Warme dagen

Je past je aan, het is te doen, we komen de hitte wel door.
Met kinderen is het moeilijker. Daar kan ik geen raad meer in geven, dat laat ik aan anderen over.
Wat ik zelf het vervelendste vind is het geniks.
Eén keer de trap stofzuigen en je ligt zowat in coma.
De dingen die gedaan moeten worden (ze bestaan!) gaan in een traag tempo, met veel rustpunten. Het schiet niet op, het duurt en duurt.
Ik ben geen echte poets, maar tussen lezen, schrijven en puzzels door ben ik graag bezig. Beetje schoffelen, stoepie vegen, met de plumeau zwaaien, wasjes draaien en strijken, paar boodschappen doen. Niet te langzaam, vooral dat niet, het moet ’n beetje vlot gaan.
Dat kan nu niet, je hangt  wat in de rondte en maakt suffe bewegingen.
En daar heb ik het geduld niet voor.
Dan verbijt ik me en neem maar weer het boek dat dan niet meer boeit omdat ik er niet voor in de stemming ben terwijl het inwendige gemopper me alleen maar warmer maakt en….
Ik geloof dat ik het al vaker stelde: een zomerslaap zou me goed uitkomen.
=

Vroeger was het anders

Hoogzomer. Warm en zonnig.
Hoe we de dag ook doorbrachten, na de avondmaaltijd was het een verveeld rondhangen op het erf, zorgvuldig uit het zicht van moeder blijven, startklaar om niet te gehoorzamen.  En dan, verwacht en onverwachts tegelijk de onvermijdelijke roep:  binnenkomen jullie!
Gehoorzamen deden we natuurlijk toch, wat anders?  Met tegenzin slenterden we het huis in en deden de rituelen.

Bedtijd terwijl de zon nog scheen,  erger kon niet.
Onder te warme dekens luisterden we nieuwsgierig naar de groten. Pa’s stem klonk af en toe, Moe deed een woordje, helaas verstonden we er niks van. Verderop de ritmiek van een weverij. Het behang werd donkerder.
Tenslotte waren er alleen nog de kikkers, ze kwaakten ons in slaap.
Zo ging dat.