Klein spul

Nog meer opschoons. Dit was voor een schrijfclubje.

Al die regen
gatverdamme
maakt mijn hersens
tot een lamme
en een letterlege boel.

Zie me zitten,
suf te wachten
op een nobele
gedachte
uitgeteld in luie stoel.
©Bertie=

Door stikstof nu weer actueel:

Denkend aan Brabant zie ik wagens vol varkens
grommend langs oneindige maisvelden gaan.
(Met dank aan Marsman)
©Bertie=

 

Uitzicht


Echt herfst.
Ondanks wind en regen is het mooi buiten.
Toen ik uitgekeken was op de natte straat en drijvend achtertuintje ging ik boven verder met genieten.
Recht vooruit staan nog zomerachtige bloemen op 3 meter hoogte.

Dan naar links waar het garagedak een onverwachts spannende aanblik bood door een schip.
Wie had dat nu gedacht. Een schip, hier,  in de Peel.
Best mooi, het haalde de suffe troosteloosheid ’n beetje weg
Ik heb het uitgebreid bekeken maar werd niets wijzer over herkomst en bestemming. Ook probeerde ik vlaggentekens en lichtseinen.
Geen antwoord. Waarschijnlijk had ik de verkeerde tekst, ik ken die codes niet.
Voor alle zekerheid heb ik er een bewijsfoto van gemaakt.
Want echt, sommige mensen geloven nooit wat.
==

Weemoed

regenserreIk zit voor een raam, luister naar de regen en lees.
Af en toe is er beweging, een kauw die langs scheert in een korte droogte, een musje. Takken waaien verwoed en sproeien.
Dan is er weer het geruis . Soms in een afwijkende maat door het lek in de dakgoot.
Ik maak een kop nescafé en neem het boek weer op.
Plotseling overvalt me een droefgeestig gevoel. Ik kijk rond, zie dat er niets verandert en probeer het weg te lezen. Maar nee…
Waarvandaan komt die melancholie, dat heimwee naar nooit gedane dingen?
Want je weet niet hoe het begint.
Het duurt en duurt.
Ik kijk naar het boek. Het gaat over dementie, van Nicci Gerrard.
Naar de ramen die zicht bieden op overdadig groen maar zelf een voorbije zomer tonen.
De lucht die te vroeg donker wordt, iets waar ik een gloeiende pesthekel aan heb.
Dan bel ik iemand. Niet thuis.
Daarna een zus. Ze heeft geen tijd.
Alleen de laptop neemt geduldig op wat ik schrijf.
Nu zie ik weer het vaasje bloemen van de topinamboer. Best lief.

Regendag

Toen de regen niet ophield en de dakdekker weigerde het gat te repareren omdat het te nat was zodat ik gek werd van het gedrup in een emmer gaf ik mijn ongeduld op.
Wachten kan ook op een betere manier.
Met wattendotten in de oren en een plens jenever in de thee zette ik me op de bank. Prettige stilte hing om me heen, het vage geluid van water klonk als in de verte.
Verzaligd leunde ik achteruit en nam nog een slok. Bladerde wat in de krant , las hier en daar een woord.
Vulde het glas bij.
Hoe zou het zijn een leven als dit te leiden?
Zou het een mens gelukkig maken?
Opgewarmd door de thenever filosofeerde ik een eind weg toen er opeens een figuur voor het raam verscheen. Hij wees naar de deur.
Ik schrok me lam,  haalde de watten uit mijn oren en opende de voordeur.
Daar stond een man in een rubber bootje met peddels en zwemspeelgoed. Koffer op de bodem.
Hij klapte het deksel open en begon.
‘Meneer, ik zie dat U aan waterssport doet. Kijk eens wat een prachtig spul ik voor U heb’. Hij haalde een snorkel te voorschijn, zwempakken, reddingsgordels, badmutsen, harpoengeweren, zwemvliezen, waterdichte brooddozen, een vlot en zelfs een badeend. Die kwaakte chagrijnig.
‘Maar hoe komt U erbij dat ik zwemmen wil?’
‘U drijft toch? Dus ik dacht…’
Dreef ik? Ik keek naar beneden en verdomd, water stroomde over de vloer via de stoep naar buiten. Rondkijkend zag ik de emmer overlopen.
‘Neem de boot, dan krijgt U alle extra’s gratis. En van de eend wil ik ook af, het kreng lacht nooit.’ Het beest keek nog steeds chagrijnig maar ja, ik kon hem altijd nog voor een Pekingschotel gebruiken. Ik accepteerde. De man wenste me veel plezier en dreef verder.
De boot sleepte ik naar het lek, leegde de emmer er in en plonsde de eend erbij.
Kwaad loenste hij naar me op. Ik schonk hem de rest van de thee. Hij proefde en schudde met een vies gezicht zijn kop.
Dan maar een scheut jenever erbij; dat hielp, na één slok kwaakte hij het hoogste lied, zwoel draaide hij zich op zijn rug en stak de poten omhoog. Eenden hebben niet veel alcohol nodig.
Zelf kroop ik opnieuw op de bank; zonder thee en oorwatten maar het gaf niet, de jenever hielp me de regen te negeren.
De rest van de dag is rustig verlopen, veronderstel ik.
We werden pas laat wakker en toen was het droog.
De dakdekker stond voor het raam en wees naar de voordeur.
==

Regen

Rond vijf uur vanmiddag stopte de wind.
Het golfplaten afdak tikte.
De stoeptegels spikkelden.
Het regende.
Ik zat er voor de helft in en liet me de druppels aanleunen. Lekker, na de stoffige warmte.
De tuin had het nodig maar het duurde even voor de zanderige bovenlaag het water doorliet. In stroompjes kronkelde het tussen de planten en pollen, hooisliertjes meenemend maar allengs werd de bodem zoals hij moest zijn. Voedzaam en nat.
De bloemen richtten zich op, ik zou zweren dat ze kleurden, knaller rood en dieper roze.
Als het groen zou zingen had het me niet verbaasd.
Het is dan ook een ideale regen. Gestaag, rustig. Geen keiharde plenzen.
Nu, ongeveer negen uur, gaat het nog steeds door.
Ik hoop dat de barometer zich inhoudt en het vannacht blijft regenen.
==

Alwéér die wolf

Er staat een man voor de deur als ik opendoe.
– Alstublieft mevrouw, mag ik hier schuilen tot morgenochtend?
Ik bekijk hem. Keurig uiterlijk ondanks de stromende regen.
Druppelende, toch nette jas.
Felle blik maar daar houd ik wel van. Sterker, het doet me hem meteen binnenlaten.
Opgelucht zet hij zich in de keuken, accepteert koffie, een broodje en met een verrast ‘ja graag’ ook een cognac.
Intussen droog ik zijn jas en steek een paar kaarsen aan.
Hij ziet het.
– Mevrouw, eh, ik ben niet op een avontuurtje uit …’
Ik glimlach hem toe. ‘Waarom niet? Voor één nachtje…’
Zijn ogen versluieren. Keurend bekijkt hij me.
– Misschien.
De avond vordert, het is sfeervol en de stemming is sexy. Ik gloei.
Tegen twaalven staat hij op.
-Eén plicht heb ik nog, dan kom ik terug. Houd het bed warm.
Node laat ik hem gaan.
En lig in bed, wacht en wacht en tenslotte is hij daar. Ik hoor hem poedelen onder de douche.
We lachen bij het weerzien.

De ochtend daarop vind ik in de badkamer bebloede kleren, haren, vuil.
Wat, frons ik, was die plicht van hem? Was hij een terrorist? Psychopaat? Lustmoordenaar?
Griezelend maar flink confronteer ik hem ermee.
Hij zucht.
– Het was een taai slachtoffer, ik kon hem niet opvreten zonder te knoeien.
Sorry. –
=

Koffietijd theetijd slaaptijd

regen120180829_182444
Tijd voor thee.
In de serre zittend probeer ik er een boek bij te lezen. Het is lekker buiten. Blauwe lucht, een lieflijk wolkje, warme zon. Loom word ik, lomer, tot ik slaap.
Dan word ik wakker door een regelmatig geroffel. Een welkom geluid, iedereen weet hoe goed regen klinkt wanneer je zelf droog blijft.
Tijd voor koffie.
Ik ga verder met het boek.
Knus. Druppels op de ruiten, sussend geplens op het dak. Tevredenstemmend. Je zou zomaar weer gaan slapen.
En ja, een hazenslaapje overvalt me.
Na het avondeten een nieuwe leespoging.
Stil zijn de staatgeluiden, een buurkat kroelt naast me, het schemert licht.
Ik slaap in

En dan moet de nacht nog beginnen.


Regen? Is dat alles…

Er gingen een paar wolkjes voorbij.
Al vroeg vlogen zij over ons. Beetje heimelijk, voordat we wakker werden.
Vlugvlug loosden ze een kleine lading en weg waren ze, als wildplassers.  Een paar donkere neefjes achterlatend die suggesties wekten van meer.
Goedkoop hoor.
Niks was het. Fake. Trumpwerk.
Ik hoop dat ze tot inkeer komen voor de kleur groen verdwijnt.

Update
Vandaag is de schade ingehaald.  Om 11 uur een mals zomerbuitje,  paar uur later  een korte maar krachtige hoosbui met onweer en nu druppelt het zachtjes.
Het is heerlijk buiten, alle ramen staan  open om de warmte te verdrijven.
Ik weet natuurlijk niet wat de rest van de dag brengt.

Regenconcert


Kletsend plenzend,  dan weer druppelsgewijs.
Als pauze een gelijkmatig gedeelte, gestadig, monotoon, een slaapmiddel bijna.
Plots een uitbarsting,  ssssjj,  opende zich een hemelse niagara? Duistere wolk erboven, antracietkleurig en somber. En verbleekt, verandert. Alweer.
Lichtgrijs, nog net geen blauw, sproeit sprieterige druppels, nauwelijks voelbaar, toch nat.
Allengs krijgen ze body en groeien samen op tot een volwassen bui.
Kwartieren, minuten, alle variaties in tijd en volume komen langs.
Plassen dijen uit en zakken weg, groeien weer aan. Borrelen en vallen bijna stil, rimpelen weer op.
Nat, half droog, kledder, drijf, dampend en dan weer druipnat.
Regendagen saai?