V(F)riezen

Zwetend ontwaakte ik uit een nare droom, een die bijna jaarlijks terugkeert zij het dat hij de laatste winters minder heftig was.
Tot nu toe.
Rillend greep ik naar de paracetamol en nam een dubbele dosis.
Het hielp niet veel.
Een borrel dan maar? Had ik niet in huis.
Warme kruik? Ook niet en wat zou dat ook geholpen hebben.
Tegen de ochtend stond ik op.
Deed de gordijnen open, zag de vorstige wereld en wist het weer:
Elfstedenkoorts.

Toch maar een winterslaap overwegen?
==

Hij kan me de rug op

Mijn rug meldde zich.

Het gebeurt niet vaak maar dan commandeert hij ook keihard.‘ Zitten! Liggen! Rechtop staan! Bewegen! Rekken! Rust!‘ niets is goed genoeg voor de bruut.
Dit typte ik vanavond vroeg, scheefhangend in de bureaustoel.
Helemaal fout, ik kwam er niet meer uit.
‘Af,’ begreep ik toen ik op wilde staan en hij zwiepte gemeen. Geslagen bleef ik scheef, rolde voetpeddelend naar de doos paracetamol en slikte er een paar. Daarna wachtte ik op instructies.
Die kwamen na 20 minuten: ‘je mag.’
Zodoende ben ik nu beter, in ieder geval deze nacht.
En dan? Dan ga ik hem temmen, desnoods met een dubbele portie.