Zo gaat dat. Misschien.

Het gaat weer over, de protesten, al of niet reëel, tegen de corona maatregelen.
De commotie over racisme,  canon, voorzitterschap van de partijen, EU en vergoedingen.
Er blijft weliswaar gepruttel maar dat haalt niet meer het  dagelijkse nieuws behalve bij feestdagen.
Daarna is de presidentsverkiezing in de VS het belangrijkste aandachtsitem.  Het is aannemelijk dat Trump  herkozen wordt en dan pruttelen we dáár weer over.
Een dezer dagen krijgt Poetin vijftien jaar extra, roert Noord-Korea zich, wat Erdje doet weet je maar nooit en is China bezig met het afleren van eten van onduidelijke diersoorten wat een levenslange klus is want er zijn ontzettend veel Chinezen.
We hebben het druk met regelen en ontregelen.
Intussen zet de dooi door. Tegen alle afwijzenden in trekt  hij zich niets aan van lacher en spotter, terwijl we de naderende natte voeten nauwelijks opmerken denken we hem te ontwijken door discussies over  soorten brandstof. Hopen we misschien niet de voeten dan in ieder geval de knieën droog te houden.
Zandzakken voor de deur.
Enfin.
We zien wel. Misschien valt het mee. Afwachten maar.
‘Na ons de zondvloed’  gaat raar klinken. Not done.
Daar komt geheid weer gepruttel over maar dat vergaat in hoog water.
Opgelost.
=

Verliefde buurman 3

‘Problemen met de ex? Sorry, ik wil niet brutaal zijn maar ik herken deze scènes direct.’

Inwendig kokend wendde ik het karretje en liep snel naar de parkeerplaats. ‘Niet zo vlug,’ deed hij zielig, ‘ik ben gewond.’ Hij trok zwaar aan mijn arm hoewel er van mankheid nauwelijks sprake was.
Ik stopte bij de achterklep. ‘En nu loslaten. Meteen!’
Dat maakte onverwachts indruk, hij trok schielijk zijn hand terug. Misschien hielp het dat er meerdere mensen hun wagen in- of uitlaadden, zijn protest klonk minder zelfverzekerd. ‘En de dokter…’
‘Je maakt nú dat je wegkomt of ik klaag je aan wegens stalking!’ Een paar mensen keken op; hij bond in en draaide zich om. ‘Ik bel je nog’ zei hij over zijn schouder.
Dat maakte me nog helser, ik trilde van spanning. Hij voelde het, zijn schouders zakten af.
Pas toen hij wegliep durfde ik de wagen te openen. Ik laadde de boodschappen in; het karretje bracht ik niet terug, wie weet stond hij daar te posten.
‘Ik neem hem wel over,’ klonk het vriendelijk. Een vrouw stond naast me, zoekend in een portemonnee. ‘O, dank U, laat die munt maar zitten hoor.’
‘Geen moeite. Problemen met de ex? Sorry, ik wil niet brutaal zijn maar ik herken deze scènes direct.’ ‘Nou, eh, zoiets, een vroegere buur. Het is erg lastig, ik zal van winkel moeten veranderen.’
‘O jé, en je adres? Kent hij dat?’
Verschrikt keek ik haar aan, daar had ik niet aan gedacht. Ze schudde haar hoofd. ‘Zullen we ergens koffie drinken? Misschien kan ik U raad geven.’
Ze was zo sympathiek; het deed me goed en ik knikte spontaan.

©Bertie
Wordt vervolgd