Tuin en worm

De wind en regen gingen langzaam over in briesje en zon. Daar krijg je buitenkriebels van, stoepen vegen en zo.
Ik schrobde, ruimde blad, knipte dode takken, het enthousiasme was groot.
Tot ik aan een duister hoekje kwam waar een potplant in de weg stond.
Ik schoof hem opzij en wat zag ik?
Een regenworm.
En wat voor een.
Hij was vettig en ringelig en had een smerige bleek-roze-grijze kleur en blonk.
Het beest bewoog, traag, segment voor segment krimpend en rekkend met die griezelige typisch-pootloze gang.
Lang was hij ook en bijna een vinger dik,  meer een reuzenboa in tuinformaat.
Daar had ik niet op gerekend, ik dacht dat ze na de zomer de diepte in gingen.
Haastig liep ik weg van het ondier en ging op andere plekken verder maar het enthousiasme was verdwenen. Ongeïnspireerd ruimde ik nog wat,  aldoor het monsterlijke schepsel voor me ziend.
Een uur later liep ik op mijn tenen naar de donkere hoek, de pier lag twee tegels verderop.
Ik slikte.
Toen heb ik hem voorzichtig onder de schutting geveegd, met een heel lange bezemsteel.

Advertenties