Oud geluk-nog ouder geluk→→→Adam+Eva begonnen er mee.

Van de week hoorde ik dit liedje.
Toen was geluk heel gewoon
En weer werd ik bevangen door een negatief gevoel.
Het zelfde heb ik met vergelijkbare nummers als Het Dorp
Waarom? Ik weet het niet maar ik vermoed dat het de vroeger-verheerlijking is die me tegenstaat.
Begrijp me niet verkeerd, we hadden het goed, beginjaren vijftig
De zaterdagavond leek enigszins op die van het liedje, eerst in de grote teil, er was iets lekkers bij de koffie, broer luisterde naar ‘Sprong in het Heelal’ en ik mocht meeluisteren al was ik jonger, terwijl de groten andere dingen deden, er werd gelachen. (Toen nog) zonder borrels. Het was knus.
Waarom dan die hekel? Misschien het kneuterige woordje ‘knus’?
Het stoort me ook als de tijd erna afgekraakt wordt.
Alsof we later allemaal plastic rozen hadden, onze kinderen nooit gelukkig waren, ze alleen maar in modderplassen zouden moeten zwemmen, op doorgegeven fietsen rijden.
En wat zeggen die weemoedigen als hùn vader opschept over zìjn jeugd?
‘Ja hoor, daar gaan we weer…’
‘Dat was vroeger…’
‘Je leeft in het verleden, opa…’
en…
Dat is het! Nu snap ik het.
Het moeten sprookjes zijn die doorgegeven worden zolang er mensen zijn.
En er zijn mensen die er in willen geloven en het op hùn beurt doorgeven.
Dat ik het niet eerder begreep.

ps Ik geloof niet in sprookjes.

Het was een warme nacht

Naar bed gaan is niets bijzonders, beetje rommelen op badkamer, prutsen met hor en raam, frunniken in boek en schrijfblok.
Zoals gewoonlijk.
Dan hoor ik gepraat,  een zacht gebabbel op de achtergrond.
Wat nou? Hoor ik buren of wandelaars? Tot in de slaapkamer? Nee toch?
Ik kijk naar de radio naast bed en controleer. Hij staat uit. Misschien de uitknop kapot? Ik trek de stekker eruit.
Het gebabbel gaat door.
Verwezen kijk ik rond. In geesten en sprookjes geloof ik niet, tinnitus is het niet (dat klinkt heel anders), logé’s zijn er niet, inbrekers zullen zo stom niet zijn.
Verborgen ruimtes in de muur?
Bangig check ik de andere kamers en vliering. Niemand. Naar beneden durf ik niet meer.
Tablet staat uit.
Telefoons ook.
Voorzichtig, zwetend van nog meer angst, je weet nooit wat of wie je opmerkt,  glijdt ik geruisloos onder het laken.
Kijk op en…
…zie de televisie aanstaan. Was me niet opgevallen.
Pfffff.
Heb ik waarschijnlijk zelf aangezet met het boekengefrunnik, de ab ligt tussen potlood en papier.
Ik dweil mijn gezicht droog. Nu kan ik rustig slapen.
O ja?
Wie zegt dat ik het zelf deed? Ik kijk immers nooit als ik in bed lig? En nu zou ik plotseling het toestel aanzetten? Ongeloofwaardig, absoluut.
Nogmaals met de spiegel onder bed loeren. en…

De rest kunt U zich zelf wel voorstellen, het gedraai in zweterige lakens.  Opschrikken, licht aan, licht uit.
Maar ik heb de ochtend gehaald. Levend en wel.

Carnavalsrust

De radio liet hoempamuziek horen. Terwijl het over vijf weken pas carnaval is.

Geschrokken zocht ik een ander station.
Begrijp me goed, ik gun iedereen een feestje, ook wij genoten er vroeger van maar na een paar jaar was de zin op.
En als je er niets voor voelt wil je de muziek ook niet horen, die is alleen te pruimen voor de carnavalist himself.

Eens, op de openingszondag, dachten we de de boel te ontlopen door een fietstocht te maken. We zochten ons heil in de Staatsbossen.
Het duurde even voor we er waren; niet alleen was het dorp zelf in feeststemming, ook de wegen rondom waren druk. Carnavalsverenigingen uit alle plaatsen vereren elkaar met een passend bezoek: de hofkapel met grote trom voorop naar de optocht. Het was lachen, dat wel. Niettemin waren we blij het bos te bereiken.
Maar ook daar hoorden we ritmisch gebonk tot in de verste paden. Begrijpelijk natuurlijk; windstil, grotendeels kale bomen en struiken, nog weinig vogels, ijle lucht die alle geluiden doorliet.
Enfin, het scheelde.
Ineens zag ik een van de dieren die daar rondstruinen, Schotse Hooglanders en andere gevaartes.  Ook dat nog, ik ben vreselijk bang van wilde beesten en vroeg me af ‘of ze niet extra woest zouden worden door de muziek, straks doen ze de polonaise met ons. Ik wil terug…
Man lachte me uit maar ging mee, we besloten koffie te drinken in een achteraf  cafeetje en daar was het stil,  er stond zelfs geen radio aan.  Geen personeel in boerenkielen.
Lampen suisden, de kastelein en een klant praatten wat.
Beetje warm, beetje rook,  een paar mensen aan het biljart.  Sfeertje!
De beste carnavalsmiddag ooit.