uit, waarom zou ik, en wie zegt dat het me zou lukken?
Slechts een paar maal werd ik bevangen door competitiedrang, met  verhalenwedstrijden. Een paar keer won ik, mijn werk werd geplaatst in een bundeltje en ik kreeg het thuisgestuurd als bewijs. Sjonge. Ik wist niet wat me overkwam.
Dat was genoeg. Het gebeurt nog maar zelden dat ik iets instuur; het idee dat meer dan een kwart miljoen amateurs hetzelfde doel hebben doet me inzien dat de winkans te klein is om me daar druk om te maken.

Nederland heeft er niets mee geleden en de rest van de mensheid ook niet.
Als een boek van mijn hand de wereld zou redden, ja dan.
Dan begon ik er gister nog aan.