Over cliché’s

Je gebruikt ze, ze zijn handig als je geen woorden weet. Je accepteert ze ook van anderen. Ik snap het wel, denk je dan, bij goedbedoelde opmerkingen betr. ziekte en dood.
Maar soms word ik zo narrig bij het zoveelste loze zinnetje dat ik moeite moet doen om niet te reageren.
Een greep.

‘Politici zijn allemaal zakkenvullers.’
‘Er lopen meer gekken rond dan er in een tehuis zitten.’
‘Kunstschilder? Dan is mijn kleine broertje het ook.’
‘Mannen komen van Mars, vrouwen van Venus.’ Treurig: het boekje werd nog gekocht ook.
‘Dit gevecht kon hij niet winnen’, een intrieste conclusie die me altijd pijn doet bij het lezen ervan.
‘Laat de natuur zijn gang gaan.’
Enzovoorts.
Ik houd  het netjes; ongefundeerde politieke meningen laat ik achterwege.
Waarom het nu bij me opkomt?
Door een ronkend gezegde dat graag gebezigd wordt door napraters die indruk willen maken:
‘Als je de mensen leert kennen ga je van dieren houden.’
Tistogwat, een interessantdoener moest weer zo nodig.