versje·winter

Korte winter

Het was een kortdurende winter
slecht even, niet meer dan een flinter
van wind sneeuw en ijs
maar groots was de prijs
te schaatsen zo snel als een sprinter

Toen was het weer tijd om te dooien
de tintel van  kou te verklooien
na zand zout en water
kwam weldra de kater.
Die winters, het zijn enkel fooien.
==

licht·zon

Het wordt licht

’s Morgens merk je het voor je je ogen opent, althans, zo lijkt het, dat je het kunt zien in je slaap.
Tegen achten bedenk ik of ik zal gaan voor koffie of nog even blijf soezen.
Maar soezen bij daglicht lukt niet altijd.
Tegen zessen ’s avonds denk ik opnieuw na: gordijnen dicht of de schemer nog even laten.
Prettige vraagstukken zijn dat.
Over schaatsen in/op open water en de TdT die niet doorgaat heb ik geen andere gedachten dan dat het geen haalbare kaart is want te laat in het jaar, de zon heeft teveel kracht.  En dat hadden we kunnen voorspellen.

Eén minizorgje is er nog en dat zijn de bestelde boodschappen die morgen worden gebracht. Ik had een paadje vrijgemaakt bij de voordeur, een aardige buurman had er meer van gemaakt maar kon niet alle ijs wegkrijgen van het trottoir, de laag is te dik.
Nu hoop ik maar dat de bezorger veilig bij de voordeur komt.
Ik zie hem al glijden en de krat wegzeilen, inhoud over de stoep en onder auto’s wegrollen, hij kreunen, ik er sukkelig bij staan, gottegot wat een toestand.
Laat ik niet verder denken, dit is niet constructief.
Straks naar een warm bed met een boek, dat is een prettiger vooruitzicht.
Nog een kop thee en een mee naar boven.
Een laatste slok, zoetjesaan in slaap vallen en doorgaan tot de zon opkomt.
==

weer

Mooi weer

Het leek wel vakantie.  Zon, blauwe lucht, draaglijke wind.

Ondanks hoop op een strenge winter (die intussen krimpt en krimpt) waardeer ik deze lentevoorbode zeer.
Voor grondwerk is de tuin te stijf bevroren anders had ik tulpen geplant en het vijvertje opgeschoond, nu houd ik het op schaatsen, misschien morgen al. Op 1 m³ kun je een flinke haal maken, eventueel koop ik kleinere noortjes.
Nadat het achterpad was geveegd nam ik de voordeurstoep onderhanden.  Verderop in de straat was ook al iemand aan het voorjaren, hij zwaaide met de tuinschaar en floot er bij. Kennelijk waren we aanstekelijk, binnen een kwartier was  iedereen aan het knippen, plukken en schrobben, je wist niet wat je zag.
De buurkat lag te zonnen op een autodak,  een paar hondjes verdrongen zich voor het raam en keken kwispelend; zij hadden er natuurlijk bij willen zijn.
Het was een uitbundige middag waarbij we graag wat muziek hadden gehad maar ja,  het vriest nog en wie kent er nou een ijs-elijk lenteliedje.

wanten

Spartaans

De afgelopen dagen zag ik veel mensen met handschoenen. Het weer was er ook naar.
Zelf gebruik ik ze nog niet omdat ik alleen korte stukjes loop of fiets.
Hierbij dacht ik aan de opvattingen van mijn moeder die ons wilde harden. Niet te vroeg met dikke kleren, zo lang mogelijk zonder wanten,  blootshoofd op de schaats.
Bewegen hielp het beste tegen kou. Dan ging je maar rennen en met de armen zwaaien.
Wij waren niet blij met haar ‘wreedheid’, verontwaardiging stak elke winter de kop op en we zochten zelf tussen het wintergoed. Mutsen en sjaals hoefden we niet maar wanten zeer zeker. Ze breidde ze zelf van, naar ze zei, de allerbeste 3Suisseswol, (voor jongeren onbekend?) en waren meestal te dun. Wat kon ons dat merk schelen, warme handen wilden we.
Een van de grote zussen breidde ze met dubbelgaren maar dat vond moeder overdreven: zo wenden we niet aan kou.
Een beetje gelijk had ze natuurlijk wel, van spelen, hardlopen en schaatsen bleef je lekker warm  maar die handen, verstijfde vingers die naderhand tintelden tot je er misselijk van werd en bijna jankte van de pijn.
Enfin, we overleefden alle winters en groeiden rustig door, koud of niet.
Pas bij volwassenheid wierpen haar woorden vrucht af, handschoenen droeg ik hoogstens bij langere fietstochten terwijl mijn man het liefst wollen dekens om zijn stuur zou draaien.
Nu heb ik ze haast nooit nodig.
Komt goed uit.
←Dit is het laatste paar wat ik nog heb: