Rijke ouderen?

Je kunt twisten over de termen.
Mijn ouders’ spaartegoed stelde pas op hun vijfentachtigste wat voor. Dat hadden ze goed bekeken gezien de kosten van hun naderend levenseinde. Koffietafels en zo.

Mijn eigen saldo gaat niemand iets aan naar u mag gerust weten: ik ben niet  rijk en zal het waarschijnlijk ook op latere leeftijd niet worden. Ook hier zit het meeste ‘kapitaal’ in een hoop stenen. Wijlen echtgenoot had indertijd een bord boven de voordeur willen spijkeren, met sierletters HUIZE RABO erop, dat zegt genoeg.
Enfin, das war einmal.
Maar stel je voor dat Rutte c.s. me als rijk aanmerkt? Overheidswegen zijn minstens zo ondoorgrondelijk als die van god.
Om die reden opende ik een geheime rekening op de Kaaimaneilanden. Elk overtollig eurootje stort ik daar, het nummer zit verborgen in de diepste krochten van mijn geheugen en mocht de overheid me op een zgn vermogen betrappen, kan ik altijd zeggen dat de krokodillen het hebben opgevreten.
Ergo, ik zit veilig arm te wezen.

Schuld en boete


Ondanks de nauwkeurigheid waarmee ik de financiën bijhoud raakte er toch een rekening kwijt en werd vergeten.
Dat merkte ik toen er per post een herinnering binnenkwam van de betreffende nota.
Ik las en wist het weer: dit artikel is inderdaad niet voldaan. Contrôle op de betaalrekening bevestigde het.
Alleen leek het bedrag me te hoog. Oorspronkelijke bedroeg de rekening  € 43,85, daar kwam maar liefst tien euro bij als ‘extra kosten  voor achterstallige betaling, overeenkomstig onze algemene verkoopsvoorwaarden’.
Die voorwaarden nalezend begreep ik dat ik hoe dan ook die tien euro betalen moest. Ik had die voorwaarden immers geaccepteerd.
Eigen schuld dikke bult, ik weet het. Ik eet er geen boterham minder om maar vraag me af of een boete van meer dan twintig procent van de schuld niet buitenproportioneel is.
Als dat het normale percentage is zal menig schuldeiser zich in de handen wrijven: gnagnagna, weer een wanbetaler erbij. De zaken gaan goed!