Bekentenis

Ik heb een fobie, niet ernstig,  meer een 50%-fobietje.
Niettemin een lastig ding waar ik vaak hinder van heb. Te vaak.
Dan staat hij onverhoeds voor mijn neus, getriggerd door een miniem dingetje en bedreigt me. Niet echt natuurlijk maar zo voel ik het.
En ik durf dan niets te zeggen terwijl ik heel hard zou moeten roepen : Verdwijn, ga je ergens anders verlekkeren aan arme bange oude vrouwtjes die zich niet kunnen verweren enz. enz.
In plaats daarvan keer ik me sullig af en zet de radio luider, neem een boek, aardappelbak, stofzuiger desnoods, tot hij afdruipt en ik hem kan vergeten tot de volgende keer.
Die komt meestal als ik er niet op bedacht ben. Sla ik de krant open en wat denk je?? Precies.
Vanmiddag gebeurde het met een streekblad en daar stond hij in, ik ben er nog ondersteboven van en heb het resoluut verscheurd en bij het oudpapier gegooid.
Natuurlijk zeg ik niet wie of wat het is, ik ben niet gek.
Alleen maar fobisch.
=

Man-vrouw herinnering


Toen ik tegen de vijftig liep kocht ik een mini-servies op serveerblad en zette het op het dressoir.
Een klein sierdingetje waarop ik viel door de aansprekende kleuren.
Echtgenoot verbaasde zich hogelijk, juist ik hield niet van snuisterijtjes.’Een kinderservies? Wat moeten wij daarmee doen?’
Niks, alleen kijken. Zie je die kleuren dan niet? Heel apart.’
Hij haalde zijn schouders op.
Na een korte stilte begon hij weer. ‘Dat krijgen oude vrouwtjes ook. Potjes en beeldjes met bloemetjes en herderinnetjes….
Meteen stoof ik op. ‘Nou èn? Als ik dat nou mooi vind, ik zeg toch ook niks van jouw suffe trainingsbroeken uit het jaar nul?’
Hij lachte maar wat.
Enfin.
Een paar weken later waren we op visite bij een bevriend echtpaar. Ik voelde dat hij me aankeek en zag hem verstolen grijnzend naar een tafeltje  knikken.
Daarop stond, je raadt het al, eenzelfde serviesje.
Vriendin, ongeveer twintig jaar ouder dan wij, zag ons kijken.
Leuk hè,’ zei zij,’ die kleuren, heel apart.’