Tot schrijfs in 2019

Dit jaar stop ik met bloggen,
een pijnlijk besluit
tja,
ik wil er ook wel eens uit
en ga dagelijks wat joggen
goed voor buik, rug en kuit
tot het jaar voorbij is
en ik de lezers zo zeer mis
dat ik weer begin.
en me bezin
op nieuwe avonturen
en oude creaturen
en meer…
en meer…
(de rijm is even op)
Tot volgend jaar.
‘k Heb nu al spijt
mijn ogen tranen
‘k hoop dat het slijt.
==
ps
Ter ere van de blogstop heb ik er een spiksplinternieuwe selfie tegenaan gegooid.

 

Het brutale meisje

Dat dit vers nog bestaat wist ik niet. 
Ooit heb ik het ergens geplaatst, weet niet meer waar en wanneer, en plotseling was het kwijt.
Het is uiterst simpel van ritme en rijm maar het schrijven ervan was zo gezellig dat ik er niets aan heb verbeterd. Dat zou mijn plezier achteraf tenietdoen .

Er was er eens een meisje
dat bekte zo brutaal
haar ouders en de juffen
die zeiden menigmaal
‘pas op je woorden kindje
je komt nog in de goot’
ze lachte dan ten antwoord
‘ook daar verkoopt men brood’

Zo werd ze achttien jaren
haar grofte groeide mee
het kon niet missen dat ze
haar voordeel er mee dee
de vrijers konden dokken
voor elke verwarmend uur
de Mammon was haar afgod
ze diende hem met vuur

‘Mijn poesie is mijn passie’
dat werd haar wervingsleus
verborg de muntenhonger
in woorden zeer scabreus
brutaal bouwde zij prijzen
de hoogste hoogten in
totdat ze heel erg oud was
toen had ze hare zin.

Ze kocht een lieflijk huisje
al in een stichtend hof
en jaagde alle oudjes
de bomen in, zo grof
was ze tot aan haar sterven.
En voor men haar begroef
toen dichtte men haar lippen
met een nette schroef.

© Bertie/Bertjens

Rijm- en surpriseleed

Kent U dat? Zitten zwoegen op een goed en toepasselijk surprisegedicht dat mompelend wordt afgeraffeld?
Of een extra bijgevoegd grapje dat niet wordt begrepen, zelfs meteen bij het pakpapier wordt gegooid?
Ik wel.
In het gezin was er altijd wel 1 of -een schoonkind- dat er niets aan vond, zich beledigd voelde  en uitgelachen werd, het rijm niet eens zàg en zelf ook geen surprise had gemaakt.
Het was ‘uit de tijd’ hoorde je dan. Jammer al was het misschien waar.
Toen 5 december ingeruild werd voor 25 dec. was het afgelopen met de grappen. Tot sommiger opluchting.
Daar denk ik nu aan terug, hoe deze of gene met veel moeite een supergrap in elkaar had gezet die zonder pardon bij het pakpapier werd gedonderd.  Een beteuterd gezicht van de gever….
Achteraf bezien was ik natuurlijk verwend, mijn moeder stond er op dat alle broers en zussen hun best deden en de verzen duidelijk voorlazen opdat iedereen ze verstond. Het was al 50% van een geslaagd sinterklaasavondje.
Dat was vroeger. Uit de tijd, inderdaad.
De herinnering beklijft.
Ook mooi.