Blabla-smiespelsmiespel

‘…wij wisten precies bij wie het huishoudgeld op was, dan werd het de goedkoopste worst…..’
De spreekster werkte in een mij bekende supermarkt op de vleeswarenafdeling en vertelde dit in vertrouwen. Alsof ik dat wilde weten.
‘Ken je die en die nog? Niemand mag weten waar hij woont maar nou moest ik een pakje  op zijn naam bezorgen  in de straat van…’
De verteller was vakantiehulp, ergens in de omgeving.
‘Héééé, hallo, geef je een rondje? Kan er nou wel van af hè. Wanneer ga je rentenieren hahaha..’
De grappenmaker werkte bij een lokale bank en wist iets van rentebijschrijvingen. Pas na een boze blik werd hij stil.
Zomaar een losse greep uit een vat vol geklets. Niet verzonnen, we hoorden ze zelf, een paar jaar geleden.
Toen ik vanmiddag iets vernam over iemand die zijn salaris en rekeningen niet bij een lokale bank wil onderbrengen en daarom wordt uitgelachen, dacht ik hier aan terug.
Zo gek vind ik zijn wantrouwen niet. Iedereen kent elkaar, menig bankemployee is een dorpsgenoot. Loslippigheid komt voor.
De privacy bij banken is verbeterd,  ik hoop dat de monden intussen ook op slot zijn.

Internet en overheid hebben we allang niet meer in de hand maar klanten-privacy in-het-klein kunnen we misschien nog enigszins bewaken.
Onlogisch, maar roddel in buurtwinkels en -instellingen voelt erger dan een verre afluistersatelliet.
==

Herfst is dubbel

Heerlijke Herfst.

Het is prachtig om te zien hoe de zomer ten einde loopt.
Imponerend verheffen zich grote wolken, zij vormen reinigende stormen en koele buien en spelen met een regenboog aan bladeren.
Een blije herfst bemerk je ook bij mensen en dingen.
In de groenteafdeling beleeft zomerfruit sprankelend de nadagen; aardappelen piepen zingend door hun plastic zakken en stevige preien dansen bijna in hun kisten.
Ook de slagerij biedt een opgewekte aanblik, niet in het minst door de fris-ogende karbonades en de stevig in het vel zittende saucijzen. Chateaubriands loeien je tegemoet vanuit hun kraakheldere bakken.
En dan het brood, een en al geurigheid en glanzende korstjes.
De winkelenden stappen met opgewekte najaarspassen langs de schappen om uiteindelijk liefdevol de waren op de band te vlijen.
Afrekenen lijkt een spel voor twee: hand op hand, een lach, een vriendelijk ‘dank-u-wel’ en tenslotte huppelen de mensen naar buiten, de schoongewaaide lucht tegemoet.
Het personeel wuift hartelijk.

———————————————————–

Herfst.
Mineur.

Je kunt wel zien dat de herfst is begonnen.
Niet alleen aan wind en regen, ook aan mensen en dingen die verwaaid en bewolkt ronddwalen.
Ga naar een willekeurige winkel en zie.
Bij de groenteafdeling liggen de preien lusteloos in hun kist; aardappelen hangen onderuitgezakt in de rekken; restantjes zomerfruit schrompelen onder mistige ademstoten .
Bij de slagerij is het niet veel beter. Zowel de karbonaadjes als de braadlappen liggen vellerig te wezen in verdofte bakken en de braadworst ziet er zowel grijs als gerimpeld uit. Chateaubriands lijken op de dode ossen waaruit zij gesneden zijn.
Het brood behoeft geen beschrijving: alles is grauw.
En dan de mensen die er rondlopen, daar wordt je pas goed herfstig van.
Beregend en verwaaid slepen ze zich lauw langs de schappen om tenslotte met kleurloos chagrijn de artikelen op de band te gooien -moet die rotzooi nog betaald worden ook? Vooruit dan maar-
Landerig vegen ze de boel in versleten tassen en  tenslotte sjouwen ze  naar buiten. Het najaar tegemoet.
Het personeel kijkt ze narrig na.