Nooit goed

Noem me ondankaar, een zeurpiet, een zeikwijf, maar ik word dat weer zo moe.
Zo droog, zo vaag. Zo saai.
Ineens heb ik er genoeg van.
In de zon mag het mooi en zomers lijken, het is zo véél van hetzelfde.
Daar word ik net zo ongedurig van als van lange regenweken.
Af en toe een onderbreking zou me blij maken.
Niet te lang natuurlijk, een paar dagen regen, storm, onweer met vurige flitsen die knallend donderen, rommelend in de verte.

Vanmorgen zag ik ijs op het platdak en werd bijna lyrisch. Hoera, een winterweekend, bibberend naar truien zoeken (hoe zien die er ook weer uit?), straks erwten kopen en een bovenpoot.  Handenwrijvend dook ik onder de douche en verbeeldde me dat ik al kippevel had. De thermostaat omhoog, halleluja.
Helaas, het stelde niets voor.
Eer dat de radiators warm waren was het ijs al gesmolten.

Lusteloos pook ik in de droge tuin,  klimops en druivenstruiken zijn bijna kaal, uitgedroogd.
Het leeft niet meer, de grond ziet er doods uit.
Zelfs het onkruid wil niet meer groeien.
Laat ik dat dan maar als een voordeel zien en hopen dat ik morgen uitgemopperd ben.
=

Advertenties

Regenconcert


Kletsend plenzend,  dan weer druppelsgewijs.
Als pauze een gelijkmatig gedeelte, gestadig, monotoon, een slaapmiddel bijna.
Plots een uitbarsting,  ssssjj,  opende zich een hemelse niagara? Duistere wolk erboven, antracietkleurig en somber. En verbleekt, verandert. Alweer.
Lichtgrijs, nog net geen blauw, sproeit sprieterige druppels, nauwelijks voelbaar, toch nat.
Allengs krijgen ze body en groeien samen op tot een volwassen bui.
Kwartieren, minuten, alle variaties in tijd en volume komen langs.
Plassen dijen uit en zakken weg, groeien weer aan. Borrelen en vallen bijna stil, rimpelen weer op.
Nat, half droog, kledder, drijf, dampend en dan weer druipnat.
Regendagen saai?

Kunstmaan Gaia ontdekt sterren in Melkweg

Tja. Saai wordt het wel, voor een leek.
Nieuwsgierig naar de ruimte was ik altijd al maar bij  een bericht als dit word ik moedeloos.

De vraag dringt zich op waar die kennis toe leidt; wat is de volgende stap, een nieuwe groep sterren ontdekken en benoemen? En daarna? De ontdekking van nog meer? Door- en doorgaan met zoeken in de hoop een buitenaardse ‘mens’ te vinden? Waar verbergen ze zich trouwens, de gluiperds; op  3rd rock from the sun? Welke zon? Het lijkt zoeken in het wilde weg en misschien is dat ook zo.
De ruimte is onmetelijk en onmeetbaar, we kunnen duizend eeuwen reizen en speuren met als resultaat het vinden van almaar nieuwe lichtpunten. Tot we ruimte☻ tekort komen om ze in kaart te brengen maar nog steeds geen teken van beweging waarnemen.
Want dat ergens in het heelal leven -of een equivalent ervan- bestaat,  geloof ik wel; alleen gaat het zoeken ernaar op deze manier erg lang duren
Als leek denk je onwillekeurig aan boeken van iemand als  de oude Asimov   en andere knappe schrijvers.

Die wisten er tenminste nog een verhaal bij te fantaseren.