Buiten

Schuttingen en stenen muren zijn over het algemeen niet echt mooi.
Als fervent buitenzitter wilde ik ze iets aantrekkelijker maken, en richtte een klein gedeelte anders in,  meer leefbaar.
Luxueus is het nooit geworden, dat was ook niet de opzet.

Echtgenoot zette voor de zijkant een houtscherm van 2X2 meter, de andere zijkant is baksteen. De breedte ongeveer 4 meter.
Golfplaten met gootje erboven. Klaar.
Klimop er tegenaan.
Naast de tuintafel heb ik er een oude rotan bijgesleept, het panterkussen in de luie stoel gelegd, een Actionprent opgehangen en oude vliegenslierten om de passiflora in te tomen die ik af en toe moet bijknippen, hij is nogal druistig in zijn groei.

Toen ik er de afgelopen zomer (bijna) sliep werd dit fotootje gemaakt dat me vanmiddag pas onder ogen kwam.
Zonder gezicht maar de houding verraadt hoe zalig ik er zat, in mijn eigen minibuitenhuis.
==
ps
De achterkant bestaat grotendeels uit tuindeuren.
Die laat ik niet zien, ik lap de ramen niet elke week.

Tuin(knoei-)werk

hibiscus2

Ge- en verknipte hibiscus. In het voorjaar zal hij weer uitlopen en kan ik hem bijhouden
zonder een hoogwerker te huren.
Intussen staat hij erbij als een bonestaak. Het lijkt me wel wat er een lantaarntje aan te hangen, of een minivuurtorenzwaailicht.
Een grote kerstbal is ook nog een optie.

In het achtertuintje ziet het er beter uit. Mooi bevroren passiflora, jammer dat de witte waas niet te zien is. ’s Morgens vroeg lijken de blaadjes omrand door glittertjes maar dan is de camera-accu weer net leeg of hij zit in de tas die ik niet kan vinden.
Nou ja, zo is hij ook mooi.
Het tuinwerk is voorlopig gedaan. Graag had ik een zwembad uitgegraven en van het zand een klein alpje gebouwd. Skibaantje voor de buurkatten en extra schuilhut voor de muizen,  koek-en-brokkie erbij.
Maar de grond is bevroren.

Theater in de achtertuin

Oh herfstig lot, roept varen uit.  Hoe vreeslijk bruin wordt mijne huid.
Is dat al, zegt druif, reëel. Zie dan mijn blad vergaan tot geel.

Leverkruid zwijgt, hij schaamt zich rot. Hij waant zich kleurloos en  bespot.
Nee, dan cosmea. Met een kleur roept zij zich uit tot fine fleur.
Mis, roept groene passiebloem. Ik ben nog fris, aan mij de roem.