Bloed


Een ongelukje,  bloed, net als je aardappelen schilt.
Of brood snijdt
Of witte planken zaagt.
Je kunt natuurlijk een ambulance bellen die je afvoert naar Chirurgie, eventueel de pastoor bellen voor geestelijk bijstand.
Zelf zou ik dat niet doen.
Betadine – spray – pleister is meestal voldoende.
Of, wat we vroeger deden, een papiertje of vloeitje natlikken en erop plakken. Mijn moeder was zuinig, pleisters werden bewaard voor iets heel ergs, een sterfgeval of zo.
In een boek las ik over een oude Ierse vrouw die spinnenwebben kweekte om ze te gebruiken voor wondjes, het zou het bloeden doen stoppen. Had ik nooit van gehoord.
Er zijn veel manieren voor, getuige onderstaande lijst. Ook spinrag, inderdaad.
In deze link staan nog meer middelen die als bloedstelpend bekend staan.
Interessant.
Je zou ze allemaal willen uitproberen, waar is mijn mes??

Advertenties

Regen. Regen?

Inderdaad, het was beloofd.
Eerlijk gezegd had ik er meer van verwacht, er was zoveel moeite gedaan voor een hartelijk onthaaal.
Iedereen was er klaar voor.
Tegen de middag werd de fanfare ingeseind, lokale omroep gebeld, B en W braken hun vergaderingen af. Ook de Raad van Elf hees zich in het pak want die dacht aan besproeiing na de bui, ze brachten alvast hun eigen muziek mee.
Men wachtte.
Een wolk verscheen. De hofkapel zette in met Onze lieveheertje geef mooi weertje, de fanfare speelde tweede stem.
De pastoor belde nog of hij de zegen moest geven.

‘Alleen als hij ijs- en ijskoud is,’ riep iemand.

Toen viel er dan eindelijk regen, dorstig hieven we bekers en pannetje op, aahhh…
Maar wat een deceptie, er waren grote sprongen nodig om een paar minidruppeltjes op te vangen en de wolk was na een minuut al voorbij.
De feestelingen verdwenen schielijk.
Het werd stil.
We hoopten dat de pastoor alsnog zou komen met een emmer water, gewijd of ongewijd.
Hij kwam niet.

Het was een grote belazerij van het klimaat.

Zingen in de kerk


Mijn vader deed het graag. Niet te hard, dat durfde hij niet.
Onze moeder zong ook. Trots op haar stemgeluid zong ze luid en duidelijk de complete mis mee.  Vermoedelijk ging ze om die reden naar de hoogmis. (voor de nietkatholieken: de zondagse hoogmis was plechtiger dan de andere kerkdiensten, met een mannenkoor en orgel,   de priester deed zingend de meeste gebeden behalve de preek).(godzijdank, een pastoor die niet zingen kon klonk sowieso onaangenaam)
Naast moeder waren er altijd vrouwen die nòg harder zongen en zich wilden meten met de galmende mannen. Je reinste feminisme avant le lettre.
Soms maakten ze er een potje van. Mannen en vrouwen schreeuwden om het hardst met gekropte kelen en kwaaie ogen.
Geloof het of niet, ik heb het meegemaakt dat de priester moest optreden om het gedrag van de rivalen in betere banen te leiden. Er werd boven het orgel uit gejubeld, de organist speelde uit wanhoop een Snip en Snapliedje en de helft van de gelovigen danste de polka.  Dit kon niet meer.
De mis werd stilgelegd, de grootste schreeuwers kwamen naar voren en kregen een Rooms standje: ‘Zo ga je niet om met Gods woord’. Na drie weesgegroetje en de akte van berouw mochten ze terug naar hun plaatsen.
Zo ging dat soms.

Brokken-pastoor


Bij toeval kwam ik het volgende citaat tegen, van Jan_Brokken
Hij stelde:

‘In een dorpspastorie zie je meer van het leven dan in een bordeel.

In eerste instantie schoot ik in de lach, denkend aan de geijkte grappen.
Daarna vroeg ik me af, wat bedoelt hij eigenlijk?

Het zal een goeie quote zijn voor de kroeg, de pastoor die van bil gaat met de huishoudster was in menige mop een geziene gast.

Maar in een pastorie kwamen ook parochianen met hun noden;  sommigen passeerden de biechtstoel en vroegen liever om priesterlijke raad in een huiselijker omgeving, een biechtstoel was tenslotte maar een akelig donker ding waar je nooit eens je gevoelens kon tonen. Doelde Blokker daar op?
Niet echt belangrijk maar ik pieker er over en bekijk onze vroegere pastoor (en kapelaan en dominees) met andere ogen. Ze leven niet meer en daar mogen ze blij om zijn want ik zou ze hinderlijk aan hun hoofd zeuren over dat bordeelgedoe.
Ze waren natuurlijk veel wereldwijzer dan wijzelf.
Of ze dat uit persoonlijke ervaring waren is een vraag.
Misschien kent Blokker het antwoord?