Koffietijd theetijd slaaptijd

regen120180829_182444
Tijd voor thee.
In de serre zittend probeer ik er een boek bij te lezen. Het is lekker buiten. Blauwe lucht, een lieflijk wolkje, warme zon. Loom word ik, lomer, tot ik slaap.
Dan word ik wakker door een regelmatig geroffel. Een welkom geluid, iedereen weet hoe goed regen klinkt wanneer je zelf droog blijft.
Tijd voor koffie.
Ik ga verder met het boek.
Knus. Druppels op de ruiten, sussend geplens op het dak. Tevredenstemmend. Je zou zomaar weer gaan slapen.
En ja, een hazenslaapje overvalt me.
Na het avondeten een nieuwe leespoging.
Stil zijn de staatgeluiden, een buurkat kroelt naast me, het schemert licht.
Ik slaap in

En dan moet de nacht nog beginnen.


Advertenties

Regen? Is dat alles…

Er gingen een paar wolkjes voorbij.
Al vroeg vlogen zij over ons. Beetje heimelijk, voordat we wakker werden.
Vlugvlug loosden ze een kleine lading en weg waren ze, als wildplassers.  Een paar donkere neefjes achterlatend die suggesties wekten van meer.
Goedkoop hoor.
Niks was het. Fake. Trumpwerk.
Ik hoop dat ze tot inkeer komen voor de kleur groen verdwijnt.

Update
Vandaag is de schade ingehaald.  Om 11 uur een mals zomerbuitje,  paar uur later  een korte maar krachtige hoosbui met onweer en nu druppelt het zachtjes.
Het is heerlijk buiten, alle ramen staan  open om de warmte te verdrijven.
Ik weet natuurlijk niet wat de rest van de dag brengt.

Regenconcert


Kletsend plenzend,  dan weer druppelsgewijs.
Als pauze een gelijkmatig gedeelte, gestadig, monotoon, een slaapmiddel bijna.
Plots een uitbarsting,  ssssjj,  opende zich een hemelse niagara? Duistere wolk erboven, antracietkleurig en somber. En verbleekt, verandert. Alweer.
Lichtgrijs, nog net geen blauw, sproeit sprieterige druppels, nauwelijks voelbaar, toch nat.
Allengs krijgen ze body en groeien samen op tot een volwassen bui.
Kwartieren, minuten, alle variaties in tijd en volume komen langs.
Plassen dijen uit en zakken weg, groeien weer aan. Borrelen en vallen bijna stil, rimpelen weer op.
Nat, half droog, kledder, drijf, dampend en dan weer druipnat.
Regendagen saai?

Novembertrip

Het was nattig en kil.
De herfstige lucht vroeg om een stevig maal.
Dus kookte ik aardappels. Met melk en boter, samen op een vuurtje..
In een kier verscheen de zon.
‘Zeg, ga je mee? Rondje boven de regen?”
Natuurlijk stapte ik op.
Wie wil dat niet, een grauwe dag verlaten.
Naar het zuiden gingen we, te kort om bij te kleuren maar dat gaf niks.
Het was zalig, ik vergat de tijd.
Pas toen ik thuiskwam dacht ik aan de aardappelpuree.
Die stond ze bruin te bakken.

Ben er weer

 De pauze had te maken met een tegenvallende genezing van de gebroken arm. Helaas waren er geen toverkunsten voorhanden maar met een extra röntgenfoto, ziekenhuisbezoek en therapie gaat het nu vooruit.
Niet dat ik iets bijzonders te melden heb behalve dat het vandaag regende en de  onkruiden nu meer dan de helft van het uitzicht benemen. Er moet een snelgroeimiddel in de wolken hebben gezeten gezien de absurde hoogte van distels, ontaarde graspollen, piespotjes en meterslange wilde rucola, zevenblad, weegbree enzovoorts, ik zag de postbode langsfietsen met een machete.
Enfin, Tarzan zit er goed mee.
Om de plantenduisternis te vergeten heb ik een kunstbloemetje uit de afvalbak gevist en op het bureau gezet, trekt zich niets aan van droogte en regen. Bloeit dag en nacht. Dat vind ik zo knap aan plastic, je kunt er alles van maken. Kom daar eens om met die verwelkte flodders in de tuin.
Verder geen nieuws hier.
Morgen ga ik alle weblogs weer langs, ik zag dat ik veel moois gemist heb.

Man en regen

Hier zit ik,  zonder echtgenote die weggelopen is met de hond, me suf te vervelen op die doorgezakte bank aan een kop slappe thee. Het laatste zakje. Wezenloos staar ik naar ramen als regenrivieren. Chagrijnig tot op het bot zoek ik kouwelijk de enige deken die ik kan vinden, een kriebelig jeukding maar so what, ’n paar niesbuien geven misschien afleiding.
Gebeurde er maar wat.
Half hopend kijk ik uit naar iemand, kan niet schelen wie. Hij zal druipnat zijn hetgeen precies bij mijn stemming past. Niet dat ik op hem reken, ik denk dat ik ijl door kou en gekriebel.
En dan, als ik van vervelendigheid bijna in coma raak, gaat de bel.
Halleluja, de druppelende man. Ik sleep me naar de deur en zie een beauty van een vrouw,  knetterend van droogte onder een privézon, in een krans van azuur  terwijl de regen om haar heen stoomt. Ze  lacht en zegt: ‘Dag, ik ben verkoper.’  Perplex staar ik haar aan. ‘Dit klopt niet,’ begin ik, ‘U moet een man zijn, kleddernat en wat verkoopt U eigenlijk?’
‘Wat denkt U meneer? Zon natuurlijk. Bij afname van driehonderdduizend kwh krijgt U drie uur per dag extra voor de helft van de prijs. Dooft meteen alle regenbuien.’
Dat klopt, de druppels verdampen zodra ze haar raken.
Ik aarzel. ‘En waarom bent U geen man? Zo heb ik het toch bedacht?’
‘Ah, een delicate kwestie maar ik zal eerlijk zijn. Teveel zon is schadelijk,’ ik knik, ‘er kan een kleine mutatie optreden. Maakt U zich geen zorgen, een hangertje meer of minder deert de mensheid niet. Voor U het weet zit U aan de verkeerde kant en geniet evenveel als vóór die tijd.’
Ongelovig kijk ik haar aan. ‘Meent U dat nou?’
‘Zeker. Wilt U…’
Nee, ik wil niks en gooi de deur dicht. Meteen klettert de regen weer. Weg koortsdromen van kletsnatte verkopers die me gezellige dingen aansmeren en de vervelende middag doorbreken.
Narrig kruip ik weer onder de jeukdeken en drink de laatste thee op.
Ik denk aan het zonne-aanbod en aan mijn weggelopen vrouw.
Stel dat ze terugkomt, gelokt door mijn extra- zon, wat zou ik moeten zeggen?
Een overdosis aanbieden?

Fietsvers

We waren op de fiets gesprongen
want we voelden ons gedwongen
van de winter te genieten
dus we reesten door de straten
-het verkeer in alle staten-
toen het plots begon te gieten.

Nondedju wat ’n gedonder
éven leek het ons gezonder
af te stappen bij een kroeg
en een neutje in te nemen
bij de barjuffrouw wat flemen.
Helaas, het plichtsgevoel dat joeg.

Ergo, we trapten ons te pletter
bliksem flitste met geknetter
sportgevoelen sloeg op tilt
nooit hadden we zo luid geklaagd
in regen die zo sterk gevlaagd
ons lijf onwinters heeft verkild.

© Bertjens

Ondiepzinnig

Een vrouw liep in zeven sloten tegelijk
ze kwam drijfnat thuis.

Het verleden dringt zich op;
verstoort het prettige denken
waarvoor ik zoveel moeite deed.
Ik moet opnieuw beginnen

Het regent al bijna de hele dag
het water staat me tot de lippen

Het slanken van een echtgenoot
is’t moeilijkst voor zijn vrouw.
Hij gaat voor de lijnen
die zij zo heel graag wou.

Nachtelijke overdenkingen


Het schoner volk dat almaar later op de avond verschijnt, wat zouden dat voor mensen zijn. Worden er dromen mee bedoeld, of juist duister gespuis?

Zwerfkatten misschien,  insluipers, weggelopen familieleden, desperate dwalers.
Of engelen, stel je voor dat ze bestaan en je de trap op dragen, op bed nedervlijen en in slaap wiegen, twee aan hoofd- en twee aan het voeteneind. Wat zou je zalig wegsluimeren.
De laatste gedachte neem ik straks mee naar bed, ik hoor de vleugelen al ruischen.

Het regent.