Zingen in de kerk


Mijn vader deed het graag. Niet te hard, dat durfde hij niet.
Onze moeder zong ook. Trots op haar stemgeluid zong ze luid en duidelijk de complete mis mee.  Vermoedelijk ging ze om die reden naar de hoogmis. (voor de nietkatholieken: de zondagse hoogmis was plechtiger dan de andere kerkdiensten, met een mannenkoor en orgel,   de priester deed zingend de meeste gebeden behalve de preek).(godzijdank, een pastoor die niet zingen kon klonk sowieso onaangenaam)
Naast moeder waren er altijd vrouwen die nòg harder zongen en zich wilden meten met de galmende mannen. Je reinste feminisme avant le lettre.
Soms maakten ze er een potje van. Mannen en vrouwen schreeuwden om het hardst met gekropte kelen en kwaaie ogen.
Geloof het of niet, ik heb het meegemaakt dat de priester moest optreden om het gedrag van de rivalen in betere banen te leiden. Er werd boven het orgel uit gejubeld, de organist speelde uit wanhoop een Snip en Snapliedje en de helft van de gelovigen danste de polka.  Dit kon niet meer.
De mis werd stilgelegd, de grootste schreeuwers kwamen naar voren en kregen een Rooms standje: ‘Zo ga je niet om met Gods woord’. Na drie weesgegroetje en de akte van berouw mochten ze terug naar hun plaatsen.
Zo ging dat soms.

Brokken-pastoor


Bij toeval kwam ik het volgende citaat tegen, van Jan_Brokken
Hij stelde:

‘In een dorpspastorie zie je meer van het leven dan in een bordeel.

In eerste instantie schoot ik in de lach, denkend aan de geijkte grappen.
Daarna vroeg ik me af, wat bedoelt hij eigenlijk?

Het zal een goeie quote zijn voor de kroeg, de pastoor die van bil gaat met de huishoudster was in menige mop een geziene gast.

Maar in een pastorie kwamen ook parochianen met hun noden;  sommigen passeerden de biechtstoel en vroegen liever om priesterlijke raad in een huiselijker omgeving, een biechtstoel was tenslotte maar een akelig donker ding waar je nooit eens je gevoelens kon tonen. Doelde Blokker daar op?
Niet echt belangrijk maar ik pieker er over en bekijk onze vroegere pastoor (en kapelaan en dominees) met andere ogen. Ze leven niet meer en daar mogen ze blij om zijn want ik zou ze hinderlijk aan hun hoofd zeuren over dat bordeelgedoe.
Ze waren natuurlijk veel wereldwijzer dan wijzelf.
Of ze dat uit persoonlijke ervaring waren is een vraag.
Misschien kent Blokker het antwoord?