Zoveel energie en dat met die warmte

Alles in de tuin groeit zo hard, ik ben al buiten adem als ik het spul groter zie worden. Knoppen en ranken komen me tegemoet en wuiven bij het passeren. Dan hijg ik een knikje terug.
Maar mooi is het.
De campanula is in opmars voor de jaarlijkse verblauwing.
Een grote klaproos sterft af, hij moest zo nodig de eerste zijn.
Een druiventak reikt zo ver mogelijk, hij zwaait met lange halen.
In de varen kan ik straks wonen.
Uit de kunstgrasmat komt niets, je zou iets cultureels verwachten, een schilderskwast desnoods maar het laat slechts dunne halmen door.
Van het theekopje valt niets te zeggen. Het hangt.
Wat met de overige planten? Die groeien me zowat boven het hoofd, nog een geluk dat de stoep niet leeft, stel je voor dat de tegels knoppen kregen, hoe zou je die moeten verzorgen?

Net was er een onweers-hoosbui die de laatste blaadjes van de klaproos vernielde, ocharme, maar ja, dat is des klaproos’. De rest is er juist van opgefrist en schiet nu nog sneller omhoog, ik zag zojuist twee klimoptakken een wedstrijdje houden: wie zich het eerst om de waslijn krulde. Enig, het enthousiasme van dat jonge spul.
De spiegels doen niet aan groot worden en waarom zouden ze ook, ze zijn mooi genoeg.
Ze staren eindeloos in het vijvertje, wachtend op, nee, niet op narcissen.
Dat vinden ze te geijkt, te ijdeltuiten.
Trouwens, Godot laat zich ook niet zien.

Advertenties

ZOMER


Ondanks regenwolken en windveren zit er zomer in de lucht.
Ik voel het.
Mijn botten lopen uit, blaadjes komen uit mijn oren. Haren ranken om mijn hals.
Vanmorgen werd ik wakker met een zoute geur in de slaapkamer, zat er een zeemeeuw op de wekker. Duidelijker teken kun je niet hebben.
En meer.
Bij het ontbijt liet de radio  ‘in the summertime’  horen.
Vanmiddag  belde een jonge koe:  ‘straks dansen in de Milky Meadow’.
Zojuist liep een muis met grootheidswaanzin over mijn bureau: hij droeg een zwembroek XL.
De  zomer is serieus bezig.