Orkney-eilanden

Over stormen gesproken.
In een van mijn laatst gelezen boeken speelt het verslag van een afkickende alcoholiste. Ze gaat daartoe terug naar haar roots,  de Orkney-eilanden of Orcaden. Het noordste noorden van Schotland. Amy Liptrot is de schrijfster.
visitorkney                 wikipedia-Orkney-eilanden
Het begin gaat over de groei van haar verslaving, in Londen. Daarna speelt de ontwenning een rol, ingebed in de beschrijving van het harde leven op de eilanden. Dit voert de boventoon.  Een bijna wreed klimaat, zoals de winden op de hogere en kleinere eilandjes waar de kleuters alleen vastgebonden de straat op mochten tijdens de stormen, kleine dieren wegwaaiden, geen glazen kassen  konden bestaan en alles vastgespijkerd  werd. Geweldige beschrijving die nergens saai wordt. Interessant is ook de herkomst van de bewoners.
Toch leest het als een roman door de verhouding tot haar psychotische vader en, in mindere mate, haar overgodsdienstige moeder. En door de knappe verteltrant.
De titel slaat op de hogerliggende weiden waar het klimaat op zijn strengst is.
Hier lees je een uitgebreider review.
Een mooi boek, het kopen of lenen waard.
Advertenties

Aarden. Of niet?

Wat doet sommige mensen zo sterk hechten aan hun geboortegrond?
Oké, ze hebben er meestal hun jeugd doorgebracht, school gelopen, zijn er verliefd en volwassen geworden. Maar dat zijn belevingen die je niet meer terug vindt.
Toch willen ze per se in hun eigen gemeente trouwen en wonen of er, in latere jaren, hun oude dag doorbrengen. Terug naar hun roots, heet het dan.
Zelfs van emigranten ken ik er die hun nieuwe huis en tuin zoveel mogelijk modelleerden naar die in hun moederland want dan voelden ze zich ‘thuis’.
Is het het landschap? De omgeving? Het dialect? Traditie (mijn achteroveropoe is hier nog geboren)?
Alle antwoorden zijn goed tot je ze weerlegt. Behalve de laatste zijn eigenschappen van de overige argumenten overal te vinden, zeker in eigen land.
Wat speelt er dan mee?
Ik denk dat het iets eigens is, iets onbenoembaars, een gevoel, te vergelijken met de pannenkoeken-van-je-moeder, en dat de ene mens dat makkelijker achter zich laat dan de andere. Ik roep maar wat want het is moeilijk te beoordelen.
Een vroegere vrijer kwam uit Rotterdam en zou nooit, NOOIT van zijn leven in Amsterdam gaan wonen. Van een Amsterdamse zwager hoorden we precies hetzelfde maar dan andersom. Tja, wat konden we daar op zeggen. We begrepen het niet.
Zelf ben ik Zaanse en op mijn veertiende in Oost-Brabant neergezet.
Het is niet onaardig gelukt: ik sloeg aan.