Over fotograferen

Dat is niet mijn fort.
Leuk om te doen maar spannend, het resultaat is meestal een verrassing.
Het gebeurt wel dat ik per ongeluk klik, dan krijg je zoiets als het eerste plaatje. Een raadsel dat leek op een insect, ik googelde serieus op een beest met bruingevlekte poten. Tot ik een bril herkende.
Het komt ook voor dat er, eveneens per ongeluk, betere foto’s tevoorschijn komen. Geen kunstwerken maar gewoon aardig.
Dat zijn de andere. Die van de stier is nog uit de jaren ’70, gemaakt met een oeroude camera maar het beestje staat er mooi op.
Een magere oogst en dat van al die jaren.
En dan zijn er nog met onderwerpen waarvan ik me afvraag: wat bedoelde ik hier ook weer mee?
Die kan ik niet meer vinden.
Niet dat we er iets aan missen.

Advertenties

‘Steeds meer ouderen opgepakt’


Voor winkeldiefstallen en openstaande verkeersboetes. Daartussendoor doen ze aan fraude en andere vermogensdelicten, meestal zonder geweld. Niet zo nieuw, dit is al langer gezien. Ook in andere landen is dit gesignaleerd.
Prompt las ik ergens iets over de oorzaken:
‘Armoede speelt een rol’
‘Ze beseffen het vaak niet’
Verder vindt men het ‘onbegrijpelijk‘ waarom meer en meer ouderen zich vaker zo crimineel gedragen.
Nounou, een paar  pientere conclusies. En zo generaliserend.
Uiteraard zijn er arme en verwarde ouderen die zich op het dievenpad begeven. Ook zijn er die schulden/geldzorgen hebben.
Maar is dat werkelijk altijd de oorzaak?
Er is ook nog iets anders denkbaar: Ouderen zijn net mensen.
Er zijn goede en slechte exemplaren en allerlei variëteiten daartussenin.  Ook kleptomanen.
Velen van hen zijn opgegroeid in de jaren vijftig en zestig en hebben de volledige ontwikkeling meegemaakt van onmondig werkpaard tot zelfbewust burger, luisterden naar Stones en Dylan,  een groep wist waar de jointjes te koop waren en het verschijnsel provo was hen bekend. Evenals, later,  het proletarisch winkelen.
Ik vermoed dat verschillenden tijdens hun jongere jaren óók wel eens uit de pas liepen, alleen heette het dan crimineel zonder toevoeging.
En na hun vijfenzestigste zijn ze plotseling een ‘raadsel‘?
Kom zeg.  De brutalen gaan echt niet opeens braaf zitten wezen.  ‘Rot op,’ zegt er een die ik ken, ‘ik heb altijd gejat en dat bevalt me prima.’  Medebejaarden kijken op hem neer; stiekem hadden ze wat graag die kekke spulletjes van hem gekocht.
Als ze maar durfden. 
Gewone mensen dus.