oud

Over oud worden

ouderdomlake-dusia-970915__340
Pratend over dingen van weleer kwam me het beeld voor ogen van mijn ouders, schoonmoeder en anderen die ik oud zag worden.
De meesten van die groep waren redelijk goed af. Helder denkend, geïnteresseerd in de wereld, zelfstandig wonend, al of niet met een paar uur hulp. Hier en daar een leeftijd-gerelateerd mankement.
Van de pechvogels raakte ik wèl onder de indruk.
Diverse trieste ziektes,  maar wat me het meest raakte was de onverschilligheid van enkelen.
Ogenschijnlijk luisterden ze naar familie, in werkelijkheid gaven ze geen bal om hun leefwereld. Clubs, nieuws, televisie en andere ontspanning interesseerden hen niet. Geen mens kon hun aandacht vangen, cru gezegd leken ze te oefenen voor het dood-zijn.
Ze zaten daar maar, deden af en toe een loopje van 25 meter, bladerden in tijdschriften, gaven plichtsgetrouw wat geld aan kleinkinderen. Misschien een taartje of borreltje en de proost op een jarige, zo kort mogelijk.
Als sprekende kasplantjes.
Een vorm van levensmoeheid? Ze leken niet suïcidaal.
Verlies van een hersenfunctie? Ze waren goed bij hun hoofd.
Waren ze altijd al zo? Niet dat ik weet
Gemis van dierbaren? Dat zou misschien meespelen, weet ik niet.
Dachten ze eigenlijk wel? Leden ze er mee? Niet merkbaar.
Hoe zou hun EEG eruit zien? Zat er wel leven in?
Ik vond het een akelig beeld en hoop zo niet te worden maar dat weet je niet . Al wist je het wel van te voren, wat zou je er aan kunnen doen?
==

opruimen

Oude koffietafel

Wat je al niet bewaart.
Je kunt zo goed niet opruimen of je legt wel wat terug. En dat kom je later opnieuw tegen.
Dit menu bijvoorbeeld, alleen weet ik niet meer van welke gelegenheid het was, de helft is  er afgescheurd.
Bij de begrafenissen van ons beider ouders hadden we ook een Brabantse Koffietafel, die menu’s heb ik nog.
Met de uitvaarten in mijn familie was het anders en niet Brabants geformuleerd.
Bij een zwager uit schoonfamilie dan?  Het moet haast wel.
Of toch bij de man van een vroegere vriendin?
Daar was die ene vrouw met dat ongeluk.
En de kennis die te jong heenging.
Vroegere collega dan?
Het is van iemand uit deze omgeving, in ieder geval.
Hoe langer ik graaf hoe zekerder ik het wil weten.
Onzin natuurlijk, overledenen rusten niet zachter wanneer ik me herinner wat ik at op  hun begrafenis.
Van de week maar eens navragen,  straks is de laatste schoonzus er niet meer en dan weet ik nog niks.
Misschien was het van een feest.
Maar van welk dan?

Dit is natuurlijk een onzinvraagstuk maar het leidt ’n beetje af van het coronakoor.
==

versje

Het brutale meisje

Dat dit vers nog bestaat wist ik niet. 
Ooit heb ik het ergens geplaatst, weet niet meer waar en wanneer, en plotseling was het kwijt.
Het is uiterst simpel van ritme en rijm maar het schrijven ervan was zo gezellig dat ik er niets aan heb verbeterd. Dat zou mijn plezier achteraf tenietdoen .

Er was er eens een meisje
dat bekte zo brutaal
haar ouders en de juffen
die zeiden menigmaal
‘pas op je woorden kindje
je komt nog in de goot’
ze lachte dan ten antwoord
‘ook daar verkoopt men brood’

Zo werd ze achttien jaren
haar grofte groeide mee
het kon niet missen dat ze
haar voordeel er mee dee
de vrijers konden dokken
voor elke verwarmend uur
de Mammon was haar afgod
ze diende hem met vuur

‘Mijn poesie is mijn passie’
dat werd haar wervingsleus
verborg de muntenhonger
in woorden zeer scabreus
brutaal bouwde zij prijzen
de hoogste hoogten in
totdat ze heel erg oud was
toen had ze hare zin.

Ze kocht een lieflijk huisje
al in een stichtend hof
en jaagde alle oudjes
de bomen in, zo grof
was ze tot aan haar sterven.
En voor men haar begroef
toen dichtte men haar lippen
met een nette schroef.

© Bertie/Bertjens

pubers

Pubers? Pubers!

Vanmiddag las ik het weer, in het zoveelste boek, de zoveelst column, stuk voor stuk herhalingen, over het hopeloze stuk vreten dat als een vod op de bank hangt en moeder als voetveeg gebruikt maar superalert wordt bij games of make up, soms de wereld verbeterend op kosten van ouders, dan wel een paard eisend, eveneens op ouders kosten.

Toegegeven, er schuilt soms waars in over hun onverschilligheid jegens het gezin. En in alles wat daaruit voortvloeit, de lompheid, luiheid, tegenzin, enzovoorts.
Toch zagen we een andere kant, waar ze eerder onzeker dan onverschillig bleken. Waarin duidelijk werd dat ouders niet alleen als geldschieters fungeerden maar ook degenen bij wie ze om raad kwamen.  Gevoelig waren voor sfeer, blijk gaven van menselijkheid.
Zelfs zijn er pubers die ‘normaal’ blijven, met doodgewone deugden en ondeugden. Ze bestaan!  Ondanks opspelende hormonen.
Die misschien een jaartje slabakken maar verder hun school afmaken, hun weerzin niet op hun omgeving afwentelen, gesprekken kunnen voeren, geïnteresseerd zijn. Met vallen en opstaan.
Gezien het slechte imago van pubers zou je ze bijna als extremen beschouwen maar zo buitengewoon zijn ze niet.
Tja, popi-geklaag  doet het natuurlijk veel beter.
In mijn ogen is het pas echt erg wanneer er problemen komen als drugsgebruik, alcoholverslaving, criminaliteit, er ziektes en stoornissen  voor de dag komen.
We kennen ouders die hiermee worstelen
Die klagen met recht!

Geen categorie

Klein kleiner kleinst

Jasje. Haartjes. Kammetje. Mammie. Poesje. Broekje. Kousje.
Voor kleine kinderen gebruik je kleine woorden, begrijpelijk.
Je kunt ook overdrijven.
Toen ik de oudste voor het eerst naar de kleuterschool bracht wist ik niet wat ik hoorde:
‘Aan dit haakje mag je je jasje ophangen en je tasje, daar zet je je schoentjes neer , hier mag je je handjes wassen,dit is je stoeltje…. enzovoorts.’
Deze manier van spreken werd doorlopend gebruikt, de kleuterleidsters zelf leken er niet eens erg in te hebben: kleurpotloodje, schaartje, blokjes, popjes, autootje, paardje, kraantje.
Ik zag dat niet alle ouders het op prijs stelden, anderen vonden het juist schattig.
Tja.
Heel soms hoor ik een moedertje nog op deze manier praten tegen haar kindje.
Dat voert me weer terug naar het kleuterschooltje,
En herinnert me aan het kind dat zijn moeder vroeg om een handdoekje.  Ze was het gemelk spuugzat en antwoordde met ‘dat noemen we een HANDDOEK’.
Ook in ons eigen gezin kwam iets dergelijks voor. We hoopten dat het vanzelf overging en dat was ook zo.
Godje zij dank.

gezin

L’histoire se répète

In ons geval in familiegedrag maar dat is net zo goed een onderdeel van de geschiedenis.

Ik zal het uitleggen.
Een aantal jaren geleden zaten we in de situatie die nu door de sandwichgeneratie geclaimd wordt.
Kerst, paas, kermis, verjaardagen en de telkens terugkerende vraag:
doen we de ene dag de ouders en daarna kinderen of andersom?
Het maakte de ouders niets uit. Eigenlijk bleven ze liever thuis (al zeiden ze dat niet) maar ze begrepen ons plichtsgevoel.
Inmiddels zitten de kinderen in die situatie.
Het gedoe van vroeger indachtig inviteerde ik ze zelf op eerste paasdag, dan ben ik de tweede dag vrij om met een vriendin te gaan stappen.
Tis toch wat. Ondanks verlichte tijden nog steeds vast te zitten aan gewoontes.
Maar we doen er niets aan.  Dat willen we niet.
Het is een luxeprobleem dat we graag behouden.

alleen

Bezoek, graag of niet?

‘Tegenwoordig is er niet veel meer aan, vroeger ging de familie bij elkaar op de koffie of zo...’
De vrouw keek rond. Enkelen knikten, verder kreeg ze weinig bijval.
Ze vergat dat die familie intussen flink was uitgedund en de overlevenden vaak een goede reden hadden om thuis te blijven. Ziekelijk, niet mobiel of gewoon geen zin meer in het miljoenste kopje koffie en thee. Bovendien hebben veel mensen hun eigen (klein-)kinderen met wie ze hun visitetijd doorbrengen.
De vrouw overdreef een beetje. Lang niet alle families liepen af en aan om dagelijks te buurten, enkele gezinnen daargelaten. Dat zag je eerder bij verknochte vriendinnen/buurvrouwen.
Wel was er meer vrienden- en familieverkeer dan nu.
Terugdenkend herinner ik me de gehaaste zondagochtenden.
Vroeg ontbijten, kinderen wassen en aankleden en vroeg lunchen, dan konden we tijdig wegkomen om zelf ergens naar toe te gaan voordat er iemand bij ons aanbelde.
Bij het ouder worden ging het geloop eraf, gelukkig maar, ik moet er niet aan dènken weekend-aan-weekend bezoek te hebben. Het geklit lag en ligt me niet zo.

Bij de jonge stellen om me heen zie ik het verschil met toen. Enkelen komen uit middelgrote gezinnen, de meesten hebben een of twee broers/zussen of, als ze erg jong zijn, vriendengroepen. Elke dag of weekend gevuld met visite zie je veel minder, ze hebben beiden een baan en om buren maken ze zich niet druk.
Ik benijd ze, ze kunnen hun eigen leven leiden.
De vrouw die er ‘niets meer aan’ vindt denkt daar anders over en waarschijnlijk zij niet alleen.

Tja, overleden ouders, zussen, broers, buren, kun je niet terughalen.
Ook kun je de tijd niet stopzetten al proberen een paar mensen het via kaartavondjes (‘dat was zo gezellig, geen tv…’) of iets dergelijks.
Ik begrijp het wel, je eigen huiskamer voelt intiemer dan een zaaltje in het gemeenschapshuis.

Maar voor mij hoeft het niet.

man-vrouw

moderne man

‘Wij zijn niet als onze ouders’ zegt hij. ‘We doen alles in overleg.’
Zij knikt.
‘Ik leeg de vaatwasser en zij harkt de voortuin bij.’
‘Zij plakt de banden en ik draai de deur op het nachtslot.’
‘Zelfs autorijden doen we samen; zij rijdt en ik geef aanwijzingen. Waar of niet?’
Zij knikt.
‘Alleen sport op TV is voor mij, een man mag iets voor zichzelf hebben.  Ik kijk voetbal, tennis en darts en de informatie eromheen. En schaatswedstrijden… da’s toch niet teveel gevraagd, wel?’
Zij schudt nee.
‘Dat wou ik maar even zeggen.’
Zij kijkt neutraal naar niets.
En knikt

krant

Krant naar keuze


Bladerend in het krantenrek bleef ik hangen bij de Telegraaf. En dacht terug aan de jaren ’50. (sorry hoor, de leeftijd...)
We lazen indertijd de Volkskrant,  iemand nam de Typhoon af en toe mee en ik geloof dat er ook een Zaanlander bestond.
Eenmaal verkast naar Oost-Brabant kwam werd de Volkskrant verruild voor De Gelderlander, deze krant kwam toen de VK tamelijk nabij en zo leerden we meteen de regio ’n beetje kennen.
Tot zover de smaak  van mijn ouders.
Maar toen.
Zagen ze, op bezoek zijnde,  bij ons de Telegraaf liggen, blikvangend midden op het salontafeltje.
Tja. Nou.
Ze wilden geen kritiek leveren maar ik wist: als er ìemand was die een hekel had aan dit blad met de schreeuwerige berichtgeving was het wel mijn vader.
‘Is het wat?’ vroeg hij, voorzichtig. ‘Och…’ zei ik.
Hij overwon zichzelf en bladerde wat. ‘Beetje opvallend hè.’
‘Ja, weer eens wat anders,’ deed ik luchtigjes. Benieuwd of hij zou doorlezen.
Maar nee, hij vouwde hem dicht en gaf hem aan  mijn moeder, ‘Vrouw, wil jij nog effe kijken?’
Moe weerde hem kalmpjes af, ‘leg maar neer, Willem’.
Toen stond ik op, rommelde in de stapel bladen en viste De Gelderlander eruit. ‘Alstublieft.’ ‘Wat nou, lezen jullie twéé kranten?’
‘Ja, P. vind de Gelderlander niks en ik de Telegraaf niet.’
Groot was hun opluchting.  Dochter was nog niet helemáál verloren.