Kerstverhaaltje no1

Papa kijkt op de kalender.
‘Heb je dat gezien, het is bijna kerstmis.’ Zorgelijk.
‘Nog twee weken,’ sust mam.
‘Komt er weer een feestdiner?’  Nu openlijk vijandig. ‘Dan ga je maar naar de poelier.’
Mam kijkt hem aan. ‘Ja,  maar we eten rollade deze keer. En groentesoep.’
Opgelucht zakt hij in zijn stoel.
Dan, energiek nu, staat hij weer op. ‘Ik ga de beesten voeren.’
Mam knikt.
Ze ziet hem langs de ruiven lopen; met aandacht geeft hij de konijnen hun portie, strooit wat voor de kippen. Strijkt koerend langs de duiventil.
Hij hoeft niets te slachten dit jaar. Noch ervan te eten.
Papa zal een vredige kerst hebben.

Vogelrijm


Een wintertaling
at graag paling

‘twas een dwaling.
Daar had hij maling.(aan)

Een bontbekplevier
ging zwaar aan de zwier
met een rustend poelier
ze dronken gezellig een goudvissenbier

Een weidegraspieper
was plotseling hyper
zijn stem werd zelfs dieper:
hij zag een greenkeeper.