Positief fantasietje

Het zijn harde tijden, appt een moeder naar haar vriendin. De kinderen zijn me lief maar ik ben ’n beetje moe.
Ik word zo stijf, jammert het meisje van de gesloten sportschool.
Mijn beste klaverjasmaatje is nu ook al dood, zucht opa, zijn verdriet spat van het scherm.
Veel mensen hebben het moeilijk, er zijn overleden familieleden, gemis van ouders en grootouders, baan- en inkomensverlies. Het ongemak van isolatie is groot.
En toch.
Na ongeveer een halfjaar wordt een kentering zichtbaar.
Er treedt gewenning op, langzaam, langzaam.
Kinderen lopen hand in hand, ouders erachteraan, samen, intiem, zonder de behoefte aan buren en groepjes.
Deze trend zet zich voort en breidt uit, meer en meer raakt men gesteld op persoonlijke ruimte, ja, zelfs jongeren krijgen het mee. Ook zij lijken de privacy te waarderen.
In ouderenkringen maakt men grappen en wordt de uitgestoken wandelstok als maat gebruikt: tot hier.
In de bus, winkels, kerken, op campings, in scholen, overal waar regels verzacht worden ziet men dit patroon in alle landen. Mensen leven op in een nieuw bewustzijn en aangepaste banen. Banken jammeren nutteloos.
Men herwaardeert de aarde.

De vreselijkste griep die geen kansen meer maakt, wijkt, verschuilt zich in duistere hoeken maar de angst is verdwenen. ‘We kunnen dit aan,’ verzekert men elkaar.
Natuurlijk, het is te verwachten dat er psychologisch geprutteld wordt: we zijn kuddedieren, gaan psychoses krijgen en wat al niet meer.
Mensen luisteren slechts zachtjes en gaan hun eigen gang. Zij en de overheden en zorgverleners en alles en iedereen, ze hebben gewonnen.
Eén vraag blijft:
waar zitten die presidenten toch, je weet wel, Poetje en Erdje.
En waarvoor slaat die oranje Amerikaan zich nou op zijn borst?
==