fobieën

Kort stukje over fobiën

Je kunt ze beter niet allemaal kennen.
Voor je het weet ga je ze herkennen.
Toen ik de  lijst voor het eerst zag verbeeldde ik me de meeste ervan te hebben of minstens de helft.
Vergelijk het met een medicijnenbijsluiter. Lees en krijg alle bijwerkingen, je wilt niet weten hoe lastig dat is.
De fobieën waaraan ik lijd (groot woord) ga ik hier natuurlijk niet uit de doeken doen, met een rits oudere broers en zussen leer je dat snel af.
Op één fobietje na dat geen geheim is.
Een komische angst leek die van een broertje dat in een vroeg tienerjaar last had van douchevrees,  tegelijkertijd van wastafel- en keukenkraanvreees:  hij weigerde zich te wassen. Hij zwom liever, bij voorkeur in de Maas. Nou ja, ieder zijn meug. Wie weet was hij door een akelig kraanbeest lastig gevallen, weten wij veel.
Bekend zijn fobieën die in onze gebieden niet te verklaren zijn en worden aangeduid als oer-angst, refererend aan een oergeheugen.
Denk aan krokodillen, reuzenslangen, grote leguanen, geheimzinnige moerassen om een paar voorbeelden te noemen. Daar heb ik een andere mening over maar ben geen deskundige en ze vragen me nooit wat.
Je vraagt je wel eens af: hoe komt iemand aan een fobie.
Tja, dat is voer voor psyche-wroeters. Nogal wat mensen voelen zich ter zake kundig en leggen het haarfijn uit.
Betere vraag is: hoe komt iemand er van af.
Dat schijnt moeilijker te zijn.
Een huisarts zal verwijzen naar de juiste hulpverlener  en er het beste van hopen. Hij/zij weet ook niet wat er tegen helpt.
Ook niet tegen die ene van mij.
==
psychologie

Kamp van Koningsbrugge

Weer met aandacht gekeken naar de serie Koningsbrugge en met verstand naar de evaluatiegesprekken: in twee tellen to the point.
Of ik het met de legermethodes eens ben doet er niet toe maar dit vond ik knap.
Zo snel de pijnpunten op te merken.
Ik denk hierdoor aan een hulpverleenster die ik van nabij kende. Ze had lijstjes met specifieke vragen  die betrekking hadden op  eigenschappen, psychische aandoeningen/ziekten.
Bijvoorbeeld: 7 van de tien vragen met ‘ja’ beantwoord? Dat wees op de ene ziekte.
Vijf maal ‘ja’  op een andere lijst deed denken aan iets anders. Enzovoorts. Daartoe had ze een heel spreekuur tot haar beschikking, schreef een rapport met bevindingen voor de psycholoog en verwees de patiënt.
De vragen begreep ik.
Maar ik dacht toen -en denk nog –  dat een ervaren psycholoog met een paar gerichte vragen eerder tot een juiste conclusie zou komen, even vlug als in de serie.
Afgezien daarvan weet ik natuurlijk niet in hoeverre de scènes in Koningsbrugge echt zijn of gespeeld.
Daarvoor zou je een deskundige moeten inhuren.
=