april (en maart)

Vierseizoensmaand


Ja, we weten het van april (en maart) dat hij minstens zo dwars is als een onwillig tiener.
Ze leren het nooit, klunzen jaar in jaar uit met twijfel: wat zal ik nou eens doen, laten regenen of sneeuwen of hagelen en welke maat hagelstenen?  Of toch maar zon?
Soms weten ze niet wat te kiezen en doen alles, dan krijg je die grillige dagen en als het mogelijk was zouden ze er een poolwind en tropische natte moesson tussen stoppen. Trouwens, wie zegt dat het nooit zal gebeuren? Het klimaat sleutelt zelf  doorlopend aan zijn hoedanigheid en blijft geen eeuw stabiel.
Enfin, we hadden het over april (en maart ).
Het is ook mogelijk dat april niet zozeer een klungel is, hij zou ook eigenwijs kunnen zijn.
Onwillig.
Beetje simpel wellicht.
Vandaag bijvoorbeeld kon hij niet eens zijn water ophouden en dat op zijn leeftijd, tistogwat.
Deze maanden zijn eigenlijk zielig. Alle andere tien hebben vaste kenmerken, zij zitten er tussen in als de middelste kinderen in een gezin, die hebben ook altijd voorbeelden boven en onder hen waar ze nooit op lijken.
Maar ja, we doen er niets tegen.

Het is stil.
Regendruppels tikken nog steeds op de koepel boven me.
Rustgevend geluidje.
Kijk,  toch nog wat goeds gevonden aan april. Voor dit ogenblik.
==

regen

Tegenvallertje

Vanmorgen naar de prikzuster. Het regende maar ik bleef redelijk droog.
Daarna naar de supermarkt. Het regende maar alweer niet hard.
Onderweg naar huis regende het nog steeds maar de temperatuur was zo zacht dat ik het niet erg vond, zoiets als een langzaam afkoelend bad. Ik prees me gelukkig; zuidelijke druppels in december zijn net zo goed als sneeuw.
Fijn is dat, dacht ik opgewekt, tijdig opstaan, ochtendwandeling, windstil, hier en daar een vroege kauw om je heen. Voelt goed.
En dat in deze tijd.
Lekker toch.
Je snapt dat ik het prima vond.
Thuisgekomen ruimde ik de boodschappen op, een gedeelte was bestemd voor de diepvries in de schuur en daar, van keuken naar schuurdeur, daalde plotseling een hoosbui op me neer alsof er een achterstand van jaren werd ingehaald.
In die paar meter werd ik alsnog kleddernat en koud.
Verdorie.
Het is duidelijk: een mens kan niet alles hebben.
==

weerwolf

Gevaarlijke nacht

Wind. Regen bij vlagen. Zwiepende takken waar de maan onregelmatig tussendoor scheen.
Plotseling klonken er geluiden. Ik keek uit het raam. Niets.
Wat zou het kunnen zijn? Iemand aan een van de deuren? Buren?  Oude auto?
De wolken kierden, nog steeds zag ik niets wat op geluid leek.
Ik stapte weer in bed en probeerde te slapen. Het lukte niet, dit was echt griezelweer.  Mijn gedachte moet leesbaar zijn geweest, prompt hoorde ik gebons als antwoord, meteen daarop keihard de bel, ik vloog rechtop en beende naar het raam, opende het, kwaad nu, wie is mijn deur aan het mishandelen??
‘Héhé, wat moet je…’
Een gedaante keek op, geelgroen van ogen en met een raar postuur.
‘Ken je me niet meer?’  grauwde hij.’Laat me erin, ik barst van de kou.’
Oei, ik verschoot.  Het was de weerwolf uit een vroeger verhaal, die niets deed maar me vreselijke schrik aanjoeg.
Weigeren durfde ik niet .
Ik ging naar beneden en opende de deur.
Hij zag mijn angst maar was heel schappelijk. ‘Als ik hier even warm mag worden zal ik je niet opvreten. Een uurtje maar om mijn vacht te drogen. Deal?’
Ik  slikte.
Hongerige weerwolven zijn niet niks,  ze kunnen onverwachts overvallen worden door vers-vlees-honger en ik was de enige in huis, de kat was aan de boemel.
Wat kon ik anders doen dan thee voor hem zetten en een broodje smeren?
==

keien

Over stenen.


Regen gaat vervelen, vinden wij.
De Maaskeien daarentegen varen er wel bij.
Van een paar aardige stenen werden ze  kleurrijker, ze bloeiden op en dat voor stenen.
Knappe natuur.
De okergele was aanvankelijk grauwig en nu zou het zomaar verkleurd goud kunnen zijn.
Of een versteend kussen.
Mooie gedachte: plastic vijvertje met een koninklijk kussen.
Op enkele stenen staan tekentjes, beschadigingen neem ik aan,  waarin je een gezicht kan zien. Nou ja, ongeveer.
Alles welbeschouwd is dat mieterige achtertuintje een wonderlijk gebiedje.
Gouden keien, stenen met ogen.
Laat de regen maar wassen.
==

Geen categorie

Dingetjes


Het begint te regenen.
Zacht, net hard genoeg om getik te horen. Ik stop de stofzuiger en ga zitten luisteren onder het afdak.  Na twee minuten sterven de druppels weg.
Ik neem de stofzuiger weer op.
De bel gaat, net hard genoeg om op te kijken, ik zie twee mensen bij de voordeur. Ze willen me iets aansmeren  en ik stuur ze weg.
Ik neem de stofzuiger weer op.
De telefoon piept, net hard genoeg om hem uit te zetten. Zal ook wel niks zijn.
==

boek

Lezen?

Daar bewegen er nauwelijks in zit en de bibliotheek op halve kracht draait zocht ik in de boekenkast. Je moet toch wat.
Ik stuitte op een vergeten exemplaar waarvan ik nooit heb geweten hoe het hier terecht kwam. Adem van Geluk, een bundel van Leni Saris, Jos van Manen-Pieters, Henny Thijssing–Boer.  Weer  gauw weggemoffeld.
Ik vond het boek van Daniel Kehlman, Het meten van de wereld.
Vreselijk ding.
Hierin ben ik talloze malen begonnen en even zo vaak mee gestopt.
De oubollige humor is te tergend om te vermaken en van personages’ wetenschap snap ik niks.
Ik zocht verder maar het regende opeens.
Vlug een stoel naar buiten, vol verwachting het gezicht omhoog.
Tja.
Net zat ik in positie toen het blikte.
Donder er achteraan. Paar hagelstenen. Grrr.
Narrig stond ik voor de kast.
Geen goed boek.
Geen buitendouche.
Geen pistool.
Pling. Buurvrouw redde me met een grap.
==
vuur

Eeuwig vuur

Nog eens over de natuurelementen.  Over vuur.
Daar dacht ik aan toen ik een gesmolten waxinelichtje in leven wilde houden. Er bleef een laagje vloeibare was over waarin een brandend lontje dreef, ik liet het staan en de volgende morgen brandde het nog. Pas in de loop van de ochtend doofde het uit.
Vuur   kun je niet opslaan als lucht, water en aarde. Deze drie kun je in een potje doen en  bewaren, ze gaan dood maar de substantie blijft. Vuur niet, het heeft altijd brandstof nodig voor zover ik weet.
Het lijkt me ontzettend handig een potje vuur in voorraad te hebben. Alleen al het idee dat je het hebt weten te temmen lijkt me spannend maar dat zal waarschijnlijk nooit gebeuren.
Dat zagen we in Australië waar men alleen maar kon wachten tot het brandhout op was of  mocht hopen op de tegenhanger water om de branden te blussen

Nu lees ik in een artikel in Trouw dat er in China -in de provincie Ningxia- een kolenlaag bestaat die eeuwig brandt.
Maar het is niet wat ik bedoel. Weliswaar is er doorlopend vuur, maar enkel door de aanwezigheid van brandstof.
Google op ‘eeuwig vuur’ en je vindt verschillende indrukwekkende voorbeelden.
Stuk voor stuk gevoed.
Maar ik blijf vurig hopen.
==
Update
Er was een plaatje van vuur in een potje, dat is verdwenen.
Het zal opgebrand zijn.

pessimisme

De eindeloosheid van pessimisme


Achter de wolken schijnt de zon. Meestal tachtig km verderop.
Na regen komt zonneschijn. En daarna nog meer regen.
Ieder huisje heeft zijn kruisje. De mijne heeft ze allemaal.
Jong geleerd, oud gedaan. Nog ouder vergeet je alles weer.
Honger maakt rauwe bonen zoet. Maar smerig dat ze zijn.
Blaffende honden bijten niet. Tot ze blafpauze nemen.
Vele handen maken licht werk. Moet je net een slome als hulp hebben.
Eigen haard is goud waard. Behalve als je brandhout op is.
Een goed begin is het halve werk.  Tenzij je eerst je enkel verstuikt.
Van een kale kip kun je niet plukken. En natuurlijk te mager voor de soep.
Kleren maken de man. En dan geen smaak hebben.
Spreken is zilver, zwijgen is goud. Kun je de buit ook niet vinden.
Enzovoorts
enzovoorts…
=

donker·gedachten

Duistergedachte

Het regende vandaag, nogal veel.
Dat is niet erg, het wordt vanzelf weer droog.
Het waaide hard, lopend langs een groot gebouw kon ik me maar net staande houden.
Is ook niet erg, mocht ik opvliegen zou ik vanzelf weer landen.
Wie weet komt er sneeuw en ijzel en strenge vorst.
Zelfs dat is niet erg, de lucht schoont er van op en je kunt er uren naar kijken.

Maar die gadverdammese donkerte, het gemier bij slecht licht soms om drie uur al, de grauwigheid die je te vroeg de gordijnen doet sluiten, die je bij het wakker worden aangrijnst en pas om negen uur begint weg te trekken, die er wéken over doet voor je een paar minuten verlichting ziet, die nergens voor deugt en zich door honderd kaarsen niet laat verjagen,  die niets te maken heeft met gezellige schemering, die…..
Die haat ik.
==

versjes

Klein spul

Nog meer opschoons. Dit was voor een schrijfclubje.

Al die regen
gatverdamme
maakt mijn hersens
tot een lamme
en een letterlege boel.

Zie me zitten,
suf te wachten
op een nobele
gedachte
uitgeteld in luie stoel.
©Bertie=

Door stikstof nu weer actueel:

Denkend aan Brabant zie ik wagens vol varkens
grommend langs oneindige maisvelden gaan.
(Met dank aan Marsman)
©Bertie=