Positief fantasietje

Het zijn harde tijden, appt een moeder naar haar vriendin. De kinderen zijn me lief maar ik ben ’n beetje moe.
Ik word zo stijf, jammert het meisje van de gesloten sportschool.
Mijn beste klaverjasmaatje is nu ook al dood, zucht opa, zijn verdriet spat van het scherm.
Veel mensen hebben het moeilijk, er zijn overleden familieleden, gemis van ouders en grootouders, baan- en inkomensverlies. Het ongemak van isolatie is groot.
En toch.
Na ongeveer een halfjaar wordt een kentering zichtbaar.
Er treedt gewenning op, langzaam, langzaam.
Kinderen lopen hand in hand, ouders erachteraan, samen, intiem, zonder de behoefte aan buren en groepjes.
Deze trend zet zich voort en breidt uit, meer en meer raakt men gesteld op persoonlijke ruimte, ja, zelfs jongeren krijgen het mee. Ook zij lijken de privacy te waarderen.
In ouderenkringen maakt men grappen en wordt de uitgestoken wandelstok als maat gebruikt: tot hier.
In de bus, winkels, kerken, op campings, in scholen, overal waar regels verzacht worden ziet men dit patroon in alle landen. Mensen leven op in een nieuw bewustzijn en aangepaste banen. Banken jammeren nutteloos.
Men herwaardeert de aarde.

De vreselijkste griep die geen kansen meer maakt, wijkt, verschuilt zich in duistere hoeken maar de angst is verdwenen. ‘We kunnen dit aan,’ verzekert men elkaar.
Natuurlijk, het is te verwachten dat er psychologisch geprutteld wordt: we zijn kuddedieren, gaan psychoses krijgen en wat al niet meer.
Mensen luisteren slechts zachtjes en gaan hun eigen gang. Zij en de overheden en zorgverleners en alles en iedereen, ze hebben gewonnen.
Eén vraag blijft:
waar zitten die presidenten toch, je weet wel, Poetje en Erdje.
En waarvoor slaat die oranje Amerikaan zich nou op zijn borst?
==

De planeet Aarde…

…lijkt in mensenogen geen bedacht concept.
Teveel strubbelingen. Altijd in de weer met problemen door het eigen lichaam, wispelturige klimaten, dodelijke planten, dieren die elkaar uitmoorden, dwarsliggende bewoners.

Het begin is al duister.
Er knalt een brok materie de ruimte in.
Na veel vijven en zessen weet het zich  te vormen tot planeet Aarde en meet zich een mantel aan. Kwalitatief een uitverkoopje gezien de vulkanische gaten en schuivende voering hetgeen rare uitstulpsels oplevert. En veel kale plekken met heet zand als brandblaren.
Dan de rest.
Vaste grond splijt in losse stukken, hier en daar een dammetje ertussen dat later bezwijkt onder een overvloed van water.
Intussen weeft hij zich een huis van groen, bijzonder onnutig verdeeld waardoor de ontstane wezens zich rot sjouwen om niet ten onder te gaan en in arren moede nieuwe ledematen aanmaken.
Uiteindelijk verschijnen er mensen waarin op wonderbaarlijke wijze verstand begint te groeien,  net voldoende om zich te weren tegen Aardes hinderlijke eigenschappen. En daar nog steeds mee bezig zijn.
Zo ontwikkelt zich onze planeet.
Ontwikkelt zich aldoor maar wie weet wordt het nog wat.

Het lijkt op een toevalstreffer in het heelal.  Zomaar in een of andere baan terecht zijn gekomen, geclaimd door de zon en zijn volgelingen.
Graag zou ik willen weten of er een lijn in zit, een plan, en waarom we dat niet mogen weten. Of houdt dat juist in dat er GEEN plan is?

 

Kunstmaan Gaia ontdekt sterren in Melkweg

Tja. Saai wordt het wel, voor een leek.
Nieuwsgierig naar de ruimte was ik altijd al maar bij  een bericht als dit word ik moedeloos.

De vraag dringt zich op waar die kennis toe leidt; wat is de volgende stap, een nieuwe groep sterren ontdekken en benoemen? En daarna? De ontdekking van nog meer? Door- en doorgaan met zoeken in de hoop een buitenaardse ‘mens’ te vinden? Waar verbergen ze zich trouwens, de gluiperds; op  3rd rock from the sun? Welke zon? Het lijkt zoeken in het wilde weg en misschien is dat ook zo.
De ruimte is onmetelijk en onmeetbaar, we kunnen duizend eeuwen reizen en speuren met als resultaat het vinden van almaar nieuwe lichtpunten. Tot we ruimte☻ tekort komen om ze in kaart te brengen maar nog steeds geen teken van beweging waarnemen.
Want dat ergens in het heelal leven -of een equivalent ervan- bestaat,  geloof ik wel; alleen gaat het zoeken ernaar op deze manier erg lang duren
Als leek denk je onwillekeurig aan boeken van iemand als  de oude Asimov   en andere knappe schrijvers.

Die wisten er tenminste nog een verhaal bij te fantaseren.

                                     

Zinvol of zinloos

-|
Dat vraag ik me wel eens af over het bestaan, de natuur, de wereld.
Ik schaar onder natuur de complete aarde en ruimte.  Natuur is letterlijk het heelal en gaat zijn eigen gang. Vulkanen barsten open en de maan wast, klimaten wisselen elkaar af, een ster verslijt. Zo gaat dat en daar doe je niets tegen want we begrijpen niet waaròm het zo gaat.
Voor de aarde komt er nog wat bij; er wriemelt zich een extra natuurtje tussen, een specifiek planeetgebonden wereldje van flora, fauna en mensen. Alle wezens bestaan maar eventjes, ook al een zingevingsvraag. Bovendien gaan ze onherroepelijk ten onder . Begonnen in water en waarschijnlijk eindigend in as waarna er elders een verse zon ontstaat die een ontvankelijke planeet bestraalt en een nieuwe cyclus in gang zet. Als een soap.

Van al die dingen zou ik graag het waarom willen begrijpen. Of zijn het alleen de aardse mensen die dit willen weten? Dat geloof je toch niet, gezien de ruimte die de ruimte beslaat, er zullen heus wel ergens breinen bestaan. Of niet?
Is die zin er eigenlijk wel? Is het een wezenloze beweging die automatisch doorgaat? Dan hoeven we niet meer te zoeken naar het perpetuum mobile.
Moeilijke kwestie waar ik niet uitkom.
Grotere geesten bogen zich al over deze vraag, zij wisten het ook niet. Sommigen verzonnen een god. Ja, dat is veel handiger, dan hoef je er zelf niet over na te denken.
Maar waarom doet die god dit dan, met dat heelal en die cyclussen en zo?