buren

Over buren.

Iemand had het over een buurvrouw. Daar ging ik niet op in, buren zijn een heikel onderwerp waarover te makkelijk ruzie kan otstaan. De goede niet te na gesproken want die zijn er ook.
We leerden van mijn moeder ons niets van  kwade buren aan te trekken zolang we niets verkeerds deden.
Daar dacht ik het mijne van.
Dat leek me geen punt voor haar. Vrijstaand huisje, ruimte genoeg, grote gezinnen waardoor de huisvrouwen weinig tijd hadden elkaar te begluren.
Ze lachte me bijna uit. Ik hoorde dat ook vroeger mensen ALTIJD tijd hadden om hun buren te beloeren, te bekritiseren en te bekletsen.  Ja maar, waarover dan?
De was, vertelde zij, was een grote informatiebron. Die hing voor iedereen te kijk.
De hoeveelheid maandverbanden (denk aan uitwasbare badstoffen lapjes), luiers, ondergoed en beddengoed vertelde veel over iemands huisvrouwelijke kwaliteiten en zwangerschappen, al of niet van dochters.  Meestal gefluisterd.
De mannen waren ook niet mals.
Op fabrieken, in de bouw, op het land, er werd wat afgekletst. Met elkaar en over elkaar, moeder had dan ook een eigen gezegde over roddelen: vrouwen hebben de naam, mannen hebben het gedaan.
Dat herinner ik me nog. Pa kwam vaak met nieuwtjes thuis, ook de smeuïge. Wanneer wij op bed lagen maar het toch hoorden.
‘Weet je dat die-en-die gaat verhuizen? Ze kunnen niet aarden in de buurt.
Hoorde je dat van W, doodziek, waardeloze vrouw.  P. vertelde het.
Moe wilde het nieuws wel horen maar toch ergerde ze zich ’n beetje. ‘Hebben jullie geen andere onderwerpen?
Nieuwtjes over buren zijn dus niets nieuws.
Ik ben blij met de mijne en waardeer ze!
Aan die dingen dacht ik, ik heb tijd genoeg.
===

kerstmaal·kerstmis·versje

Keuze

Guten Nacht Freunde
een desolate blik naar toen
met dat feestmaal en die broodjes
het gelach en soms wat ruzie
en die welgemeende zoen.

==
Guten Nacht Freunde
kerstmis is dit jaar van mij
niet de vraatzucht van de ouwe
geen gezever van die tante
een vredig maal zonder stampij.
==

lachen

Nog even over lachen


Het is gezond, zegt men.
Je kunt je buikpijn lachen. Een kriek, een orgel, een bult, ziek, een ongeluk. krom, van alles.
Natuurlijk ook als een boer met kiespijn of zuur.
Hoe dan ook, het is te leren.
Er bestaan al jaren lachcursussen, dit is er één  van.
Of een aartszuurpruim er iets van opsteekt is de vraag, sommige mensen lachen nog niet als de televisie naar ze knipoogt.
Meestal lachen mensen graag, gezien het succes van cabaretiers en comedians en een paar columnisten.
Jonge mensen lachen om niets.  Ik herinner me de keer dat ik met een klasgenootje naar school fietste, gearmd, en we met de sturen ineen haakten. Stompzinnig hielden we elkaar in evenwicht en lachten ons slap. Toen stortten we neer.
Soms wekken politici je lachlust.
Dat kan gevaarlijk worden, voor je het weet heb je ruzie. Dan lach je niet meer en moet je je lach verdedigen waardoor je alleen nog grimlacht.
Het zijn voorbeelden die men zelf kan aanvullen.
Ik zou ze graag zien, lachlogjes zijn er nooit genoeg.
==

proef

De citroenbatterij…


… las ik ergens.
Een grappig kinderproefje om met citroenen, spijkers, draad en klemmetjes een ledlampje te laten branden.
Meteen dacht ik aan een jeugdblad (Taptoe?) of een andere kinderblad waarin ook dergelijk voorbeelden stonden, speciaal voor kinderen van de Lagere School(Basisschool).
Eenvoudige dingetjes die ons spannend leken en die we graag zouden uitproberen maar waar nooit iets van terecht kwam.

Het werd vergeten.
Niet alle benodigdheden waren aanwezig, of er was niet genoeg van.
Broer had een andere kijk op de beschrijving dan ik.
Vader verbood het gebruik van kostbare spijkers.
Moeder was zuinig op de elastieken en controleerde beschrijving op het gebruik ervan.
We kregen ruzie.

Kennelijk waren we niet het enige gezin waar proeven de mist in gingen, van klasgenootjes  hoorden we ook nooit iets spectaculairs.
De huidige voorbeelden zouden toen niet mogelijk zijn geweest, ik kende geen ouders die speciale spijkers zouden kopen, ballonnen of een extra tube kostbare tandpasta. Hoogstens werd een enkele keer zoiets toegestaan als extraatje in de vakantie.
Willen de kinderen van nu dit nog? Dat lijkt me niet want het knalt niet, bovendien is alles kant en klaar te koop.
Voor wie het zelf nog eens aandurft staan hier grappige probeersels
Succes en imponeer.
==

navigatie

De weg kwijt


We hadden een Tomtom en een Garmin.
Ik zette ze naast elkaar en reed naar het noorden, benieuwd of ze precies gelijk werkten.
Vergeet het maar.
Dat spul was toen al zo geavanceerd, het deed niet onder voor mensen. Eer dat we het dorp uit waren hadden ze ruzie.
‘bij de volgende straat linksaf’
‘welnee, U moet rechtdoor’
‘links’
‘rechtdoor
Ik gaf ze beiden een tik.
Even later.
‘na drie kilometer de A73 op’
‘drie-en-een-half’
Ik zweeg. De kemphanen ook, verbolgen.
Na een paar kilometer kwam een pompstation in zicht en ik tankte, bij het wegrijden adviseerde de een:
‘Neem bij de volgende oprit de rechter rijbaan’.
Prompt kwam het antwoord
‘Tssss, en dat noemt zich navigitor…’
Ik zette ze uit, stelletje saggerijnen.
Op eigen houtje kwam ik in de beoogde plaats waar ik de juiste straat zocht. Ik zette Tom T. en Garmin weer aan.
Meteen begonnen ze gelijktijdig te kwekken, in keurig accentloos Nederlands.
‘Tweede straat, niet waar, welles, je weet er niets van, rot op…’
Toen ik uitgelachen was vond ik zelf de juiste weg.
==

tuintje

(Bijna-)zomertuin.


Het is lekker buiten. Weliswaar weinig zon maar het voelt niet koud en de regen viel vannacht al.
Aandachtig speur ik  de natte grond af naar groene punten, gooi er hypnotische krachten tegenaan en warempel, hier en daar verschijnt er een.
Bladeren verstrengelen zich
Een rozentak wringt zich door een buurplant, verderop nestelt een Siberische lis in de varen en ontfermen een paar siererwten zich over een andere roos. De campanula doet ook mee, zoals gewoonlijk bemoeit die zich overal mee.
Elk jaar zie ik het gebeuren, een paar groepjes staan te dicht opeen en kunnen elkaar niet ontlopen. De ruimtes groeien dicht.
Veelkleurig als Europa behalve dat ze geen ruzie maken, je zou er weemoedig van worden.

Er zitten ook eenlingen tussen.
In de hoek waagt een ui zich aan de oppervlakte, de rest wacht af hoe het uitpakt. De pioen heeft veelbelovende knoppen. Vroegerikken worden al wat kaal.
Enkele zielenpoten in potten doen niks ondanks de good vibrations die ik ze stuurde, ze geloven er niet in.
Daarentegen groeit de druivenklimop alsof hij de wijn al proeft.
Al met al een levendig wereldje op een handvol vierkante meters.
==

klimaat

Blupblup! Blup?

Wat de klimaatverandering betreft vind ik de stijging van het water het meest bijzonder. Daarbij is er het inklinken van de bodem.
Een combinatie die aan afgesproken werk doet denken, het ondersteunt elkaar.
Land zegt ‘Ik wil zo graag eens de diepte in, naar   Atlantis
Ok,’ antwoordt Water, ‘ik zal je helpen.’
Een voorbeeldig staaltje van vredelievende samenwerking.
Of zou het ruzie zijn?
‘Waarom knabbel je aan mijn dijken, jij hebberige natlap?’
    –‘Kop dicht blubber, of ik overspoel je vandaag of morgen met al je rafelige dijken.’
‘Verdwijn!!’
    –‘Dat doe je zelf al, dom kalf.’
Zo zal het waarschijnlijk niet gaan. Nog nooit hoorden we ze met elkaar communiceren en we brachten heel wat uren door in modderplassen en -sloten.
Maar toch, die gassig-borrelende prutplakken die af en toe kwamen bovendrijven, dat was misschien hun manier van spreken.
Achteraf een eng idee.
De modderbullebak bestond dan ècht…
Ik ga nooit meer zwemmen in natuurwater.
==