Buitenwerk

Thuisnatuur


Pioenstruikjes groeien weer aan en worden groen.
Vijvertje opgeschoond, overtollig groeisel weggeknipt, plaats gemaakt voor nieuw spul.
De lila regen bloeit bijna. Vaste planten vormen setjes en triootjes, geen steen, muur of zand houdt ze tegen.
Ondergronds borrelt en worstelt van alles,  sprietjes zijn al boven.
Plantenbak loopt vol
Druif-roos-hosta-enzovoorts enzoverder.
Merel kijkt toe.

Zelf kom ik niet meer tot bloei.
Zou ook te vermoeiend worden, al dat opgroeien elk jaar, te worden beregend,  bijen in je haar.
Van de andere kant lijkt het me wel aardig dit samen je partner te doen. Je uitrekken naar het licht, hoofd, armen, lijf, de ander helpen.
De zon groeten:  hallo, we zijn er weer . ☼
===

tuintje

Tuintijd

Het is weer zover.
Nog lang niet warm genoeg maar ik loop de planten uit de grond te kijken.
Op een enkel bloemetje na en een stuk of wat groene stekken is er niet veel te zien maar ik weet waar ik zoeken moet.
Van de oude garde piept al wat op, enkele campanula’s bloeiden door de sneeuw heen.
Nieuwe vaste planten komen er en een paar struikjes, ik hoop dat ze zo mooi worden als die op de plaatjes.
Het klein grut dat uit muren groeit vertoont zich.
Nog even, dan gaan roos en druif op  vrijersvoeten
En zien we het tuintriootje van de foto.
Ik drentel nog wat, dan is het bijna donker.
Morgen weer.
En overmorgen…
==

zomer

Morgen is het zomer

Zet een teil in tuin of op balkon, in een kring eromheen zittend passen alle voeten erin. Of neem een emmer per persoon.
Zelf houd ik het bij het vijvertje, precies groot genoeg voor mijn schoenen want ik ga natuurlijk niet zonder.  De laatste plantenresten zijn eruit gevist, toch kan er zich altijd een koppige sliert tussen je tenen nestelen.
Dat overkwam je ook in natuurwater reden waarom ik daar nooit meer in durfde. En je had  slijmerige vissen en kikkers, slikmosselen in vieslauwe modder. We zwommen in sloten en plassen, prutpoelen en kanalen, een enkeling dook zelfs de Zaan in (met al die fabrieken, tsss),  later zwom ik alleen nog in de Maas. Dat water stoomde tenminste, vleesetende planten en gevaarlijke snoeken kregen je niet te pakken.
God weet wat de opwarming brengt, koop alvast een beschermend pak, ik voorzie  krokodillen en piranha’s in scholen Rotterdam binnenzwemmen. Meervallen zijn al griezelig genoeg met die snorrebaarden en smaken doen ze niet en…

Sorry. Ik verloor me in watergruwelen.
Het zomerbadje dus.
Lekker met de tenen wiebelen, spatten, magnum in de ene hand, boek in de andere, zacht muziekje erbij of vogels die voor je zingen.
Ik zie het wel zitten.
=

tuintje

Tuinvraag

Er staat een kuip met stekken van bloemen, vaste planten en bollen.
Deels gekregen, deels gekocht, de laatste zijn nog verpakt.
Die kuip staat er al een paar dagen.
Voorzichtig overgiet ik de stekken met een ministraaltje water en hoop er het beste van.
Zolang er nachtvorst is durf ik niets te poten, maar wachten op de IJsheiligen (half mei) duurt me te lang.
Ik vraag me af of die datum nog steeds geldt nu het klimaat opwarmt.  Bovendien is het hier vrij warm, vergeleken bij noordelijker streken.
Wat denkt de lezer, kunnen stekken en bollen de grond in?
==

man vrouw enz.

Man spreekt

Kerels? Een slag apart.
Vrouwen? Niet te rijmen.
Kinderen? Altijd maar afwachten.
Dieren? Gadver.
Planten? Jèk.
  – Jij leeft zeker alleen?
Neenee, ik woon met mijn vrouw, ouders, zonen, dochters, kat en hond en heb een tuin rondom het huis.
  – Wat zeur je dan?
Ik zeur helemaal niet.  Zo is mijn ervaring.
  – En wat vind je van jezelf?
Niks. Ik ben de baas van het spul.
 – Maar je bent een man, dus ook een slag apart.

Dit is niet helemaal verzonnen.
Een paar jaar geleden spraken we  iemand die op deze manier zat te jeremiëren, ontevreden over zijn inwonende ouders, kinderen en kippen. Bloedserieus zei hij letterlijk:
 ‘Een gewoon mens zou het niet aankunnen, het is maar goed dat ik me kan aanpassen’.
Hij snapte niet waarom we lachten.
==

planten

Hittegroen


Dit is een van de bijzondere planten die de warmte voor ons achterliet.
Een fraai exemplaar.
Goudbruin, hoekig van vorm met een fijn-arige  pluim. Het nieuwe groen.
En sterk, nog steeds fier rechtop de keiharde regen trotserend. Ik geef het je te doen.
Gewas voor de toekomst?
Zachtjes haalde ik het onkruid bij hem weg en heb voorzichtog om hem heen geschoffeld.
En dacht liever niet aan wat man zou hebben gezegd:
‘Bertie, die plant is dood hoor…’

droogte

droog droger nog droger superdroog

Er is niet tegenop te sproeien, we zien wel hoe het afloopt.
In de regel komen vaste planten weer terug en daar rekenen we ook nu op.
Voor de boom vrees ik het ergste, hij was al dood en droogt nu nog uit ook. Dat hij maar tijdig in de houthemel terecht mag komen voor hij uit elkaar valt.

Het is een treurigheid hoor.
Moeie bladeren, de varen die bijna plat valt; doornappels zullen waarschijnlijk niet uitkomen, de passiflora groeit van boven en verkleurt onderaan.
Gelukkig staat er ook wat goeds tussen, de kleine klimop groeit dit jaar sneller dan ooit. De druif ook en het leverkruid en… eigenlijk is er nog volop leven tussen de dorrigheid, zie ik nu.
Dit beseffende zal ik ze morgen optimistische toespreken, allemaal, groene en bruine.
‘Houd moed,’ zal ik zeggen, ‘versaag niet, na tijden komen weer tijden, na zonneschijn komt regen’ en meer van die cliché’s want planten hebben toch geen verstand van literatuur. Ik ook niet.
En mochten een paar het niet halen? Dan maken we een grafschriftje, iets over zon en hittekanon of zo.
Dat biedt wat troost..

planten

Wat zijn de namen?

Deze planten / onkruiden zijn vanzelf aan komen waaien of door vogelpoep gezaaid, niemand weet hoe ze heten.
Iemand van de lezers misschien?
Foto op tegels:
een kleverig spul dat over alle andere planten heen hangt, sommige uitlopers waren een paar meter en het groeit maar door.
Foto op kleed:
lief klein plantje dat overal opkomt in straat en tuin.
Foto bij hek:
deze reus is nu al ruim een meter hoog en groeit nog. De bloei wordt een tros of kegel met donkere besjes, braamachtig van kleur. Ook al een onuitgenodigde die elk jaar terugkomt en groter wordt.

 

zondag

Zondagmiddag en geen nieuwe boeken


Zal het droog blijven of zet de regen door?  Er vallen twee of drie druppels, de lucht is afwisselend grijs, grijs of grijs. Sproeien of nog even wachten? Zullen de verse planten het halen?
Tweemaal klinkt een verre donder; wordt het een onweersbui? De  computer vast afsluiten of eerst de bovenramen dichtdoen?  Toch maar de trap op, treuzelen bij de gordijnen. Afwachten.
Vlugge nieuwtjes scrollen. Kan het tablet trouwens tegen omweer? Wie weet dat?
TTIP ja of nee? Chloorkip of niet? Krijgt de eter er een bleke maag van of valt het mee?
Zou ik een vluchteling durven opnemen? Of twee of meer? En wat als hij in zijn neus baggert of zij de cv hoog wil zetten? Moet ik het doen?
Waarom heet die Oostenrijker van Bellen en niet von Bellen? Lijkt eerder Belgisch of Nederlands. Weten ze zoiets niet in dat land?
Zal ik een broodje tomaat nemen? Heb ik eigenlijk wel honger?
Nog even de fiets pakken? Of die vriendin bellen? Toch maar dat boek herlezen?
Komt de zon vandaag terug?
Weer drie of vier druppels en een vaag geluid, wordt het alsnog slecht? Voor de zekerheid alsnog de ramen…..

De middag is om.
.